"Druppelirrigatie veel potentie voor kleine bio-bedrijven"

Elke teler streeft naar een optimale beregeningsinstallatie die zo goed mogelijk afgestemd is op de behoeften van zijn teelten. Wanneer er een breed pallet aan teelten te vinden is op een kleinere oppervlakte, is de uitdaging des te groter. Tijdens een workshop op initiatief van PCG en BioForum bracht Roland Saelens van het gelijknamige bedrijf een praktisch overzicht van het assortiment dat geschikt is voor kleinschalige bedrijven.

Eerst water, de rest komt later

Vooraleer er kan gestart worden met het kiezen van een optimale beregeningsinstallatie, is het belangrijk om de waterbron onder de loep te nemen: welk water is er beschikbaar, wat is de kwaliteit ervan en vooral, hoe komt het water tot bij het perceel?

De belangrijkste waterbronnen op tuinbouwbedrijven zijn hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Hemelwater is kwalitatief gezien het beste water, maar niet iedereen heeft voldoende beschikbaar. En als het er is, wordt het vaak opgeslagen in open putten of bassins waar bladeren, uitwerpselen van vogels en algengroei soms talrijk aanwezig zijn. Een goede filtering is hier ten sterkste aangeraden om problemen met verstoppingen te voorkomen. 

Grondwater kan ook vrij goed zijn van kwaliteit, al kunnen hoge gehaltes aan ijzer een stok tussen de wielen steken: éénmaal het ijzer in contact komt met zuurstof slaat het neer en kan het zo voor verstopte leidingen zorgen. Ontijzeren is dus zeker aan de orde vooraleer het water in te zetten. Ontijzeren kan door het water over een ionenwisselaar te laten gaan (cfr. een ontkalker). Een andere manier is het water beluchten, dan het water met het neergeslagen ijzer te stockeren en van daaruit het water over te hevelen naar een ander compartiment van waaruit water wordt onttrokken. Het ijzerslib dient wel jaarlijks verwijderd te worden om een te grote ijzerophoping te vermijden.

Hier en daar kan oppervlaktewater ingezet worden, maar is voorzichtigheid geboden aangezien de samenstelling en dus de kwaliteit heel variabel kan zijn.

Irrigatietechniek potentie voor kleine oppervlaktes

Druppelirrigatie is een irrigatietechniek met veel potentieel vanwege zijn talrijke voordelen: door het feit dat er enkel water wordt gedruppeld aan de plantbasis, blijft het gewas droog en gaat er geen water verloren door verdamping of door het terechtkomen van water op onnuttige plaatsen. Bijgevolg is er ook minder onkruiddruk. De werkdruk bij druppelirrigatie ligt tussen 0,7 en 1 bar. Hierdoor is er een kleinere en dus goedkopere pomp nodig dan bij bijvoorbeeld een haspel of sprinklers en wordt ook het energieverbruik gereduceerd. 

In gangbare teelten kunnen vloeibare meststoffen meegegeven worden aan het water met behulp van een doseersysteem zoals een Dosatron. Bij bio-teelten is het meegeven van biologische meststoffen via een Dosatron minder opportuun: de meststoffen kunnen verstopping veroorzaken aan zowel het doseersysteem als aan de druppelaars. Het gebruik van een eenvoudig venturi-systeem voor het aanzuigen van opgeloste meststoffen vanuit een vat is hier wel een mogelijkheid. Na de venturi moet wel een filter voorzien worden om te voorkomen dat de druppelaars verstoppen.

Bron: CCBT (via BioKennis.org)

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven