Werkgroep adviseert behandeling na onderzoek

Voorjaarsdroogte dringt leverbotziekte terug

De Werkgroep Leverbotprognose verwacht geen leverbotinfectie vanwege de koude en droogte in voorjaar en voorzomer. De Werkgroep adviseert veehouders om schapen en rundvee alleen na onderzoek eventueel te behandelen tegen een leverbotbesmetting.

De leverbotziekte, die voornamelijk voorkomt bij runderen, schapen en geiten, wordt veroorzaakt door een platworm die zich in de lever bevindt. In de levenscyclus van de leverbot fungeert de slak als tussengastheer die voornamelijk leeft in het greppelmilieu. Leverboteieren komen met de mest op het land. Het larfje dat uit het leverbotei komt besmet de leverbotslak die na ontwikkeling staartlarven loslaat welke zich op het gewas vastzetten als infectieuze cysten.

Bij ernstige leverbotinfecties kan dat bij schapen en geiten de dood tot gevolg hebben, terwijl bij runderen verminderde melkgift en slechtere groei optreedt. Behandeling van een leverbotinfectie bij schapen, geiten, kalveren en pinken is mogelijk met bestaande leverbotmiddelen. Deze leverbotmiddelen kunnen niet worden gebruikt bij dieren die melk geven voor humane consumptie.

De droge perioden in het najaar van 2009 en het koude en droge voorjaar van 2010 hebben ervoor gezorgd dat er een zeer geringe verjonging van de slakkenpopulatie heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn er vanwege de droge maanden april, mei en juni nauwelijks slakken besmet geraakt. De natte periode in juli en augustus zorgen voor een toename van de slakkenpopulatie. De tijd die resteert is waarschijnlijk te kort om een infectie op het gras af te zetten. Daarom is een leverbotinfectie in het najaar niet te verwachten. In gebieden met een hoge waterstand (vochtig/nat milieu) blijft een leverbotinfectie altijd mogelijk.

Alleen behandelen na onderzoek

In het algemeen blijft de Werkgroep Leverbotprognose bij zijn advies om schapen alleen na onderzoek te behandelen. Bij voorkeur de schapen verweiden naar goed ontwaterde percelen.

Voor rundvee is het van belang om eerst onderzoek te laten doen naar de ernst van de besmetting.

Wanneer uit onderzoek blijkt dat runderen moeten worden behandeld, moet dat bij melkgevende dieren gebeuren tijdens het hele jaar aan het begin van de droogstand.

Bij twijfel is het zinvol om bij de Gezondheidsdienst voor Dieren bloedonderzoek te laten verrichten. Per diersoort (bij voorkeur dieren na hun eerste weideseizoen) zijn voor een goed onderzoek vijf monsters per leeftijdcategorie nodig.

Voorkom resistentie

Om resistentie te voorkómen is het bij het behandelen van zowel schapen als rundvee van het grootste belang om het juiste gewicht van het dier te schatten of te meten, zodat de juiste dosis van het geneesmiddel wordt toegediend.

Ter controle op het effect van een behandeling wordt geadviseerd om drie weken na de behandeling mestonderzoek te laten doen. Hiervoor is een mengmonster van 5 – 10 dieren per leeftijdscategorie nodig (gepoold mestonderzoek).

Contact informatie: Cor Gaasenbeek, CVI ONDERZOEK van Wageningen UR

Bron: BioKennis

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven