Waar liggen de kansen voor bio-pompoenen?

Zijn er afzetkansen voor pompoenen voor verwerking? Hiervoor zijn de mogelijkheden en de eisen voor verwerking in beeld gebracht. Op basis hiervan zijn de rassen in de demoteelt vervolgens bediscussieerd met telers en ketenpartijen. Ook zijn van de rassen een aantal meetbare eigenschappen vastgelegd.

De babyvoedingindustrie is een belangrijke afnemer van biologische geteelde pompoenen. Dit vooral vanwege de hoge residu-eisen. Daarnaast is er een markt voor droge pompoensoepen (poedervorm) en kant-en-klare soepen (natte soepen). Ook is er een toenemend aanbod in de winkels pompoenblokjes en pompoenslierten, inspelend op de trend om voor de maaltijd vers product te gebruiken, zonder dat het bereidingstijd kost. De afzet voor pompoenpitten is in Nederland gering en de afzetkanalen zijn vrij onbekend. Pompoenpitten worden wereldwijd gebruikt in sauzen voor vleesgerechten, in baksels (broden en koeken), in als snack in notenmixen of puur en voor het persen van pompoenolie. Belangrijke eisen van pompoen voor verwerking zijn: opbrengst, droge stofgehalte, verwerking met of zonder schil, kleur en rendement van het vruchtvlees, grootte en vorm van de pompoen en de bewaarbaarheid. Tegen de achtergrond van genoemde deelmarkten en producteisen zijn de rassen beoordeeld. Aanvullend is rond pompoenverwerking informatie uit de literatuur en andere bronnen verwoord.

Samenvattend kan worden gesteld dat de in Nederland veel geteelde oranje pompoenen voor de versmarkt (met name Hokkaido-typen) geschikt zijn voor verwerking wat betreft vorm, inhoudsstoffen en kleur van vruchtvlees. De logistiek voor verwerking is momenteel deels ingesteld op de relatief kleine maat van deze pompoenen. De productie per hectare van deze typen is relatief laag. De huidige gebruikte rassen voor de verse markt zijn momenteel bruikbaar in de huidige kleine markt voor pompoen verwerking.

Bij toenemende vraag naar pompoen vruchtvlees voor verwerking zal, uit kostenoverwegingen, de wens naar voren komen naar productievere rassen met betere bewaarbaarheid. Na opschaling van de verwerking en aanpassing van de logistiek zullen andere rassen worden gevraagd met dezelfde positieve eigenschappen, maar met een hogere opbrengst en stukgewicht. Basisvoorwaarde daarbij blijft dat deze rassen ook in koele Hollandse zomers goed gedijen.

Voor meer informatie: Kees van Wijk, PPO van Wageningen UR

Bron: bioKennis

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven