De EU-lidstaten en het Europees Parlement hebben een principeakkoord bereikt waarin bindende afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het reduceren van verspilling en het bevorderen van recycling in Europees verband. Zo mag in 2035 slechts 10 procent van het afval naar de stortplaats en dient 65 procent van het huishoudelijke afval gerecycled te worden. 

Milieuminister Kiisler van huidige EU-voorzitter Estland is positief gestemd over deze afspraken en stelt dat zichzelf opgelegde verplichtingen binnen de EU-lidstaten de transitie naar een circulaire economie helpen bevorderen. 

In eigen land wordt met enige scepsis gereageerd door GroenLinks-Europarlementarier Bas Eickhout. Hij had gehoopt op een "ambitieuzer plan" en pleit voor een aanpak waarin niet alleen de afvalkant van de circulaire economie wordt aangepakt, maar ook de productiekant. "Ons huidige lineaire economische model waarin we telkens nieuwe grondstoffen winnen om ze vervolgens weg te gooien alsof het niets is, is onhoudbaar. Nooit eerder is zo duidelijk in EU-wetgeving vastgelegd dat we daar vanaf moeten."