Hoogleraar van Lenteren: 'Houding pesticidenindustrie dwarsboomt biologische plaagbestrijding'

"Biologische bestrijding is de meest milieuveilige en rendabele methode om plagen in de landbouw te bestrijden. De introductie van milieuvriendelijke plaagbestrijding verloopt echter moeizaam door de houding van de pesticidenindustrie, van lakse overheden en door een overvloed aan regels". Dat zegt prof.dr. Joop van Lenteren bij zijn afscheid als hoogleraar Entomologie aan Wageningen Universiteit.

Volgens Van Lenteren is de lobbyende pesticidenindustrie niet geïnteresseerd in biologische bestrijding omdat natuurlijke vijanden niet gepatenteerd kunnen worden, niet lang te bewaren zijn, specifiek werkzaam zijn en extra training eisen van verkopers en landbouwers. Bovendien zijn chemische middelen goedkoper voor de gebruiker omdat de indirecte kosten van gezondheid, milieuvervuiling en het doden van nuttige insecten niet worden verrekend.

Ook overheden komen er in de visie van hoogleraar Van Lenteren niet goed vanaf. "Het ontbreekt overheden aan een beleid voor duurzame oplossingen van plaagbestrijding. Omdat de industrie niet gebaat is bij een activiteit met een marginale winstmarge, moet de overheid een regulerende rol spelen". Die rol lijkt echter eerder door retailers en consumenten te worden vervuld. Steeds vaker vragen zij om producten die vrij zijn van pesticiden.

Een derde belemmering voor de introductie van biologische bestrijdingsmethoden zijn de groeiende massa regels en richtlijnen, bijvoorbeeld over import en loslaten van natuurlijke vijanden. "Deze regels kunnen en moeten sterk vereenvoudigd worden en op elkaar worden afgestemd", aldus professor van Lenteren.

Wereldwijd worden 170 natuurlijke vijanden op commerciële basis geproduceerd om meer dan 100 regelmatig terugkerende plagen te bestrijden. Het meest gebruikte organisme is het lieveheersbeestje Rodolia dat in meer dan 50 landen schildluisplagen onder de duim houdt. Biologische bestrijding levert als ecosysteemdienst jaarlijks een bedrag van 400 miljard dollar op.

Phytofar, de Belgische vereniging van de industrie van plantenbeschermingsmiddelen, engageert zich naar eigen zeggen al jaren om ook voor het biologisch productiesysteem gewasbeschermingsmiddelen te ontwikkelen en op de markt te brengen. Phytofar respecteert op die manier de keuzes van individuele landbouwers en van consumenten.

Het is volgens de organisatie wel belangrijk om te beseffen dat gewasbescherming onmisbaar is en blijft in de hedendaagse, duurzame landbouw. Phytofar verwijst naar een recente studie van de universiteit van Berlijn die berekende dat we nu al 34,9 miljoen ha landbouwgrond nodig hebben buiten Europa, een oppervlakte vergelijkbaar met gans Duitsland, om aan onze voedsel‐ en grondstoffenbehoeften te voldoen.

Dezelfde studie heeft volgens Phytofar aangetoond dat een uitbreiding van biologische teeltsystemen in Europa naar 10 procent van het areaal equivalent staat aan nog eens 5,1 miljoen ha extra landbouwgrond die buiten Europa gezocht moet worden.

Bron: VILT, 21-06-10

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven