Wageningen Economic Research heeft in een scenariostudie onderzoek gedaan naar de wereldwijde effecten van de oorlog in Oekraïne op voedselzekerheid en milieu. Twee jaar later hebben vooral de armere mensen in lage- en middeninkomenslanden minder toegang tot voedsel, zo blijkt uit de studie in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

De inval van Rusland in Oekraïne op 24 februari 2022 leidde overal ter wereld direct tot zorgen over de voedselzekerheid. Voor de oorlog waren Rusland en Oekraïne samen goed voor 28 procent van de totale export van tarwe in de wereld. Van alle zonnebloemolie in de wereld was maar liefst 65 procent afkomstig uit de landen die nu al twee jaar in oorlog zijn. Vooral de lage-en middeninkomenslanden in het Midden-Oosten en Afrika waren sterk afhankelijk van essentiële voedselproducten uit Rusland en Oekraïne, waar ook mais, zonnebloemzaad en raapzaad toe gerekend worden.

Brightspace
In het Horizon Europe BRIGHTSPACE project zijn de implicaties op het milieu (broeikasgassen en biodiversiteit) aan de studie toegevoegd. Hiervoor werd het computergestuurde MAGNET-mode gebruikt. Dit evenwichtsmodel voor de wereldeconomie beschrijft de ontwikkeling van prijzen, productie en handel op het niveau van individuele landen. Wageningen Economic Research gebruikt dit model om de gevolgen van veranderingen in de wereldeconomie en beleidswijzigingen, zoals internationale handelsbelemmeringen, door te rekenen. Op basis van een aantal scenario’s (hogere handelsprijzen, productiedalingen, hogere energieprijzen) rekende het model door hoe de oorlog uitwerkt op wereldwijde landbouwproductie, handelsstromen tussen landen, marktprijzen, voedselzekerheid, landgebruik en broeikasgasemissies.

Economieën lijden
De studie wijst om te beginnen uit dat de economieën van Oekraïne (-33% in de periode 2022-2024) en Rusland (-11%) sterk te lijden hebben onder de oorlog. Elders in de wereld is de impact op het BBP het sterkst in Centraal-Azië, een regio die van oudsher sterke handelsbanden heeft met Rusland. Vooral de stijgende energieprijzen laten zich hierbij voelen. Door het wegvallen van de export uit beide landen is de landbouwproductie in andere delen van de wereld juist gestegen. In de meeste regio’s, waaronder de EU, lag deze stijging rond de 5 procent. In Noord-Afrika nam de productie met 7% toe en in de rest van Afrika zelfs met 11%.

Uit de studie blijkt verder dat de prijzen voor primaire landbouwproducten als tarwe, andere granen en oliehoudende zaden op de wereldmarkt sterk zijn gestegen. Deels komt dat door de dalende export uit Oekraïne en Rusland, maar ook de sterk gestegen energieprijzen en duurdere kunstmest spelen mee. Dit vertaalt zich dan weer in sterk gestegen voedselprijzen. Die laten zich het sterkste voelen in landen met lage en middeninkomens, zoals Turkije, Egypte en landen in het Midden-Oosten. Deze landen hebben slechts een beperkte mogelijkheid om hun binnenlandse productie uit te breiden. Ze zijn daarom kwetsbaar voor prijsschommelingen op de wereldmarkt. Doordat de voedselprijzen harder stijgen dan de lonen van ongeschoolde arbeiders, leidt dit tot het probleem dat zij zich voedsel moeilijker kunnen veroorloven. Vooral de gestegen graanprijzen zijn daar debet aan, omdat het voedselpatroon van arme mensen vooral bestaat uit granen.

Milieugevolgen
De oorlog in Oekraïne heeft ook flinke milieugevolgen. De berekeningen uit de studie tonen enerzijds aan dat de totale broeikasgasemissies van de gehele economie zijn gedaald, doordat door de hogere energieprijzen fossiele brandstoffen deels zijn vervangen door biobrandstoffen en er minder fossiele energie en meer duurzame energie wordt verbruikt. Daar staat tegenover dat er als gevolg van de oorlog elders in de wereld meer landbouwgrond in gebruik is genomen. Vooral in Midden- en Zuid-Amerika is het landbouwareaal toegenomen. De broeikasgasemissies die direct aan landgebruik kunnen worden toegerekend, zijn hierdoor gestegen, doch minder dan de lagere emissies in de rest van de economie. Ook is er een hoger risico op biodiversiteitsverlies in deze regio’s.

Bijzonder is dat er niet alleen gekeken is naar voedselbeschikbaarheid, maar ook naar toegang tot voedsel. “Dit is veel lastiger in kaart te brengen”, aldus hoofdonderzoeker Hans van Meijl van Wageningen Economic Research: “Je moet dan bijvoorbeeld weten hoeveel mensen in verschillende arbeidstypen verdienen en wat zij moeten uitgeven aan voedsel. Vooral die inkomenskant wordt meestal genegeerd in onderzoek. In deze studie hebben we dit aspect juist expliciet meegenomen om de invloed van de oorlog op de toegang tot voedsel vast te kunnen stellen.”

Bron: WUR