Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
Update Rabobank:

Biologische markt stagneert: welke kansen heeft de sector?

Het zijn dynamische tijden in de biologische food- & agriketen. Terwijl de roep om onze voedselproductie te verduurzamen nog nooit zo groot is geweest, is de harde werkelijkheid dat de marktgroei momenteel stagneert. In deze update deelt Rabobank de belangrijkste ontwikkelingen in biologisch, de kansen en uitdagingen die de bank ziet en hoe we de ambitie om te stijgen naar 15% biologisch landbouwareaal in Nederland realiseren.

Beeld: Rabobank

Huidige marktontwikkeling niet gunstig voor bio
De afgelopen jaren is het biologische landbouwareaal gegroeid tot circa 4% van het totale landbouwareaal in Nederland. Tot 2021 was er een groeiende vraag naar biologische producten. Dat werd vooral gestimuleerd door de consument die steeds meer aandacht heeft voor dierenwelzijn en natuur. Maar ook door een gunstig economisch klimaat. Hierdoor kwamen er meer omschakelaars: boeren die hun landbouwgronden omzetten naar biologisch. Het omschakeltraject duurt twee jaar. Pas na deze periode mag je een product als biologisch product verkopen.

Sinds 2021 zien we de marktvraag stagneren en schommelt het aandeel biologische producten rond de 3% in het totaal van voedselbestedingen (bron: Agrimatie). Hierdoor zien we nog maar een beperkt aantal omschakelaars. De stagnerende marktvraag verklaren we vooral door de forse inflatie van de afgelopen anderhalf jaar. Consumenten zijn prijsbewuster geworden en kiezen voor goedkopere alternatieven dan het biologisch assortiment, dat vaak duurder is. Over het algemeen zien we daardoor druk op volumes. Terwijl ondertussen de productiekosten, van inkoop tot arbeid en rente, ook flink toegenomen zijn. We zien een afvlakking van inflatie, maar de kostenbelading blijft onverminderd hoog. Het boodschappenmandje wordt voorlopig niet goedkoper en de consument zal ook komend jaar kritisch blijven in haar uitgaven. Dat is niet gunstig voor de vraagontwikkeling naar biologisch.

Beloningsmodellen om consumentenbijdrage te vergroten
We zitten in een spagaat. De wens om te groeien naar een duurzaam voedselsysteem gaat (nog) niet samen met de bereidheid vanuit de markt om meer te betalen voor duurzame producten. Dit blijkt ook uit onze pas gepubliceerde studie. Daarin staat een uitgebreide analyse over of de consument bereid is een meerprijs te betalen voor een duurzamer geproduceerd product. We onderscheiden hierin vier modellen, met als uitgangspunten of een consument vrijwillig meedoet of verplicht wordt te betalen. En of die heffing productspecifiek of generiek betaald moet worden:

  1. Vrijwillige certificering en marktwerking;
  2. Generieke nationale certificering via ketenbreed akkoord;
  3. Gedifferentieerde heffingen op consumentenproducten;
  4. Generieke heffingen op consumentenproducten.

Beeld: Rabobank

Elk model heeft voor- en nadelen. Een productspecifiek model beloont duurzaamheidsprestaties van een specifiek product. Maar dit model is complex in de uitvoering. Een vrijwillig model is relatief simpel qua draagvlak.Het is wel de vraag of het model genoeg impact maakt. Alle modellen hebben een standaard definitie voor de duurzaamheidsprestatie nodig die verder gaat dan wat de wet voorschrijft. De duurzaamheidsprestatie moet ook meetbaar zijn.

Beloningsmodellen hebben ook beperkingen. Ten eerste zijn sommige duurzaamheidsvraagstukken locatie- of gebiedsspecifiek en daarom niet op te lossen met een generieke meerprijs voor de consument. Ten tweede dekt een bijdrage van de Nederlandse consument maar een deel van de rekening, omdat de Nederlandse land- en tuinbouw ruwweg 2/3 deel van de productie exporteert. Tot slot raakt een bijdrage van de consument voor dit doel aan een breder verdelingsvraagstuk tussen betrokken partijen in de keten, belastingbetalers en consumenten. Daarover is maatschappelijke overeenstemming nodig.

Biologisch is een prachtig voorbeeld van vrijwillige certificering en marktwerking die gecertificeerde producten, zoals bijvoorbeeld SKAL, Demeter en ECO, tegen een hogere prijs verkoopt. Dit model heeft wel een zorgvuldige afstemming van het aanbod op de vraag nodig. Bij een overaanbod komt de prijspremie voor de agrariër namelijk onder druk.

Hoe realiseren we dan de ambitie naar 15% areaal?
Afzetmarkten stimuleren is dus nodig om het bio-landbouwareaal verder te laten groeien naar de door de overheid gewenste 15%. Europa heeft zelfs de wens om naar 25% te groeien, blijkt uit cijfers van het RVO. Retail en supermarkten zullen als grote marktspelers meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Net zoals de industrie, die aan hen levert. Retail breidde de afgelopen 5 jaar het assortiment bio al flink uit en maakte het betaalbaarder. Inspirerende voorbeelden zijn er inmiddels voldoende. Los van biologische koplopers als Odin en Udea, kondigde HAK aan volledig over te willen stappen op biologische teelt. En Plus Supermarkten maakt van biologisch de standaard in bepaalde productcategorieën. Ze spelen hierbij in op een gemakzoekende consument die ontzorgd wil worden in het maken van een meer duurzame keuze.

Zoals blijkt uit ons eerder gepubliceerde trendrapport liggen er kansen in het bieden van ‘mentaal gemak’ voor de consument. Bij veel consumenten staat duurzaamheid volop in de aandacht. Veel consumenten beseffen dat hun consumptiepatroon impact heeft op milieu en klimaat. Door alle soms tegenstrijdige factoren die meespelen, is het vaak lastig voor individuele consumenten om duurzaam te kopen. Van industrie tot retailers: foodbedrijven gaan consumenten meer en meer helpen bij het maken van duurzamere keuzes.

De rol van true value
Toch moet de sector meer doen om de groeiambitie van 4% naar 15% in 2030 te realiseren. Zo kunnen ze bijvoorbeeld collectieve afspraken maken of collectief de productiestandaarden verhogen. De overheid kan daarnaast sturen door de negatieve bij-effecten van minder duurzame producten te beprijzen. Deze vorm van true value geeft voor de markt en de consument beter de ware waarde van een product weer.

De Rijksoverheid kwam vorig jaar met een actieplan om biologische landbouw te stimuleren. De komende jaren zijn cruciaal om een volhoudbaar systeem te creëren waarin voedselproductie beter in balans is met de natuur.

Kansen voor een individuele agrariër
Ondanks alle onzekerheden voor agrariërs, van geopolitiek tot marktbewegingen, zien we voor de individuele boer of teler momenteel vijf transitiepaden om de strategie van het eigen bedrijf aan te toetsen en op te bepalen. Afhankelijk van locatie, bedrijfsmodel en ondernemerschap zijn dat:

  1. Innoveren: met dit pad richten boeren en telers zich op een meer duurzame productie met minder uitstoot en hoger dierenwelzijn. Met behulp van technologie, precisielandbouw en verbeterd farm management verlagen ze emissies.
  2. Verplaatsen: om het bedrijf te kunnen voortzetten en ontwikkelen, kunnen boeren en telers hun bedrijf naar een andere locatie verplaatsen.
  3. Extensiveren: door grond aan te kopen of de veestapel kleiner te maken, wordt het aantal dieren of de productie per hectare kleiner.
  4. Omschakelen: boeren en telers schakelen om naar nieuwe, andere verdienmodellen. Zoals biologisch ondernemen of multifunctionele landbouw.
  5. Stoppen of staken: voor sommige bedrijven is het een strategische keuze om te stoppen. Dat kan ook betekenen dat ze hun bedrijf naar het buitenland verplaatsen.

Voor bijna alle scenario’s is omschakelen naar biologisch een reële optie. Het kan nieuwe verdienmodellen genereren, leiden tot een extensievere productie en onderdeel zijn van de innovatiestrategie. Bij verplaatsen naar een nieuwe locatie begin je als agrariër met een schone lei en kan de twee jaar omschakeling gelijk worden meegenomen in de verhuizing.

Bron: Rabobank

Publicatiedatum: