Mogelijk beperking in gebruik wormmiddelen vanaf 2022

Gezien de mogelijk aankomende verandering in Europese wetgeving rondom biologische landbouw is het extra belangrijk voor een biologisch pluimveehouder om het gebruik van wormmiddelen zoveel mogelijk te beperken. Het gebruik van synthetische wormmiddelen is daarnaast ook een grote kostenpost wanneer eieren tijdens behandeling en wachttijd niet als biologisch verkocht mogen worden. In het kader van het onderzoek dat Reudink deed, is het bedrijf in gesprek gegaan met pluimveedierenartsen om biologische alternatieven voor de huidige middelen tegen wormen te vinden.

Buiten het feit dat de inzet van dergelijke middelen niet gewenst is in de biologische pluimveehouderij, zorgt de wachttijd tijdens en 48 uur op producten van dieren na het gebruik van wormmiddelen, in combinatie met afwaardering van eieren dat de inzet van de middelen een grote kostenpost is op koppel basis. Vandaar is het frequent monitoren door middel van mestmonsters eventueel in combinatie met sectie van groot belang om zo alleen synthetische wormmiddelen te gebruiken wanneer het echt noodzakelijk is. Daarnaast wordt er momenteel ook continu gezocht naar een biologisch alternatief voor de huidige middelen.



De zoektocht naar een alternatief
Een mogelijke optie is het gebruik van extracten of delen van planten die via het drinkwater of voer kunnen worden toegevoegd. Verschillende secundaire stoffen aanwezig in planten kunnen de ontwikkeling van wormen vertragen, zodat de wormdruk langzamer stijgt. Deze zijn op te delen in vier groepen en kunnen effect hebben op de buitenkant, voortplanting of ontwikkeling van de worm. Er zijn zelfs studies die beweren dat sommige plantextracten wormen afdoden, vergelijkbaar met de huidige middelen. Voorbeelden van alternatieve middelen die momenteel worden onderzocht kunnen delen van planten gebruiken afkomstig van bijvoorbeeld oregano, tijm, pompoenzaad of knoflook.

Echter zijn er nog veel vraagtekens omtrent het gebruik van deze en andere planten als vervanging of additief tegen wormen. Dit komt door de enorme hoeveelheid verschillende stoffen in planten, de verandering van structuur tijdens de extractie van de stoffen, en eventuele verandering tijdens bewerking voor verwerking in water of voer. Daarnaast kan de samenstelling en structuur van deze stoffen afhangen van de cultivatie en herkomst van de plant. Ook is het niet zeker of deze stoffen effect hebben op alle eerdergenoemde wormsoorten voorkomend bij pluimvee. Verder is het onbekend welk effect het op lange termijn toevoegen van bepaalde plantextracten heeft op de gezondheid en productie van de hennen. Ook de mate van dosering welke zowel veilig moet zijn voor het dier, maar ook effect moet geven tegen wormen is vaak nog onduidelijk.

Concluderend, plantenextracten hebben zeker potentie om het gebruik van huidige wormmiddelen te verminderen, maar momenteel is nog veel onbekend om een duidelijke conclusie te trekken en een werkende oplossing aan te dragen voor biologisch pluimvee.

Voor meer informatie:
Reudink B.V.
088 0248165
info@reudink-bio.eu
www.reudink-bio.eu 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Rss Twitter

© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven