Lies Couckuyt, bio-bloementeler Fleur-Couleur:

"Een bloem die ruimte en tijd krijgt om te groeien, is een sterke bloem"

Na enkele jaren leren en experimenteren durfde Lies de stap te zetten om haar eigen bedrijf Fleur-Couleur op te starten. Intussen teelt ze haar bio-bloemen op grond van bio-boerderij ’t Schaaphof in Landegem.

Uit volle grond
Hoe ziet een jaar op het veld eruit?
Lies: "Het is hard werken van de lente tot de herfst, maar in de winter valt het wat stil op het veld. Dan maak ik onder andere mijn teeltplan voor het volgende teeltseizoen. Judaspenning, damastbloem, duizendschoon en verfwede komen in mei als eerste in bloei, net op tijd voor Moederdag. In juni volgen de voorjaarsbloeiers die begin maart gezaaid werden, zoals ridderspoor, juffertjes, papaver en leeuwenbekjes. Elk jaar kijk ik uit naar de IJsheiligen, want zodra de nachtvorst voorbij is, kunnen mijn dahlia’s, zinnia’s en zonnebloemen zorgeloos groeien. Op mijn veld vind je de grootste bloemenweelde van juli tot en met september. Helaas slinkt onze verkoop jaarlijks in de maand juli doordat veel mensen dan op vakantie gaan."

Hoe ga je te werk je als bio-teler? 
"Heel het seizoen wil ik verse bloemen garanderen en daarom zaai ik om de twee weken een nieuwe lichting. Bloemen die bestand zijn tegen een tikje vorst zaai ik, zodra de grond bewerkbaar is, rechtstreeks buiten in de volle grond. In februari zaai ik vorstgevoelige bloemen in de serre voor in trays. Dat zijn grote platen met kleine plantgaatjes. In bio gebruiken we geen kunstmest en geen conventionele beschermingsmiddelen. Je ziet ons dus vaak schoffelen op het veld om het onkruid te beheersen en we hebben een teeltrotatie om ziekten en plagen te voorkomen. Dat reguliere bloemen veelvuldig bespoten worden, heeft veel te maken met de manier van telen. Een bloem die ruimte en tijd krijgt om te groeien, is een sterke bloem. Ook na de oogst gebruiken wij geen conventionele middelen voor de bewaring van de bloemen."

"In natuurreservaten wordt de bodem vaak verarmd om de oorspronkelijke vegetatie terug in bloei te laten komen. Mensen denken daarom vaak dat wij ook zo te werk gaan: wat bloemen in een weide uitzaaien en de natuur haar gang laten gaan. Zo werkt het niet, want mijn bloemisten verlangen naar een snijbloem met een sterke steel en een goede houdbaarheid. Daarom gebruik ik ook compost en geitenmest. En zodra het zonnig en droog weer wordt, sta ik klaar om het jonge onkruid te schoffelen."

Heb je last van ziektes of plagen?
"Een keer had ik bladluizen op mijn salie. Ik dacht dat ze verloren waren maar twee dagen later ging ik kijken en er zaten allemaal lieveheersbeestjes op. Die hadden alle bladluizen opgegeten. Wanneer ik in de herfst flink heb geoogst, dan raken de bloemen wat meer uitgeput en zijn ze kwetsbaarder. Een beetje meeldauw, een schimmel die witte poederachtige vlekken geeft, is dan onvermijdelijk op sommige soorten. Ik besproei preventief die planten met een oplossing van biologische melk en dat werkt goed."

"Mijn veld zit vol met hommels, bijen en ook een heleboel vlindersoorten, waaronder de zeldzamere koninginnenpage en veel  blauwtjes. Af en toe heb je verlies. Bij lange regens of zware stormwind kunnen de bloemstelen bijvoorbeeld omverwaaien. Dat probeer ik te voorkomen door de bloemen met gaas te ondersteunen. Maar onvermijdelijk gaat er elk seizoen wel iets verloren. Werken met de natuur is een constante oefening in het leren loslaten."

Klik hier om verder te lezen.

Bron: Bio Mijn Natuur


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven