Forse krimp van aantal melkveebedrijven verwacht

Onderzoek geeft drie toekomstscenario's voor Nederlandse melkveehouderij in 2030

Op maandag 19 oktober 2020 heeft Wageningen University & Research (WUR) een onderzoek gepubliceerd dat zij in opdracht van Zuivelcoöperatie FrieslandCampina U.A. heeft uitgevoerd naar de toekomst van de Nederlandse melkveehouderij. In het kader van dit onderzoek zijn op basis van vaststaand en ingezet beleid en voortzetting van gedrag uit het verleden, een basisscenario en drie exploratieve scenario's voor de melkveehouderij in het jaar 2030 ontwikkeld.

In de toekomstscenario's worden onder andere verwachtingen gegeven voor het aantal melkveebedrijven in Nederland, het aantal melkkoeien per bedrijf en de totale melkproductie in Nederland in 2030. Het is belangrijk te onderstrepen dat de scenario’s die in het WUR-onderzoek naar voren worden gebracht geen wensbeelden van FrieslandCampina zijn, maar wetenschappelijk gemodelleerde inschattingen van hoe de sector er in de toekomst uit zou kunnen zien. FrieslandCampina neemt de ontwikkelde toekomstscenario’s mee in haar lange termijn strategieontwikkeling en besluitvorming, bijvoorbeeld in de beoordeling van investeringen op het gebied van benodigde melkverwerkingscapaciteit.

Hoofdlijnen van het Wageningen University & Research onderzoek

Basisscenario
Uit het WUR-onderzoek komt in het basisscenario naar voren dat de komende tien jaar het aantal melkveebedrijven in Nederland naar verwachting met 33% zal afnemen, van bijna 15.987 in 2018 (basisjaar), naar 14.852 in 2020 tot ongeveer 10.600 in 2030. De totale hoeveelheid geproduceerde melk zal in het basisscenario tot 2024 gelijk blijven en dan naar 2030 toe licht stijgen (met circa 4%). Het aantal melkkoeien zal de komende tien jaar dalen, maar de melkproductie per koe zal volgens WUR autonoom toenemen in lijn met de trend van de afgelopen decennia. Tenslotte zal de gemiddelde bedrijfsgrootte van een Nederlandse melkveehouderij in het basisscenario stijgen van 101 naar 139 melkkoeien.

Wageningen University & Research baseert zich op gegevens uit de CBS-Landbouwtelling en het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research. In het onderzoek is er in het basisscenario van uitgegaan dat de melkveehouders eventuele financiële ruimte zullen gebruiken om te investeren in de groei van het melkveebedrijf. Een deel van de melkveehouders zal de komende tien jaar stoppen vanwege leeftijd en het ontbreken van een opvolger, maar er is ook een deel van de boeren dat naar verwachting zal moet stoppen omdat het niet meer aan de financiële verplichtingen en benodigde investeringen kan voldoen.

In de scenario-berekeningen zijn vaststaand en ingezet beleid meegenomen, maar bijvoorbeeld niet extern salderen en het voorgenomen nieuwe mestbeleid. Ook wordt er in de scenario’s van uitgegaan dat in het verleden vertoond gedrag in de melkveesector zal worden voortgezet. In het basisscenario blijft de melkveehouderij binnen het fosfaatplafond en lijken het stikstofplafond en de afspraken uit het Klimaatakkoord haalbaar te zijn. Op het thema ammoniak lijkt er echter nog wel een opgave te liggen.

Uit het onderzoek blijkt verder dat schommelingen in bijvoorbeeld de melkprijs of de hoogte van de te betalen rente behoorlijke gevolgen kunnen hebben voor de te verwachten uitkomsten in 2030.

Exploratieve scenario's
In het WUR-onderzoek zijn naast het basisscenario ook drie exploratieve scenario's verkend waarbij de vraag is gesteld: "Wat zou er gebeuren als...?" Deze scenario's zijn gebaseerd op mogelijke, toekomstige maatschappelijke veranderingen en hebben als doel te verkennen welke ontwikkelingsrichtingen de sector nog meer zou kunnen doormaken het komende decennium. In het eerste exploratieve scenario is er meer aandacht vanuit de markt en de maatschappij voor een 'natuur-inclusieve' melkveehouderij. In het tweede scenario, 'de vrije markt', ligt de nadruk op het produceren van betrouwbaar en goedkoop voedsel en gelden er geen aanvullende eisen voor natuur en milieu. In het derde scenario, 'focus op sociaal en rendement', zetten melkveehouders niet maximaal in op groei, maar kijkt men ook naar andere investeringsmogelijkheden binnen en buiten het bedrijf.

In de drie exploratieve scenario's is het aantal melkveehouderijen in 2030 verder afgenomen dan in het basisscenario. Daarnaast leiden deze scenario's tot gemiddeld grotere bedrijven, die in het vrije marktscenario gemiddeld duidelijk groter en intensiever zijn en in het natuur-inclusieve scenario gemiddeld extensiever zijn. In het scenario waarin de melkveehouders minder inzetten op groei neemt de totale melkproductie het meest af.

Alfons Beldman, onderzoeker bij Wageningen University & Research, over wat het onderzoek betekent voor de Nederlandse melkveehouderij: "Het gelijktijdig verbeteren van de duurzaamheid en het economisch perspectief van de melkveehouderij is geen eenvoudige opgave en moet niet te eenzijdig worden benaderd. Het is belangrijk dat alle relevante stakeholders, denk aan melkveehouders, banken, zuivelbedrijven, regionale en landelijke beleidsmakers, bij elkaar passende maatregelen, sturing en economisch perspectief ontwikkelen, gericht op de lange termijn."

Frans Keurentjes, voorzitter bestuur Zuivelcoöperatie FrieslandCampina U.A. over het onderzoek: "Het WUR-onderzoek laat in het basisscenario zien dat FrieslandCampina rekening moet houden met een gelijkblijvende hoeveelheid melk de komende jaren. Wanneer dit wordt afgezet tegen stijgende kosten op melkveebedrijven is het helder dat de opdracht voor FrieslandCampina om waarde te creëren voor ons als lid-melkveehouders de komende jaren nog relevanter wordt.
FrieslandCampina zet met haar coöperatieve strategie 'Melk met Meerwaarde' in op maximale waardecreatie voor de leden-melkveehouders, denk bijvoorbeeld aan melkstromen zoals 'On the Way to PlanetProof'. In lijn met de ontwikkelingen in de markt en maatschappij werkt FrieslandCampina ook al vele jaren samen met de leden aan het bereiken van doelen rond kringlopen, klimaat en natuur. Dit biedt, naast een verdere verduurzaming van de melkveebedrijven, ook kansen voor hogere inkomsten voor de melkveehouders.

Wat FrieslandCampina betreft is het een opdracht aan alle partijen die met de sector verbonden zijn, te weten melkveehouderijketen, wetenschap en de overheid, om toekomstgericht te investeren in de sector. Dit is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan toekomstige eisen op het gebied van duurzaamheid. Gezien de economische realiteit kan de melkveehouderij dit niet alleen, het moet echt breed gedragen worden.

De Nederlandse melkveehouderij is toonaangevend in de wereld en levert voeding en gezondheid, landschap en biodiversiteit en innovatie. Daarom heeft de sector een succesvolle toekomst waarbij economische en maatschappelijke belangen met elkaar in balans zijn. Laten we hier gezamenlijk aan werken."

Alfons Beldman geeft desgevraagd aan dat de biologische bedrijven ook deel uitmaakten van het onderzoek. De bedrijven zijn in het onderzoek niet anders behandeld dan de andere bedrijven. De resultaten zijn ook niet afzonderlijke uitgewerkt voor de biologische bedrijven.

Klik hier voor het onderzoeksrapport.


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven