Prof.dr. Ewout Frankema:

"Afrika kan economische kloof met het Westen snel dichten"

Afrika kan in de komende tijd wel eens een gunstige omwenteling doormaken, weg uit de armoede. Een aantal historische factoren die tot nu een snelle agrarische transitie belemmerden vallen in rap tempo weg. Toch zal zich in Afrika geen 'groene revolutie' voltrekken zoals sinds de jaren '70 in Azië. En er zal grotere ongelijkheid tussen regio's ontstaan, met bijbehorende grote migratiestromen. Dat zei prof.dr. Ewout Frankema op 23 mei bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Agrarische en milieugeschiedenis aan Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR.

Eerst agrarische, dan industriële revolutie?

De geschiedenis laat zien dat grote beschavingen tot bloei zijn gekomen via effectieve strategieën om voedsel te verzamelen, te produceren of te verhandelen. Met agrarische overschotten kunnen legers worden gevoed, steden gebouwd en schatkisten gevuld, zo vat prof. Frankema een illustere voorganger van hem samen in zijn inaugurele rede Africa and the Green Revolution - A Historical Perspective. De historische ontwikkeling in het Westen is zo gelopen en in de tweede helft van de 20ste eeuw voltrok zich de Aziatische Renaissance, die primair wordt geassocieerd met een snelle industriële ontwikkeling maar die vooraf werd gegaan door een indrukwekkende groei in de opbrengsten van voedselgewassen. Gaan we dat in Afrika ook zien, nu de economie op het continent wel groeit maar de bevolkingsomvang nog harder, is de vraag waar Frankema in zijn rede op in gaat.


Relatief minder voedselproductie dan in 1960

Tot dusver is Afrika, of om specifieker te zijn: Afrika ten zuiden van de Sahara, achtergebleven bij de economische ontwikkeling van het Westen en Azië. Sterker, in veel Afrikaanse landen is de voedselproductie per hoofd van de bevolking in vergelijking met 1960 gedaald. Door de ecologische omstandigheden is de landbouw in grote delen van Afrika noodgedwongen extensief. Die omstandigheden zijn niet bepaald de optimale waaronder de Aziatische groene revolutie zich voltrok.

Toch waarschuwt Frankema hierbij voor een al te sterk deterministisch denken. Afrikaanse landbouw is allerminst primitief en heel wel in staat de eigen bevolking te voeden. Meer nog, het potentieel dat de laatste twintig jaar beschikbaar komt aan industriële technologie en mechanische kracht is enorm.

Gebrek aan centraal staatsgezag

Terecht wordt volgens Frankema gewezen op de drijvende kracht achter de Aziatische groene revolutie die uitgaat van centrale regeringen. Juist in Afrika is de staatsvorming, mede door toedoen van de koloniale erfenis, zwak. De versterking van het centrale staatsgezag kwam tot nu toe ook moeizaam van de grond omdat de dichtheid van de bevolking vaak gering was en de agrarische bevolking veelal een nomadisch bestaan leidde.

Dat laatste is nu aan het veranderen: landbouw in Afrika is in toenemende mate grondgebonden en levert meer op. Bovendien groeit de bevolking, vooral in de steden. En dat samen levert weer sterkere centrale regeringen op:
  • Er is een revolutie gaande op het gebied van transport en communicatie waardoor afstanden veel minder tellen en door direct beschikbare informatie commercieel ingestelde boeren oneindig veel grotere mogelijkheden krijgen.
  • Bevolkingsgroei en urbanisatie zorgen voor een demografische revolutie die een groei van de agrarische sector bewerkstelligen, bijvoorbeeld doordat de stedelijke vraag naar voedsel toeneemt en de groeiende middenklasse in staat zal zijn hogere prijzen te betalen voor voedsel.
  • Macro-economisch is het vooruitzicht van veel Afrikaanse landen veel beter dan tot voor kort.De schuldpositie van de landen is vaak maar de helft van Westerse landen. Bovendien groeien de meeste economieën in Afrika, in tegenstelling to de jaren '30 en jaren '70 van de vorige eeuw, gestaag door ten tijde van economische neergang in het Westen.
  • Tenslotte veranderen de politieke spelregels op het continent: de opkomst van een stedelijke cultuur en het feit dat politici steeds meer rekening houden met de wil van de kiezer zorgen voor een institutionele verandering in de landen in gunstige zin.

Ewout Frankema, Leerstoelgroep Agrarische- en Milieugeschiedenis

Niet in heel Afrika een Groene Revolutie

Toch ziet prof. Frankema in Afrika geen herhaling van de Aziatische groene revolutie. De verschillen in historische ontwikkelingslijnen tussen de diverse regio's op het continent en de grote verschillen in de kracht van het centrale staatsgezag maken dat sommige landen grotere kans maken via groei aan de armoede te ontsnappen dan andere landen. Zo is de hoogleraar veel optimistischer over de Westafrikaanse kuststrook, met landen als Ghana, Senegal en Benin, en tamelijk compacte landen met relatief intensief landgebruik als Rwanda, Burundi en Oeganda, dan over landen in het binnenland als Niger en Tsjaad, of grote koloniale constructies als Congo, Soedan of Nigeria. Zo kan de Afrikaanse groene revolutie de ongelijkheid binnen het continent vergroten en migratiestromen tussen de landen doen toenemen.

Ewout Hielke Pieter Frankema (Opeinde (F), 1974) studeerde economie en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar promoveerde hij op studie naar inkomensongelijkheid in historisch perspectief in Latijns Amerika. Voor hij naar Wageningen kwam was hij universitair docent aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Voor zijn werk kreeg hij zowel een VENI- als een VIDI-beurs van NWO en een ERC Starting grant.

Prof. Frankema's onderzoeksagenda richt zich vooral op een beter begrip van de lange termijngeschiedenis van ontwikkelingsregio's (Afrika, Latijns Amerika en Azië). Hij is lid van de Wageningen Young Academy.

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven