Hoe Melones de la Península de eerste Costa Ricaanse exporteur van bio-meloenen werd

Ruim 25 jaar geleden teelde Fernando Ajú in de Costa Ricaanse provincie Guanacaste rijst tijdens het regenseizoen en meloenen tijdens het droge seizoen. Zijn vrouw Jenny Calvo hield zich bezig met de logistiek en het vermarkten van de producten in en buiten Costa Rica en zo groeide het familiebedrijf Melones de la Península. 

In 2014 namen zoon en dochter, Ocksan en Suk Lin Ajú, het roer over, waarna het bedrijf zich steeds meer ging verdiepen in duurzame teeltmethoden en zo werd Melones de la Península in juli de eerste exporteur van biologische meloenen en watermeloenen in Costa Rica. 

Procomer (een organisatie ter promotie van de buitenlandse handel) bevestigt dat het bedrijf de eerste Costa Ricaanse exporteur van biologische meloenen is, hoewel het land tussen 2014 en 2019 voor ruim €70,5 mln aan overige biologische tuinbouwproducten exporteerde, waaronder ananas, sinaasappelen en koffie. De voornaamste bestemming van deze producten is Europa, waar de vraag toeneemt. Om deze markt te veroveren is diversifiëring nodig.

Keerpunt
Met haar visie wilde de familie Ajú twee doelstellingen realiseren: het betreden van de biomarkt, die in het land nog altijd in ontwikkeling was, en zich onderscheiden op de steeds veeleisender internationale markt.

In het land houden zich honderden familiebedrijven bezig met de biologische tuinbouw maar er zijn er maar weinig die officieel biologisch gecertificeerd zijn en het aantal van hen dat erin slaagt zijn producten te exporteren is nog veel kleiner. 

Volgens een recent rapport over de tuinbouwsector in het land, vertegenwoordigde het bio-areaal het afgelopen decennium amper 3% van het totale tuinbouwareaal in het land. In 2017 was dit slechts 1,7%. 

Om in Costa Rica het predicaat 'bio' te ontvangen, moet een product officieel gecertificeerd zijn door een certificeringsinstantie en het Ministerie van Landbouw en Veeteelt (MAG). De familie Ajú koos voor de instantie Kiwa die hun bedrijf ondersteunde tijdens het hele certificeringsproces. 

Het bedrijf begon met het aanpassen en reduceren van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen door biologische micro-organismen toe te passen (schimmels en bacteriën) om ziekten en plagen onder controle te houden. Daarnaast besloten zij over te schakelen op precisietuinbouw, waarbij gebruik gemaakt wordt van drones en irrigatiesystemen die het overmatig gebruik van water beperken.  

Suk Lin vertelt dat veel meloentelers altijd dachten dat het praktisch onmogelijk zou zijn om biologisch te telen omdat het fruit blootstaat aan diverse plagen, zoals witte vlieg. "Ze noemden het een utopie."

In 2011 behoorden meloenen zelfs tot de gewassen met het hoogste residu aan gewasbeschermingsmiddelen, zo blijkt uit gegevens van het Regional Institute of Toxic Substance Studies van de universiteit  (IRET).

Door veranderingen door te voeren slaagde Melones de la Península erin om haar pakstation en verwerkingsfabriek biologisch gecertificeerd te krijgen. Voor de eerste producten geëxporteerd konden worden, moest de familie samen gaan werken met een bedrijf waarvan het areaal gecertificeerd was omdat het land waar ze hun fruit nu telen dit certificaat nog niet heeft, hetgeen onontbeerlijk is om het officiële predicaat te mogen voeren. 

Tussen de samenwerkingsverbanden en certificeringsprocedures door lukte het Melones de la Península om 11.500 kilo fruit naar de overzeese markt te exporteren. Dit was een moeizaam proces. "In vijf jaar tijd verminderden we het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen met ruim 30%. In plaats van de verwachte lagere opbrengsten groeide de productie echter," vervolgt Suk Lin.

Het land waar het fruit werd afgezet was Nederland, een markt waar de toegevoegde waarde van het biopredicaat wordt gewaardeerd. 

Uit het meest recente onderzoek van Procomer blijkt dat het bedrijf de Europese markt wil veroveren en dat biologische producten goed gepositioneerd zijn om in deze doelstelling te kunnen slagen. 

Gabriela Sandí van Procomer legt uit dat de internationale markt zich bewust is van de inspanningen die deze bedrijven leveren om zich te onderscheiden, wat hen concurrerender maakt. "Afhankelijk van de markt zijn certificaten zoals bio noodzakelijk om nieuwe markten te kunnen betreden," aldus Sandí. 

Melones de la Península is ook in het bezit van andere certificaten, waaronder GlobalGAP, dat garandeert dat het product van hoge kwaliteit is en geproduceerd is met respect voor mens en milieu. 

De uitdagingen
Volgens Sandí zijn de kosten van certificering één van de grootste uitdagingen, evenals die van de interne aanpassingen die bedrijven moeten doorvoeren. De kosten van certificering variëren van €900 tot €3.600 per jaar.

Suk Lin legt uit dat het bedrijf opnieuw invulling moest geven aan haar budget. Op een bepaald moment besloot het bijvoorbeeld om geen nieuwe tractor aan te schaffen om vast te blijven houden aan de doelstelling voor de milieuvriendelijke teelt. 

"We moesten ook het gebruik van reinigingsmiddelen in onze faciliteit opnieuw onder de loep nemen", vervolgt Suk Lin. 

Voor de export van biologische product is de certificeringsprocedure erg kostbaar maar noodzakelijk om aanpassingen te kunnen maken. "We wilden bewijzen dat het mogelijk was."

Naast geld zijn Procomer en Suk Lin het erover eens dat het juiste advies de voornaamste factor is om waarde toe te voegen aan de producten. 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven