Minister Piet Adema heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van het Actieplan biologische landbouw. Hij geeft aan wat er door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in 2023 in gang is gezet met de sector en hij zet de koers uit voor 2024 en de komende jaren. Dat doet hij aan de hand van de drie pijlers van het actieplan.

Het belang van het stimuleren van marktontwikkeling wordt volgens Adema benadrukt door het feit dat er het afgelopen jaar geluiden waren over het terugschakelen van houders van biologische melkgeiten en pluimvee met name door het gebrek aan afzetmarkt voor hun biologische producten.

Het kabinet wil dat in 2030 op 15% van het landbouwareaal in Nederland
biologisch geproduceerd wordt. Het actieplan stoelt op drie pijlers. "De eerste pijler betreft de stimulering van de consumptie en afzet van biologische producten en het
vergroten van de bekendheid en herkenbaarheid van het keurmerk. De tweede
pijler gaat over biologische productie en de derde pijler over kennis en innovatie.
Een bestuurlijke organisatie ziet toe op de uitvoering van het plan en stuurt bij
waar nodig. De sector is hierbij betrokken. Externe experts worden gevraagd om
advies. Er wordt monitoring opgezet om de resultaten inzichtelijk te maken en er
zal een tweejaarlijkse beleidsevaluatie plaatsvinden."

In 2024 zal een consumentencampagne van de rijksoverheid gelanceerd worden, die meerdere jaren zal lopen. "Hiervoor is grondig onderzoek gedaan. Ook wordt in 2024 gestart met de uitvoering van een marktontwikkelprogramma, waarvoor een kwartiermaker is aangesteld. Begin 2025 zal een meerjarige subsidieregeling worden opengesteld om voorstellen van diverse partijen die aansluiten bij de praktijk te ondersteunen. Er wordt gekeken of de instelling van regionale samenwerkingsverbanden ('bio-regio's') daarin meegenomen kan worden. Om ondernemers te helpen die vragen hebben over omschakelen, is de wegwijzer voor biologisch ondernemen gelanceerd."

"Cruciaal om aanbod en vraag integraal te blijven stimuleren"
Tot slot roept de minister alle partijen op om proactief een bijdrage te leveren. "2023 was een veelbewogen jaar, waarin veel op de rails is gezet wat niet meteen zichtbaar is. Dit alles in goede samenwerking met de sector. Daarmee is een begin gemaakt, maar het kan pas echt werken als we deze toewijding vasthouden en een strategische afweging maken over de inzet van acties, waarin niet alles tegelijk kan. We zullen dus ook moeten focussen en prioriteren. Daarbij is het in ieder geval cruciaal om aanbod en vraag integraal te blijven stimuleren. LNV en RVO kunnen het niet alleen. Ik doe een beroep op alle partijen in de biologische én de gangbare landbouwsectoren om vanuit ieders verantwoordelijkheid zelf én proactief een bijdrage te leveren."

Klik hier om de volledige Kamerbrief te lezen.