Greenpeace over de prijs van goedkoop vlees

"Ook biologisch vlees belast het milieu"

Supermarktketens lokken met vlees tegen dumpingprijzen. De schade van de intensieve dierhouderij voor milieu en klimaat wordt afgewenteld op de maatschappij. Dat stelt Greenpeace Duitsland.

Het lokaas voor de klanten mag in geen supermarktreclamefolder ontbreken: zo lokt Rewe onlangs met varkensgoulash uit de schouder voor 4,90 euro per kilo, Edeka prijst voor 6,84 euro varkensnek als gebraad voor advent aan. Van zulke goedkope aanbiedingen willen de handelsconcerns in geen geval afzien: circa 90 procent van het verse vlees van de grote retailketens stamt van dieren die onder verschrikkelijke en vaak onwettige omstandigheden gehouden worden, zo het resultaat uit een onlangs gepubliceerd Greenpeace onderzoek. 

Met het vlees tegen dumpingprijzen verbeteren supermarktconcerns hun positie binnen de levensmiddelenmarkt en lokken ze consumenten naar hun winkels. Tegelijkertijd gebruiken ze hun marktmacht om bij de inkoop de prijzen te drukken. Daaronder leiden telers die steeds meer dieren moeten houden om ondanks de kleine marges in de industriële vleesproductie te kunnen overleven. Ze zijn gevangen in een rampzalige kringloop. 

Hypotheek voor onze planeet
Maar degenen die de prijzen drukken op de hoofdkantoren van Aldi, Lidl, Rewe en Edeka doen hun zaken met het goedkope vlees niet alleen op kosten van varkenshouders. De industriële vleesproductie is ook een zware hypotheek voor onze planeet. De uitstoot van broeikasgassen, het areaalverbruik bij de teelt van voedermiddelen of de belasting van grond en water door mest en gewasbeschermingsmiddelen veroorzaken kosten die op het prijskaartje in de supermarkt net zo weinig opduiken als de belasting van ons gezondheidssysteem door de gevolgen van deze veel te hoge consumptie. Deze externe kosten van de vleesproductie moeten anderen dragen – bijvoorbeeld mensen die nu al onder droogte, stormen, bosbranden of overstromingen als gevolg van de klimaatcrisis leiden. Of waterzuiveringsbedrijven die grondwater zuiveren dat met nitraat belast is. Maar het zijn vooral onze kinderen en kleinkinderen die zich in moeten stellen op de voortschrijdende opwarming van de aarde en de gevolgen van het uitsterven van diersoorten.

Hoe hoog de werkelijke kosten van productie en consumptie van goedkoop vlees in Duitsland zijn, heeft Soil & More Impacts in opdracht van Greenpeace onderzocht. Het adviesbureau uit Hamburg is gespecialiseerd in ware kostenberekening (True Cost Accounting) en effectbeoordeling (Impact Assessment) en beschikt over jarenlange ervaring in dit veld. Zulke calculaties zijn niet eenvoudig en sommige externe effecten van de intensieve dierhouderij laten zich nauwelijks in euro's uitdrukken - bijvoorbeeld de financiële schade door het verlies van biodiversiteit of de gevolgen van de massale inzet van antibiotica voor de kosten van het zorgstelsel.

Desondanks is het gepubliceerde onderzoek van Soil & More duidelijk: de consumptie van rundvlees en varkensvlees in Duitsland veroorzaakt per jaar externe kosten van 5,91 miljard euro. Het gaat om milieu- en klimaatschade, die zo wordt afgewend op de maatschappij. Daarmee zijn de verborgen kosten van de industriële vleesproductie ongeveer zo hoog als de totale EU-landbouwsubsidies, die in de loop van een jaar aan Duitse landbouwbedrijven betaald worden. Wanneer de externe kosten in de prijzen verwerkt moesten worden, moest de telersprijs voor varkensvlees uit Duitsland circa 100 procent hoger liggen, en bij rundvlees 52 procent hoger liggen.

Concurrentienadeel voor bio-vlees
"Wie op kosten van derden consumeert, brengt de gemeenschap schade toe", zegt Greenpeace-landbouwdeskundige Martin Hofstetter. "De Bondsregering moet daarom dit regelrechte marktfalen dringend corrigeren.“ Om externe kosten te vermijden zou de regelgeving consequent toegepast moeten worden, met strenge grenswaarden en scherpe controles, bijvoorbeeld bij uitstoot- of waterbescherming. Via belastingen of heffingen op vlees zou het veroorzakersprincipe doorgevoerd kunnen worden en kan men misleidende prijssignalen voor consumenten corrigeren. De hogere prijs zou de vraag verkleinen, waardoor de belasting voor milieu en klimaat vermindert wordt. Dit dient onze gezondheid. Want momenteel is de gemiddelde vleesconsumptie met bijna 60 kilo per hoofd van de bevolking hier in Duitsland bijna dubbel zo hoog als aanbevolen door de ' Deutsche Gesellschaft für Ernährung'. Met de inkomsten zouden klimaatbescherming en de bescherming van de biodiversiteit doelgericht ondersteund kunnen worden.

Van prijzen die de werkelijke kosten weerspiegelen zouden telers profiteren die duurzaam en met geringe externe kosten werken - bijvoorbeeld omdat ze minder dieren in hun stallen houden, antibiotica slechts doelgericht inzetten, er minder ammoniak en nitraat bij hun werkwijze vrijkomt of omdat ze voederplanten zonder gewasbeschermingsmiddelen zelf telen in plaats van importsoja uit monoculturen te voeren. Want onder de huidige omstandigheden hebben ze regelmatig hogere (interne) kosten en moeten ze daarom met hogere telersprijzen de markt betreden dan concurrenten die op conventionele wijze vlees produceren op industriële schaal. Met een heffing op goedkoop vlees, waarbij het product de werkelijke kosten draagt, zou het prijsverschil duidelijk verkleind worden en het concurrentienadeel in de supermarkt kleiner worden.

Volledig zonder externe kosten zijn echter ook bioproducten niet. Want ook zij belasten het milieu. Daarom zou de telersprijs van bio-varkensvlees zo'n 23 procent hoger moeten liggen om de externe kosten te dekken, en bij rundvlees zo'n 50 procent hoger. Een complete overstap op biologische runder- en varkenshouderij bij een gelijkblijvende vleesconsumptie in Duitsland zou weliswaar de externe kosten met 2 miljard euro verlagen, maar om de milieukosten verder te verlagen komen we er niet omheen om onze eetgewoontes aan te passen en minder vlees te eten.  

Door Mercosur dreigt enorme schade
De werkelijke kosten zijn bijzonder hoog wanneer rundvlees uit Zuid-Amerika in Duitsland geconsumeerd wordt – de externe kosten bedragen hierbij 372 procent van de telersprijs. Wanneer de EU vasthoudt aan een handelsverdrag met de Mercosur-landen, waardoor handelsbelemmeringen zouden verdwijnen, dan zou dat een verhoogde import van rundvlees uit Zuid-Amerika tot gevolg hebben. Daarmee zou de oneerlijke concurrentie ten laste van telers in de EU toenemen, die hun best doen om met lagere externe kosten te werken. "De Bondsregering moet zich eindelijk eens duidelijk tegen deze overeenkomst uiten", zegt Martin. "Anders dreigt er een ruïneuze prijzenstrijd die het voortbestaan van Europese bedrijven met een hoge standaard in gevaar brengt en die enorme schade veroorzaakt aan milieu en klimaat.“

Bron: Greenpeace Duitsland  


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven