Verschillen tussen voederwaarde leghennenvoer bio en gangbaar

De voederwaarde van biologisch leghennenvoer hangt af van de chemische samenstelling en van de verteerbaarheid van de biologisch geteelde grondstoffen. Dit is te lezen in een artikel in V-Focus van juni 2010, over een onderzoek van Wageningen UR Livestock Research naar de verteerbaarheid en voederwaarde van de meest toegepaste biologische grondstoffen in leghennenvoer.

In de biologische houderij worden grondstoffen gebruikt die in de gangbare houderij niet of nauwelijks gebruikt worden, zoals sesamschilfers en veldbonen. Van deze grondstoffen zijn meestal geen voederwaardecijfers bekend.

De verteringscoëfficiënten van biologisch geteelde grondstoffen zijn ook vaak anders dan die van de overeenkomstige gangbare grondstoffen. Door verschillen in teeltwijze, bemestingsregimes, rassenkeuze, gehalten aan anti-nutritionele factoren (ANF’s) en bewerkingsprocessen kunnen de energiewaarde (OE) en verteerbare nutriënten van biologische grondstoffen afwijken van de waarden van gangbaar geteelde voeders.

De voederwaardecijfers voor leghennen in de Veevoedertabel van het CVB zijn nog gebaseerd op oud verteringsonderzoek met volwassen hanen. Kloppen die voedernormen nog wel?

Verschillen met Veevoedertabel CVB

De studie toont aan dat de voederwaarde van biologisch geteelde gerst, zonnebloemzaadschilfers en een goede en een een slechte kwaliteit maïs slechts gering afwijkt van wat de Veevoedertabel van het CVB (voor gangbare teelt) aangeeft.

De verteerbaarheid en voederwaarde van biologisch geteelde tarwe, erwten, sesamschilfers, getoaste sojabonen en rogge zijn slechter, terwijl deze bij biologisch geteelde raapzaadschilfers en sojaschilfers duidelijk beter zijn dan in de CVB-tabel.

Gehalten in de grondstoffen

Biologische schilfers bevatten veel meer vet (39 tot 69 g/kg) dan de gangbaar geteelde varianten.

In de biologische sector worden namelijk minder krachtige persen gebruikt om de olie uit de zaden te persen dan in de gangbare sector, waardoor meer olie (vet) in de schilfers achterblijft.

Daarnaast was het ruw eiwitgehalte in de biologische granen vaak wat hoger, maar in de eiwitrijke grondstoffen juist wat lager in vergelijking met de gangbaar geteelde varianten.

Verteerbaarheid van nutriënten

In de twee uitgevoerde experimenten werden de volgende biologisch geteelde grondstoffen onderzocht: sojaschilfers, raapzaadschilfers, zonnebloemzaadschilfers, gerst, maïs goede kwaliteit, maïs matige kwaliteit, sesamzaadschilfers, tarwe, rogge, maïs normale kwaliteit, sojabonen getoast, erwten.
In het artikel geven drie tabellen per onderzochte biologisch geteelde grondstof inzicht in

  • de verteerbaarheid (van ruw eiwit, ruw vet en overige koolhydraten)
  • de berekende energiewaarde (OE in MJ/kg)
  • het gehalte aan verteerbaar methionine en cysteine

Ook laten de tabellen de afwijkingen zien met de de waarden van gangbare grondstoffen in de Veevoedertabel van CVB.

Klik hier voor het complete artikel 'Voederwaarde bio en gangbaar verschilt', V-focus, juni 2010.

Contact informatie: Marinus van Krimpen, Livestock Research Wageningen UR.

Bron: BioKennis


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven