Nederland behoudt een sterke internationale concurrentiepositie, maar die staat structureel onder druk door achterblijvende productiviteitsgroei en beperkte investeringen in innovatie en kapitaal. Sinds 2022 versterken hogere energiekosten deze kwetsbaarheid, met name in energie-intensieve sectoren. Tegelijk laat Denemarken zien dat hoge productiviteit, sterke instituties en consistente investeringen wel degelijk samen kunnen gaan.
Op Europees niveau neemt de economische positie af ten opzichte van andere machtsblokken, mede door lage productiviteitsgroei, achterblijvende digitalisering en kwetsbare toeleveringsketens voor energie en kritieke grondstoffen. Concurrentiekracht krijgt daarmee steeds meer strategisch gewicht in een geopolitiek onzekere wereld.
© Rabobank
Figuur 1: Loonkosten per uur zijn in Nederland lager dan bij peers
Nederland scoort internationaal nog hoog op bbp per inwoner en arbeidsdeelname, maar de productiviteit per gewerkt uur blijft achter bij landen als België, Denemarken en de VS. Waar deze landen productiviteitsgroei combineren met stijgende lonen, blijft de productiviteit in de Nederlandse externe sector al circa veertien jaar nagenoeg stagneren. Dat ondermijnt het toekomstige verdienvermogen, ondanks relatief lage loonkosten per eenheid product binnen de eurozone.
De energiecrisis vergroot de druk op sectoren zoals chemie, logistiek en voedingsmiddelenindustrie, die hun historische kostenvoordeel deels verliezen. Geopolitieke spanningen houden energieprijzen bovendien volatiel.
Tussen sectoren bestaan grote verschillen: hightech, farmacie en financiële dienstverlening zijn relatief sterk, terwijl andere industriële en zakelijke diensten achterblijven. Internationale vergelijkingen laten zien dat Denemarken uitblinkt in ICT en farmacie, terwijl de VS vooral sterk zijn in technologie, energie en transportmiddelen.
© Rabobank
Figuur 2: Productiviteitsontwikkeling in Nederland staat al veertien jaar stil
Een belangrijke verklaring voor de Nederlandse achterstand ligt in lagere investeringen in R&D en kapitaalintensiteit, die sterk samenhangen met productiviteitsverschillen tussen sectoren. Tot slot blijkt dat economische prestaties niet automatisch leiden tot brede welvaart. Nederland, België en Denemarken scoren allemaal hoog, maar Denemarken combineert de hoogste brede welvaart met relatief kleine regionale verschillen en sterke milieuprestaties.
Lees hier het volledige rapport
Bron: Rabobank