Groei Europese bio-areaal kabbelt voort

Voorlopig is het einde van de groei van de Europese biologische AGF-sector nog lang niet in zicht. Primeur dook in de meest recente data van Eurostat en zette de grootste areaal- en opbrengstontwikkelingen op een rij. De gegevens van het statistiekbureau zijn op 4 december voor het laatst geüpdatet en maken inzichtelijk wat in Europees verband de stand van zaken is op het gebied van wortelgewassen, verse groenten (inclusief meloenen), aardbeien, druiven en ander fruit uit gematigde klimaatzones.

Cultuurgrond

Het areaal biologische cultuurgrond is in de periode 2012-2016 in totaal met 37% toegenomen (zie tabel 1). Het Nederlandse areaal is tamelijk beperkt (21.889 hectare), maar kent tussen 2015 en 2016 percentueel gezien een relatief sterke groei (+6,8%). Sterkhouders Italië en Frankrijk voeren in 2016 de lijst aan met respectievelijk 841.176 hectare en 830.536 hectare. Opvallende verschijning in hetzelfde jaar is ook Zweden met 430.361 hectare. De cijfers maken echter geen onderscheid tussen gebruik in de AGF-teelt, veeteelt en akkerbouw. Aangezien het land in Scandinavië nooit een AGF-producent van betekenis is geweest, is het aannemelijk dat de biologische landbouwgrond daar hoofdzakelijk voor andere doeleinden wordt aangewend. Op jaarbasis maakt het areaal cultuurgrond in de omschakeling ook een aanzienlijke groei door. Van het volledige bio-areaal in 2016 (5.685.730 hectare) bevond zich circa een kwart (1.531.225 hectare) in de omschakeling.
 

Wortelgewassen

Voor wat betreft opbrengsten boeken de biologische wortelgewassen terreinwinst, zij het in bescheiden mate (zie tabel 2). In 2016 stond de teller op 222.505 ton (+13.276 tegenover 2015, +20.173 tegenover 2014). De Nederlandse teelt stond in 2016 met 54.119 in tonnen opbrengst fier bovenaan, maar zag dit volume ten opzichte van 2015 (61.104 ton) wel dalen. Zowel het Verenigd Koninkrijk als Zweden zagen hun opbrengsten juist met ongeveer een kwart toenemen, tot respectievelijk 35.520 en 34.700 ton, gevolgd door Polen (21.563 ton) en Letland (17.248 ton). Italië was in 2015 en de jaren daarvoor een speler van formaat (in 2014 zelfs nog de grootste), over 2016 zijn echter geen gegevens gerapporteerd.

Na een sterke groei in 2013 (+2.554 tot 32.312 ha) viel het Europese areaal in de twee daaropvolgende jaren licht terug om vervolgens in 2016 met 35.058 ha weer te pieken. Duitsland (10.820 ha) is in 2016 met bijna een derde van het Europese areaal koploper. Oostenrijk is een goede tweede (4.022 ha), gevolgd door Frankrijk (2.758 ha).

Verse groenten (inclusief meloenen)

De dataset van Eurostat maakt bij de cijfers over de verse groenten geen onderscheid tussen verschillende productgroepen. Voor het gemak kiest het orgaan ervoor om óók meloenen in deze analyse mee te nemen. In Europees verband wijst de gerapporteerde totaalproductie op een forse daling (1.161.052 ton in 2016; 1.353.720 in 2015), maar deze cijfers geven een hoogst vertekend beeld van de werkelijkheid, wetende dat er van Italië – in 2015 nog goed voor 252.255 ton – over 2016 geen cijfers beschikbaar zijn (zie tabel 3). Nederland mag zich op basis van de beschikbare cijfers wederom lijstaanvoerder noemen met 351.368 ton. Duitsland (299.493 ton) en Spanje (286.075 ton) completeren de top drie. De overige landen volgen pas op grote afstand, zoals Polen (45.798 ton) en het Verenigd Koninkrijk (42.319 ton).

Ook voor wat betreft het bio-areaal is Polen in 2016 met 51.866 hectare voor het derde jaar op rij niet te stuiten. Tezamen met Italië (43.646 hectare) neemt de bulkproducent net iets meer dan de helft van het totale Europese biologische groenteareaal voor zijn rekening. Het bio-areaal binnen het Verenigd Koninkrijk bevindt zich in een afglijdende schaal (10.024 hectare in 2013 tegenover 6.318 hectare in 2016), maar zag in de tussenliggende periode de gewasopbrengsten in tonnen juist flink toenemen, van 25.387 naar 43.907, wat er alle schijn van heeft dat er is geïnvesteerd in gewassen die renderen in opbrengsten per ha.

Verse aardbeien

De aardbeienproductie kent uitschieters in de vorm van Turkije (9.371 ton), Polen (6.007 ton), Spanje (5.078 ton) en Duitsland (3.352 ton). Afgezet naar deze volumes spelen de overige landen slechts een marginale rol (zie tabel 4). Bulgarije maakt een opvallende groeispurt door en klom van slechts 15 ton in 2013 op naar 680 ton in 2016. Gemeten over de periode 2012–2016 vertonen de aardbeienopbrengsten van alle productgroepen die Eurostat in kaart bracht de meest structurele groei (26.428 ton in 2016 tegenover 15.059 ton in 2012).

Die opwaartse trend vertoont een evenredig beeld bij de areaalontwikkelingen. Tussen 2015 en 2016 groeide het Europese biologische aardbeienareaal aanzienlijk: van 3.650 naar 4.249 hectare. Op Duitsland (+225 hectare), Turkije (+188 hectare) en Italië (+115 hectare) na vinden er in de overige landen geen noemenswaardige verschuivingen plaats.

Fruit uit gematigde klimaatzones

Deze productgroep kende in de periode 2012–2016 flinke schommelingen en fluctueert in Europees verband tussen de 200.000 en 400.000 ton (zie tabel 5). Turkije prijkt in 2016 bovenaan door in een jaar tijd de opbrengsten zo goed als te verdubbelen (168.919 ton tegenover 89.997 ton in 2015). Wederom ontbreken in deze cijfers gegevens van 'mastodont' Italië – die de voorgaande jaren eigenhandig goed was voor circa de helft van alle Europese opbrengsten. Over 2016 is Spanje ook nog altijd een speler om rekening mee te houden, hoewel het Iberisch Schiereiland wel wat verlies moest nemen (40.960 ton in 2016 tegenover 50.814 ton). Opvallend genoeg verkeerde Slowakije in 2016 in een vrije val (van 4.097 naar 67 ton), maar zag iets meer ten zuiden in Servië de opbrengsten bijna verdrievoudigen (van 7.038 naar 18.013 ton).

Het Europese biologische areaal voor fruit uit gematigde klimaatzones is over de periode 2014-2016 vrijwel onveranderd gebleven. Wel zijn de individuele verschillen tussen de landen aanzienlijk. Polen kende in 2016 een aanzienlijke daling: van 30.401 ha in 2015 naar 18.616 hectare, waarmee het land zijn koppositie moet afstaan aan Italië (22.378 hectare). Turkije – dat sinds 2013 onafgebroken areaalgroei kent – volgt Polen op de hielen met 16.260 hectare, hoewel het merendeel van de teelt zich nog in de omschakeling bevindt. Nummer vier Frankrijk (13.544 hectare) kent over de hele looptijd een lineaire groei en is daarmee ook een factor om rekening mee te houden.

Druiven

Eurostat maakt bij de analyse van de biologische druiven geen onderscheid tussen tafel- of wijndruiven. De opbrengsten vielen over 2016 een factor drie lager uit dan 2015 (305.409 tegenover 906.221 ton). Hoewel dit ook deels komt omdat wederom cijfers van Italië ontbreken (410.775 ton in 2015) is ook Spanje debet aan deze laag uitgevallen cijfers (zie tabel 6). De druivenopbrengsten in Spanje halveerden in een jaar tijd (211.623 ton in 2016 tegenover 410.775 ton). Turkije daarentegen maakte een opmerkelijke sprong: van 47.048 ton in 2015 naar 83.451 ton in 2016. De overige landen in de top vijf volgen pas op gepaste afstand: Griekenland (31.329 ton), Bulgarije (7.690 ton) en Kroatië (3.443 ton). Roemenië kende in 2015 een piekjaar met 6.405 ton, maar viel in 2016 weer terug op het ‘oude niveau’: 2.904 ton.

Het gemis van de cijfers met betrekking tot de biologische druivenopbrengsten uit Italië komt nu goed naar voren: het areaal groeit daar namelijk al vijf jaar op rij (103.545 hectare in 2016), op een teenlengte afstand van grootmacht Spanje (106.720 hectare). Dat de toename van Spaanse areaal ten opzichte van het jaar ervoor met 10.000 hectare toenam, kon niet verhelpen dat de opbrengsten in 2016 bijna halveerden.

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven