Inagro is gestart met de bouw van een nieuw proefveldatelier in Beitem. Het gebouw moet het centrale punt worden voor praktijkgericht onderzoek in akkerbouw, ruwvoederteelten en groenten in open lucht. Met de investering vervangt Inagro de bestaande groentehal en worden alle proefveldactiviteiten, van proefvoorbereiding tot na-oogstonderzoek, gebundeld in één infrastructuur. Vlaanderen en de Provincie West-Vlaanderen ondersteunen het project.
© Inagro
Volgens Mia Demeulemeester, afgevaardigd bestuurder van Inagro, speelt het gebouw in op de veranderende noden in het onderzoek. "Dit gebouw wordt het operationele hart van ons openluchtonderzoek. Onderzoekers en techniekers kunnen hier zowel veldproeven voorbereiden als kwaliteitsbeoordelingen uitvoeren na de oogst. Dat verhoogt onze efficiëntie en de kwaliteit van het onderzoek."
Onderzoeksprogramma is verbreed
Het onderzoeksprogramma van Inagro in akkerbouw, voedergewassen en groenten in open lucht is de voorbije jaren verbreed, zowel in teelten als in onderzoeksthema's. Daardoor neemt het aandeel onderzoek na de oogst toe en verschuift een deel van de vragen naar gecontroleerde omstandigheden buiten het veld.
"Die verbreding vraagt niet alleen meer ruimte, maar ook specifieke infrastructuur om nieuwe onderzoeksvragen op een praktijkgerichte manier te kunnen beantwoorden," aldus Mia.
© Inagro
De vroegere groentehal voldeed volgens Inagro niet langer aan de huidige noden. Door activiteiten te bundelen in één gebouw moeten werkprocessen efficiënter verlopen, van veldvoorbereiding tot verwerking, beoordeling en bewaring van geoogste producten.
Investeren in praktijkonderzoek
Ook vanuit de provincie wordt het project ondersteund. West-Vlaams gedeputeerde voor Land- en tuinbouw Bart Naeyaert wijst op het belang van praktijkonderzoek voor de regio. "Akkerbouw en groenten in open lucht zijn prominent aanwezig in West-Vlaanderen. Ruim tweederde van de openluchtgroenten en de helft van de aardappelen in Vlaanderen groeien in West-Vlaanderen. Investeren in praktijkonderzoek is investeren in de toekomst van onze landbouwers en onze agrovoedingsketen."
Het proefveldatelier moet verschillende onderzoekslijnen ondersteunen die volgens Inagro steeds vaker verder gaan dan het veld. Het gaat onder meer om na-oogstverwerking en kwaliteitsbeoordeling van nieuwe teelten, met aandacht voor peulvruchten en andere eiwitrijke gewassen, onderzoek naar bewaartechnieken, geïntegreerde gewasbescherming in gecontroleerde omstandigheden en cameragebaseerde kwaliteitsbeoordeling.
© Inagro
Het gebouw wordt ingericht met aparte praktijkhallen, groeikamers en koel- en bewaarfaciliteiten. Daarnaast komen er ook infrastructuren voor gewasbescherming en digitale waarnemingen, met aandacht voor een efficiënte scheiding van werkzones.
Niet afhankelijk van fossiele brandstoffen
Bij het ontwerp is volgens Inagro sterk ingezet op energie-efficiëntie. Het gebouw zal niet afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Geothermie, warmterecuperatie, warmtepompen, zonnepanelen met batterijopslag en isolatie met hennepblokken moeten instaan voor verwarming en koeling.
Het totale project kost 9,5 miljoen euro en wordt mee gefinancierd door de Vlaamse overheid en de Provincie West-Vlaanderen. Vlaanderen voorziet via VLIF-omkaderingssteun 4,26 miljoen euro.
© Inagro
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns stelt dat het project belangrijk is voor de vertaalslag van onderzoek naar de praktijk: "Sterk praktijkgericht onderzoek vraagt sterke infrastructuur. Met VLIF-omkaderingssteun ondersteunen we investeringen van praktijkcentra die dicht bij de landbouwer staan en nieuwe kennis vertalen naar toepasbare oplossingen op het terrein. Het nieuwe proefveldatelier van Inagro wordt een cruciale schakel in het onderzoek naar openluchtteelten, van het veld tot na de oogst."
De oplevering van het gebouw is voorzien voor het najaar van 2027.
Bron: Inagro