Grootte bio-areaal en veestapel neemt toe

Vlaamse bio-sector blijft groeien

In de EU28 bedroeg het biologisch areaal in 2014 10,2 miljoen hectare of 5,9 procent van het totale areaal. België heeft een aandeel van 5 procent in het Europees areaal en Vlaanderen vertegenwoordigt op zijn beurt 0,8 procent in het Belgisch bio-areaal. De Europese Unie heeft een aandeel van 38 procent in de wereldwijde retailverkoop van biologische producten. De grootste markt binnen Europa is Duitsland, met 7,9 miljard euro consumentenbestedingen. Hoewel Vlaanderen een kleine speler is op Europees niveau, blijft de sector standvastig groeien.



Standvastige groei

In de periode 2010-2015 nam het areaal met 53 procent toe aan een groeiritme
van gemiddeld bijna 7 procent per jaar. In de periode voor 2010 lag dit groeiritme
beduidend lager. In 2015 telde Vlaanderen 370 biologische bedrijven onder controle (+8 procent) met een oppervlakte van 5.343 hectare (+6 procent) waarvan 929 hectare in omschakeling is. 46 producenten staan onder controle voor directe verkoop van bioproducten en 50 voor de verwerking van primaire producten op het bedrijf. De belangstelling voor biologisch produceren blijft hoog. Landwijzer vzw zag het aantal inschrijvingen voor de vorming tot biolandbouwer verdubbelen op 5 jaar tijd en 60 procent van de afgestudeerden vond effectief een job in de sector. De adviesverlening van Bio Zoekt Boer zorgde voor een bijdrage van bijna een derde in het aantal nieuwe omschakelingen in 2015.

Teelten en dieren

81 procent van de biologische bedrijven zijn gespecialiseerde bedrijven en 19 procent gemengde bedrijven. 45 procent van de biobedrijven zijn gespecialiseerde groenten- en fruitbedrijven en 17 procent zijn gespecialiseerde veebedrijven. Bij de gemengde bedrijven is de combinatie van tuinbouwteelt het belangrijkste type (7 procent).
 
Het totale biologische areaal bestaat voor 46 procent uit grasland en areaal met
natuurwaarde, een status quo in vergelijking met 2014. Bodembedekkers maken 18 procent van het bio-areaal uit en bestaan voor 95 procent uit klavergewassen. Akkerbouw neemt 16 procent van het bioareaal in, aardappelen, groenten en kruiden 11 procent en 9 procent wordt aangewend voor de productie van fruit. 120 biologische bedrijven houden zich bezig met dierlijke productie. Eén op de drie bedrijven met dieren heeft enkel en alleen pluimvee. De biologische veestapel nam met 12 procent toe in 2015 en bedroeg 422.266 stuks.

Overheidsuitgaven

De overheidsuitgaven werden in 2015 geraamd op 3,9 miljoen euro. Dat is 4 procent
meer dan in 2014. 43 procent van de totale uitgaven komt rechtstreeks bij de bio-
boer terecht in de vorm van hectaresteun, investeringssteun, tussenkomst in de controlekosten, opmaak van bedrijfsomschakelingsplannen en aangepaste bedrijfsbegeleiding. 22 procent gaat naar onderzoek en kennisontwikkeling, dat is hetzelfde aandeel als vorig jaar. Een vijfde gaat naar keten- en marktontwikkeling en de resterende 15 procent omvat de promotie voor bio-producten vanuit VLAM en de vorming voor bio-landbouwers. Naast deze specifieke uitgaven werd ook nog 1,1 miljoen euro aan toeslagrechten uitbetaald aan 161 biologische producenten.

Consumptie en distributie

De totale bestedingen van biologische producten (voeding en niet-voeding) in België, opgemeten door GfK Panelservices Benelux in opdracht van VLAM, groeiden in 2015 met 18 procent tot 514 miljoen euro. Vlaanderen heeft hierin een aandeel van 237 miljoen euro. Het Belgische marktaandeel van de biologische versproducten bedraagt 2,7 procent in de totale bestedingen aan versproducten en groeit hiermee verder. Biologische vleesvervangers hebben het grootste marktaandeel. Bio-vleeswaren zijn het minst in trek: het marktaandeel blijft beperkt tot 0,8 procent. Ruim 88 procent van de Belgische gezinnen kocht vorig jaar wel eens een bio-product. Biologische versproducten zijn in België gemiddeld een derde duurder dan gangbare producten en dit prijsverschil blijft nagenoeg stabiel over de jaren
heen.

De klassieke supermarkt verloor terrein maar blijft het grootste biokanaal. Op de tweede plaats volgt het gespecialiseerde kanaal (speciaalzaak / natuurvoeding / superettes waaronder ook Bioplanet). De hard discount blijft bescheiden voor bio maar groeit wel. De hoevewinkel en de boerenmarkt zijn kanalen met een hoger percentage aan biologische producten in het assortiment dan gemiddeld.

Voor een link naar het hele rapport, klik hier. (PDF-bestand)

Bron: Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven