LTO Nederland:

"Supermarkten moeten aan de slag met duurzame veehouderij"

LTO Nederland roept supermarkten en andere ketenpartijen op om samen aan de slag te gaan voor een duurzame veehouderij. "In de zuivelsector geven we samen met de melkverwerkende industrie NZO het goede voorbeeld voor een ketenbrede aanpak. In die zin ondersteunen wij de lijnen, die staatssecretaris Bleker vanmiddag heeft geschetst. Want ook in andere sectoren is een soortgelijke aanpak mogelijk, kijk bijvoorbeeld ook naar het Beter Leven-keurmerk van varkensvlees."

Dit zegt voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland in een reactie op een brief, die de bewinsdsman heeft gestuurd naar de Tweede Kamer over de toekomst van veehouderij. De noodzakelijke veranderingen in de veehouderij lopen volgens hem via de markt. "Als in de keten afspraken over duurzaamheid worden gemaakt, ontstaat via een verdienmodel ook een aanvaardbare prijs voor de boer, die produceert wat de samenleving van hem vraagt. Dus weg met de kiloknaller uit het winkelschap."

De LTO-voorzitter benadrukt de rol die alle ketenpartijen gezamenlijk hebben om de route van een duurzame veehouderij verder in te slaan, zodat zaken als dierenwelzijn en milieu in het eindproduct in de winkel kunnen worden meegenomen. Maat: "De consument kan dan, wat hij als burger vraagt, ook in de winkel vertalen in zijn koopgedrag. Wij zijn er klaar voor om daar in andere sectoren ook mee verder mee te gaan."

De discussie over de toekomstige veehouderij en schaalgroote van bedrijven is in de visie van LTO vooral een zaak van de ketenpartijen. Provincies en gemeenten kunnen regionaal en lokaal het beste afwegen welk bedrijfsomvang gepast is, uiteraard binnen de voorwaarden die gelden voor volksgezondheid, dierenwelzijn en milieu. Geleidelijke groei en bedrijfsontwikkeling van familiebedrijven mogen door het huidige debat over schaalgrootte niet in de knel komen, waarschuwt de LTO-voorzitter.

Het aantal grote en zeer grote veebedrijven is in de becijferingen van Alterra (Wageningen UR) nog steeds beperkt. Volgens Bleker is dat 1 procent respectievelijk 0,2 procent van het totaal aantal veehouderijbedrijven. Maat: "In de praktijk gaat het bij 99 procent van de aanvragen voor vergunningen om normale bedrijfsontwikkeling van gewone gezinsbedrijven. Bedrijven hebben langzaam maar zeker een grotere omvang nodig om als ondernemers voldoende toekomstperspectief te houden."

Bron: LTO

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven