Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven

“De biologische teelt van zachtfruit is topsport”

Tholen - Aan de vraag ligt het niet. Toch blijft het teeltareaal van biologisch zachtfruit op kleine schaal. Biologische aardbeien, bramen en frambozen zijn er wel, maar hebben nog niet hun plek opgeëist in het AGF-schap van een doorsnee supermarkt.


Fruitweelde Verpakken op het veld Nautilus Organic

Vraag
“De conventionele teelt van zachtfruit is in ons klimaat al best moeilijk, dus de biologische teelt is een echte uitdaging, zeker als het gaat om de bestrijding of preventie van ziekten en plagen”, vindt Sander De Proost van BelOrta. Deze Belgische telersvereniging heeft diverse soorten biologisch zachtfruit in het assortiment. Veel komt van een teler in West-Vlaanderen die op 60 hectare allerlei verschillende variëteiten teelt. “Blauwe bessen zijn veruit de belangrijkste teelt. Die hebben we van eind juni tot en met half september. Daarnaast worden er rode en witte bessen, stekelbessen en tot op heden ook kiwibessen geteeld, hoewel de laatstgenoemde er dit jaar voor het laatst zijn. Dit jaar stopt hij met de teelt van kiwibessen om plaats te maken voor het testen van diverse frambozenrassen. Dat biedt dat kansen, omdat er wel wat vraag is naar biologische frambozen, net als voor aardbeien en bramen.”

Meerdere gewassen
Dat conventionele zachtfruittelers ondanks de vraag niet massaal overstappen op biologische teelt, heeft diverse redenen. Allereerst hebben biologische telers een kortere oogstperiode ten opzichte van conventionele telers die zowel buiten, in tunnels of onder glas kunnen telen. Biologische teelt vereist telen in de volle grond. Bij biologische kwekerijen worden diverse gewassen geteeld. Dat is enerzijds om de afzet te vergroten, maar ook om de bodem gezond te houden door teeltrotatie. “De meeste aardbeientelers in Nederland doen alleen aardbeien en weten alles van die teelt. Als een aardbeienteler omschakelt naar biologische teelt, zal hij zijn bedrijfsactiviteiten moeten uitbreiden met andere teelten. Je krijgt dan een heel ander bedrijf”, vertelt Jan Robben. Als teeltadviseur bezoekt Jan aardbeientelers in binnen- en buitenland. “Juist in de afgelopen jaren is er in Nederland een verschuiving gaande van buitenteelt naar beschermde teelt. Aardbeien worden steeds meer in substraat geteeld en op stellingen, zodat het plukken makkelijker gaat en de vruchten minder kwetsbaar zijn voor invloeden van buitenaf. De biologische teelt kan niet meegaan in die ontwikkeling. Toch denk ik dat de biologische teelt voor een aantal telers best een optie zou kunnen zijn. Je kunt je ermee onderscheiden op de markt en als er vraag is vanuit de consument zal dat worden beloond.”


Jan Robben

Omschakelproduct
Een andere reden die bij het omschakelen als belemmering kan worden ervaren is de omschakelperiode. Pas de vierde oogst mag het label biologisch of biodynamisch dragen. De eerste drie teeltperiodes moet een teler wel aan de biologische richtlijnen voldoen, maar mag hij het nog niet onder het biolabel en tegen de bijbehorende prijs verkopen. Toch is dat volgens Elze-Lia Visser van Fruitweelde geen onoverkomelijk probleem. In de Betuwe teelt Elze-Lia bramen, frambozen, kiwibessen en rode bessen op biodynamische wijze. “In het eerste jaar teel je nog gangbaar product. Tijdens het tweede en derde jaar heet het product ‘biologisch in omschakeling’. Voor dat omschakelproduct, dat een iets hogere prijs heeft dan gangbaar product, zijn steeds meer klanten. Samen met Nautilus Organic, die onze producten verkoopt, werken we er hard aan om dit uit te breiden, zodat omschakelende telers een zachtere landing hebben.” Elze-Lia merkt ook dat er vraag is naar biologisch zachtfruit. “Die vraag groeit al jaren. Ik zou het heel fijn vinden als er een aantal goeie telers willen omschakelen. Er is zeker markt voor.”


Nautilus Organic Kiwibes Fruitweelde

Stappen in de veredeling
Elze-Lia is niet de enige die biologisch of biodynamisch zachtfruit teelt. Wel is deze groep telers veruit in de minderheid, weet ook Jan Robben. Vroeger was hij aardbeienteler, nu werkt als ZZP’er voor veredelaar Flevo Berry. “In de veredeling wordt de focus steeds meer gelegd op de weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Conventionele telers willen namelijk ook zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen gebruiken.” De komst van weerbaardere rassen zou ook de biologische teelt verder kunnen helpen.

“Natuurlijk blijven veredelaars zich focussen op de smaak en kwaliteit van een ras. Dat is ook voor biologische telers belangrijk, want je kunt wel een ras hebben dat weerbaar is tegen alles, maar als het niet smaakt, verkoopt het niet. De grootste stap naar weerbaardere rassen is jaren geleden al gezet door tolerantie tegen ziekten en plagen doelbewust in te kruisen. Als zaailingen voor een bepaalde schimmel vatbaar blijken te zijn, worden ze zonder pardon uit het selectieproces genomen. Er wordt dan niet meer met alle macht geprobeerd de schimmel te bestrijden. Als veredelaar moet je minstens tien jaar vooruitdenken en we zien dat alle telers in de toekomst het liefst geen chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruiken.

De beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen neemt ook af. Door geen middelen in het veredelingsproces ook toe te passen, zien we beter welke rassen gevoelig zijn voor welke ziektes en plagen. Daarop kunnen we nu selecteren en verder veredelen. Zo hebben we nu het ras Sonsation, dat zeer tolerant is tegen phytophthora cactorum, een schimmel waar de meeste aardbeienrassen gevoelig voor zijn. Binnenkort brengen we waarschijnlijk weer een nieuw ras op de markt met eveneens een sterke weerstand tegen deze schimmel.  Ook op het gebied van meeldauw worden stappen gezet. Nieuwe doordragers zijn daar veel minder vatbaar voor en ook in de ontwikkeling van junidragers wordt daar de focus op gelegd.”


Biologische blauwe bessen van BelOrta

Het kan best een uitdaging zijn om rassen te vinden die voor biologische teelt geschikt zijn, weet Elze-Lia. “Ik kijk vaak in eerste instantie naar de wortels. Frambozen zijn daarvan een mooi voorbeeld. Die worden tegenwoordig conventioneel steeds meer in containers geteeld. Dan wil je niet dat zo’n plant sterk wortelt. Ik heb juist heel veel wortels nodig, omdat de plant daardoor veel beter kan samenwerken met de schimmels in de bodem.” Inmiddels is Elze-Lia begonnen met haar tiende herfstras en die lijkt het prima te doen. “Ik heb door de jaren heen veel geleerd en begin steeds meer zicht te krijgen op welke rassen het hier goed doen. Dat kan voor de ene teler een ander ras zijn dan voor de andere teler. Het hangt er namelijk ook vanaf wat voor grond je hebt.”

Topsport
Haar ervaring in bodemsanering bracht Elze-Lia ertoe om biodynamisch te gaan telen. “Ik had zoveel troep gezien en voelde een drang om bodems gezond te maken”, vertelt ze. Ze begon met bramen, frambozen, kiwibessen, kersen en pruimen. De kersen en pruimen zijn er inmiddels uit en hebben plaatsgemaakt voor rode bessen. “Een gezonde bodem is een van de belangrijkste aspecten uit de biodynamische teeltwijze. Je stuurt op het geheel en voedt dus niet alleen je planten, maar ook het bodemleven en je houdt bij welke insecten er zijn."

Elze-Lia Visser van Fruitweelde

"Ik heb nu een kevertje in de frambozen dat aan de bladeren vreet. Een gangbare teler schrikt zich misschien het apezuur en wil de kever weghalen, maar ik besluit niet in te grijpen. Dat levert weliswaar minder blad en misschien minder vruchtkilo’s op, maar door niet in te grijpen krijgt het insectenleven de kans om zich te ontwikkelen en te nivelleren. Als je heel vaak een tik uitdeelt aan een deel van je insectenleven, heeft dat tot gevolg dat je minder soorten hebt die kunnen helpen als een ander insect zich gaat manifesteren.” Elze-Lia twijfelt er niet aan of het biodynamisch telen voor meer telers is weggelegd, ze ziet de groep binnen Nautilus Organic graag groter worden, maar ze benadrukt: “het is wel topsport. Als je matig bent in gangbaar telen, zul je biologisch niet kunnen. Als je daarentegen goed bent in het waarnemen, de planten snapt en weet wanneer het iets nodig heeft, maak je een hele mooie kans. Zulke collega’s heb ik er graag bij.”

Dit artikel verscheen eerder in editie 6, 34e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl.

Voor meer informatie:
BelOrta
Sander de Proost
[email protected]   
www.belorta.be 

Aardbeienacademie
Jan Robben
[email protected] 
www.aardbeien.net 


Fruitweelde
Elze-Lia Visser
[email protected] 
www.fruitweelde.nl