Wageningen University and Research’s ‘regenwormenprofessor’ Jan-Willem van Groenigen heeft als eerste Nederlander de Philippe Duchaufour Medal gekregen, een prestigieuze prijs in de wereld van bodemwetenschappen. Van Groenigen doet vernieuwend onderzoek naar de rol die wormen spelen in de bodem en is uitbater van Hotel CaliWormia. Ook is hij een geliefd docent.

Jan-Willem van Groenigen is eerder een duizendpoot dan een regenworm. Naast zijn vernieuwend onderzoek is hij hoofdredacteur van bodemkundig tijdschrift Geoderma, strijdt hij tegen fraude en prestatiedruk in de wetenschap en is hij te zien in de film Onder het Maaiveld. Het is allemaal meegewogen in de toekenning van de Medal, die wordt uitgereikt door de European Geosciences Union (EGU).

Van Groenigen onderzoekt de link tussen regenwormen en chemische processen in de bodem, vooral met betrekking tot de cycli stikstof, koolstof en fosfaat. ‘Het is uniek dat hij werkt op het snijvlak van biologie, chemie en landbouwmanagement – en dat in de context van klimaatverandering’, aldus de EGU. Het zinnetje ‘natural cycles in unnatural soils’, de titel van zijn inaugurele rede in 2017, vat zijn onderzoek goed samen. Van Groenigen: ‘We onderzoeken hoe natuurlijke cycli een onnatuurlijke bodem, wat veel landbouwbodems in wezen zijn, kunnen verbeteren. Daarbij kijken we welke bioa – entree: de regenworm – een rol spelen.’

Regenwormen maken fosfaat en stikstof sneller beschikbaar
De regenworm is door Van Groenigen goed op de kaart gezet. Van Groenigen: ‘Iedereen weet wel dat wormen goed zijn voor de bodem. Maar hoe dan precies? Ons onderzoek laat zien dat ze ook echt wat doen met de bodemchemie, waardoor ze bijvoorbeeld de beschikbaarheid van fosfaat voor planten vergroten. Fosfaat bindt snel chemisch aan bodemdeeltjes, maar wormen kunnen die fosfaat dan toch weer beschikbaar maken voor planten. Dat is bijvoorbeeld handig in landbouwgrond waar nog veel fosfaat van kunstmest uit het verleden te vinden is.’

Uit een meta-analyse waar Van Groenigen co-auteur van is, blijkt dat wormen ook de stikstofbeschikbaarheid in de bodem verbeteren. ‘Een oogst kan tot een kwart hoger worden als wormen met je meewerken.’

Hotel CaliWormia en geneugten docentschap
Maar hoe kom je aan al die wormen voor onderzoek? ‘Ja, nu wordt het leuk’, lacht Van Groenigen. ‘We organiseren ieder jaar een wormenvangwedstrijd, en we hebben een wormenhotel bij de campus gebouwd: Hotel CaliWormia.’

Dit hotel bestaat uit ingezonken bakken in de bodem met optimale omstandigheden voor verschillende wormensoorten. ‘Het is best lastig en tijdrovend om verschillende wormensoorten te vinden voor ons onderzoek, dus we hopen dat ze op het hotel afkomen. Het is een leuk experimenteel project, waar we willen kijken wat optimale omstandigheden zijn voor welke wormensoort. Sommige houden bijvoorbeeld van verse mest, anderen meer van gewasresten of compost.’ Van Groenigen houdt van dit soort onderzoek – al doende leren. Daarnaast is het wormenhotel een goede trekker voor een breed publiek.

Overal betrekt hij zijn studenten bij. “Je moet onderwijs leuk vinden als je op een universiteit werkt, vind ik. Ik vind het mooi om mijn kennis te delen en nieuwe inzichten van de studenten terug te krijgen. Het is mooi als je merkt dat het kwartje valt tijdens een college, juist bij studenten die flink hun best moeten doen. En soms komen er zulke goede studenten voorbij – echt een voorrecht om die te mogen begeleiden!”

Rol van de bodem bij koolstofbalans
Het is al even genoemd: Van Groenigen beziet zijn onderzoek ook in het licht van klimaatverandering. Hij schrijft – en is sceptisch – over koolstofopslag in de bodem. ‘De productie van organisch koolstof door fotosynthese is cruciaal – daar begint het mee. We hebben het nodig voor ons eten, geven het aan ons vee. Maar we moeten niet vergeten het ook weer terug te geven aan de bodem. Daarom houd ik me bezig met hoeveel koolstof we afvoeren, en hoeveel we terug moeten geven.”

Veel gronden verliezen nu koolstof, door intensieve bewerking en ontbossing. “Daarom ben ik sceptisch over de functie die de bodem wordt toegedicht om klimaatverandering tegen te gaan door vastleggen van koolstof. Meer vastleggen is niet realistisch als je kijkt naar hoeveel koolstof we kunnen produceren en hoeveel we nodig hebben voor voedsel. Ik vind de schattingen van de IPCC wat dit betreft dan ook te optimistisch. Laten we eerst focussen op het beperken van verliezen van koolstof, en op het verbeteren van probleembodems.’

Binnen een Europees project onderzoekt van Groenigen welke rol bacteriën, schimmels en ook wormen kunnen spelen om op een andere manier koolstof vast te leggen: ‘Mogelijk versnellen wormen de natuurlijke verwering van gesteenten, een proces waarbij er ook kooldioxide uit de atmosfeer wordt opgenomen. .’

Op de bres voor pure wetenschap
Tot slot doet hij zijn best om iets te doen tegen fraude in de wetenschap. Het nieuws dat wetenschappers, ook van WUR, zich inlieten met een Saoedische universiteit komt deels door zijn klokgelui. ‘Dat was heel pijnlijk. Er is natuurlijk ook een te hoge publicatie- en prestatiedruk in de wetenschap. Dat maakt dit soort verleidingen moeilijker te weerstaan, maar het maakt fraude niet minder verkeerd. Als wetenschapper heb je een bijzondere rol in de samenleving. Het klinkt misschien wat ouderwets, zeker in deze tijd, maar je staat toch voor objectieve waarheidsvinding. Daarom mag je verwachten dat er naar je wordt geluisterd. Maar dat werkt alleen als onze drijfveren niet in twijfel worden getrokken. Als we ons inlaten met dit soort frauduleuze praktijken dan raak je je geloofwaardigheid kwijt.’

De Philippe Duchaufour Medal wordt op 18 april 2024 uitgereikt in Wenen. ‘Als ik naar het rijtje mensen kijkt die de medaille al heeft gewonnen, ben ik echt erg trots.’

Bron: WUR