Werkgevers niet happig op arbeidsbeperkten of ouderen

Het in dienst nemen van mensen met beperkingen heeft bij afzonderlijke bedrijven een zeer lage prioriteit. Ook zijn zij vaak niet bekend met de regelingen die dit moeten stimuleren. Dit stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport 'Vraag naar arbeid 2013'. Ook vinden werkgevers het steeds wenselijker dat ouderen na hun 60e doorwerken. Een vijfde meent echter dat de loonkosten van ouderen hoger zijn dan hun productiviteit.

Tevens geven werkgevers meer prioriteit aan scholing en zetten vaker het persoonlijk opleidingsplan (POP) in. De uitgaven aan scholing bleven in de periode 2000-2010 constant. Ook namen Van-werk-naar-werk activiteiten niet toe. Steeds meer bedrijven maken gebruik van flexwerkers. Het aandeel organisaties met tijdelijke werknemers steeg van 31% in 1995 naar 64% in 2011. Het aandeel bedrijven met telewerkers steeg in de periode 2006-2012, van 21% naar 46%. Werkgevers kiezen voor telewerken om de productiviteit te verhogen.


Het rapport 'Vraag naar arbeid 2013'.

Dit zijn dus enkele conclusies uit de SCP-publicatie Vraag naar arbeid 2013 die op 13 mei verschenen is. In deze studie gaan onderzoekers dr. Patricia van Echtelt, dr. Jan Dirk Vlasblom en Marian de Voogd-Hamelink na of het personeelsbeleid van werkgevers de afgelopen tien jaar veranderd is. Belangrijke thema's die aan bod komen zijn: de flexibilisering van de arbeidsmarkt, scholing en mobiliteit, en beleid gericht op ouderen, arbeidsbeperkten, en de combinatie van arbeid en zorg. Er is gebruikgemaakt van het tweejaarlijkse werkgeverspanel dat het SCP uitvoert onder bedrijven met vijf of meer werknemers. Deze editie van het werkgeverspanel is afgenomen in 2011 en in 2012.

Discrepantie beleidsdoelstellingen en dagelijkse bedrijfspraktijk

De gegevens laten zien dat het personeelsbeleid dat bedrijven voeren niet altijd in lijn ligt met wat de overheid en de sociale partners belangrijk vinden. Dat betreft het aantrekken van mensen met een arbeidsbeperking, langer doorwerken, een hogere arbeidsdeelname en meer (algemene) scholing.

Werkgevers geven aantrekken arbeidsbeperkten lage prioriteit

In 2011 gaven maar weinig werkgevers (9%) in hun personeelsbeleid prioriteit aan het aantrekken van arbeidsbeperkten. Dit is lager dan het aandeel werkgevers dat prioriteit geeft aan beleid voor andere groepen, zoals personen uit migrantengroepen (12%) of 'meer vrouwen aan de top' (18%). Ook is een kwart tot de helft van de werkgevers niet op de hoogte van regelingen die het aantrekken van arbeidsbeperkten moet stimuleren, zoals de no-riskpolis en loonkostensubsidie. Dit verklaart mede waarom slechts 5% tot 12% een beroep doet op dergelijke regelingen.

Werkgevers accepteren langer doorwerken, maar zijn niet positiever over ouderen

Werkgevers vinden het steeds normaler en wenselijker dat werknemers in hun organisatie doorwerken tot de pensioenleeftijd. Terwijl in 2001 nog 41% het wenselijk vond dat werknemers na hun 60e doorwerken, was dit in 2011 61%. Ondanks dat werkgevers accepteren dat werknemers in de eigen organisatie langer doorwerken, nemen zij weinig nieuwe 55-plussers aan. Het oordeel van werkgevers over het functioneren van ouderen is in de periode 2001-2011 niet veranderd. Nog steeds geeft ruim een op de vijf werkgevers aan dat de productiviteit van 55-plussers lager ligt dan hun loonkosten.

Uitgaven scholing en van-werk-naar-werk activiteiten niet toegenomen

Het aandeel werkgevers dat prioriteit geeft aan scholing steeg in de periode 2005-2011 van 66% naar 72%. De inzet van het persoonlijke opleidingsplan (POP), een overeenkomst tussen werknemer en werkgever over de persoonlijke ontwikkeling van de werknemer, steeg in de periode van 31% naar 42%. De uitgaven van werkgevers aan scholing zijn in de periode 2001-2010 echter niet gestegen. Het aandeel werknemers dat studieverlof aanvraagt laat een dalende lijn zien. Mogelijk dat scholing vooral wordt ingezet voor problemen op de korte termijn, en minder voor 'duurzame inzetbaarheid' van werknemers. Het aandeel bedrijven dat zogenoemde van-werk-naar-werk activiteiten heeft ingezet, dat wil zeggen begeleiding van met ontslag bedreigd personeel naar ander werk, is in de periode 2007-2011 niet gestegen.

Aandeel bedrijven met flexwerkers neemt toe

Naast bovenstaande ontwikkelingen laten de gegevens een steeds verdergaande flexibilisering van de arbeid zien. Meer bedrijven maken gebruik van flexwerkers. Het aandeel bedrijven met tijdelijke contracten steeg van 31% in 1995 naar 64% in 2011. De groei deed zich met name voor bij kleine bedrijven (van 15% naar 47%). Werkgevers gebruiken flexwerkers vooral om de bedrijfsomvang snel aan te kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Snel groeiende bedrijven hebben een relatief groot aandeel flexwerkers, terwijl krimpers de flexwerkers er als eerste uitzetten. De grootste klappen van de economische crisis zijn dan ook gevallen bij tijdelijke werknemers. Opvallend is dat tijdelijke contracten zonder uitzicht op vast werk vaak worden ingezet bij structurele werkzaamheden en dus niet alleen bij tijdelijk werk. Als het contract afloopt wordt een nieuwe werknemer gezocht om de werkzaamheden te verrichten.

Telewerken neemt toe

Steeds meer organisaties hebben één of meer werknemers die telewerken. Het aandeel bedrijven verdubbelde in de periode 2006-2012 (van 21% naar 46%). Opvallend is dat werkgevers telewerken vooral inzetten als manier om de productiviteit te verhogen, en minder als mogelijkheid om de combinatie van arbeid en zorg te verlichten. Het aandeel bedrijven dat prioriteit geeft aan beleid gericht op de combinatie van arbeid en zorg steeg in de periode 2007-2011 licht van 45% naar 49%.

Klik hier voor het volledige rapport.

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven