Wintersterfte onder honingbijen wordt door verschillende factoren bepaald

Er is de afgelopen vier jaar in het kader van het Honingbijen surveillance programma onderzoek gedaan naar de wintersterfte van honingbijen en mogelijke oorzaken daarvan. Specifiek is er gelet op de rol van de imker, ziekten en plagen van honingbijen, chemische middelen, stuifmeelbronnen en het landschap waarin de bijen vliegen. De hoofdconclusie is dat er niet één oorzaak is, maar dat verschillende factoren een bijdrage leveren aan wintersterfte. Voor Nederland kunnen noch ziekten, noch landschap of voedsel, noch chemische middelen als enige oorzaken van wintersterfte aangewezen kunnen worden. Dat schrijft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan de Tweede Kamer 

Uit het onderzoek blijkt dat bijenvolken beter overleven als de Varroamijt-infectie laag is. Dit was het geval in de meeste bijenvolken die onderzocht zijn. Dit is te danken aan een goede bestrijding door imkers. Nederland kende tussen 2014 en 2018 een lage wintersterfte van honingbijen. De sterfte lag 3 jaar onder de 15% en 1 jaar op 16%. In de winter is er altijd sterfte van honingbijen. Rond de 15% sterfte is daarbij een normaal niveau.

Het onderzoek voor het het Honingbijen surveillance programma is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV, onder leiding van Naturalis, door een consortium van relevante wetenschappers. Het onderzoek naar honingbijen wordt voortgezet in het Nationaal Honingprogramma.

Klik hier voor het rapport Final Report Honeybee Surveillance Program the Netherlands 2014-2018.

Bron: Ministerie van LNV via Groene Ruimte


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven