De ambitie om het aandeel biologische landbouw in Nederland te laten groeien van 5 procent nu naar 15 procent in 2030 roept discussie op in de sector. En op Europees niveau ligt de lat nog hoger: daar ligt de ambitie op 25% van het landbouwareaal dat biologisch moet zijn in 2030. In reacties op een analyse van ING-sectoreconoom Trade & Retail Dirk Mulder op LinkedIn klinken twijfels over de haalbaarheid, waarbij vooral de vraagzijde als knelpunt wordt genoemd.
© Taras Bodnar | Dreamstime
Dirk betoogt, met als aanleiding een artikel van het dagblad NRC, dat de biologische telers in Nederland de wind tegen hebben. "Waar Nederlandse bioboeren eerder profiteerden van export naar landen als Duitsland en België, verschuift de vraag daar steeds meer naar lokaal geproduceerde biologische producten. Tegelijkertijd groeit de binnenlandse consumptie nauwelijks", schrijft hij.
Geen productie-, maar marktvraagstuk
In een reactie eronder stelt Erik Bekkering dat de kern van het probleem niet bij productie ligt: "Dit is geen productievraagstuk, maar een marktvraagstuk. Zolang de vraag niet structureel groeit, blijft opschaling voor boeren te risicovol." Volgens hem ligt de oplossing in het organiseren van vraag via retail, horeca en publieke inkoop, en in langjarige afspraken tussen boeren en afnemers.
Ook anderen wijzen op structurele knelpunten in het systeem. Jeroen Verspuij: Dit is een klassiek voorbeeld van een systeem dat wél de ambitie uitspreekt, maar nog niet de juiste route ontwerpt." Hij wijst op onzekerheid in afzet, druk op marges en een keten waarin risico's ongelijk verdeeld zijn.
Benadrukken van voordelen bio
De rol van de consument komt in meerdere reacties terug. Sem van den Brink ziet vooral een communicatieprobleem: "Biologisch wordt uitgelegd vanuit milieu, terwijl de consument vooral bezig is met prijs en gemak." Willemijn Beelen voegt toe dat de huidige boodschap vaak niet aansluit bij het koopgedrag: "De sleutel ligt bij het benadrukken van de voordelen van bio kopen voor jou, nu."
Tegelijkertijd is er kritiek op de focus op biologische landbouw als doel op zich. Marcel Wenneker vraagt zich af waarom zo sterk wordt gestuurd op areaal. Hij pleit voor een bredere benadering van duurzame teelt, waarbij ook andere vormen een rol spelen.
Controle blijft altijd nodig
Sommige reacties gaan nog een stap verder. Auke Hempenius noemt 15 procent biologisch areaal in 2030 'een utopie' en ziet meer in een alternatief zonder certificering. Daar is niet iedereen het mee eens: Hans van Willenswaard waarschuwt dat 'kwaliteitscriteria en controle erop altijd nodig zijn'.
Daarnaast wordt gewezen op prijs en kosten. Volgens verschillende reageerders blijft biologisch voor veel consumenten te duur. Tegelijk stelt Wiebe van Erkelens dat die vergelijking incompleet is: "Als de nevenschade van de reguliere intensieve landbouw wordt meegenomen, is biologisch veel goedkoper."
Aandeel biologische akkerbouw beperkt
Ook de samenstelling van het biologische areaal speelt mee in de discussie. Stefan van Gestel merkt op dat 75% van het biologische areaal grasland is en dat het aandeel biologische akkerbouw beperkt blijft.
© CBS
De rode draad in de reacties: zonder groei van de vraag en aanpassingen in de keten blijft de ambitie moeilijk haalbaar. Zoals Erik het samenvat: je moet eerst vraag en aanbod beter op elkaar aan laten sluiten. "Pas dan wordt 15% (en verder) realistisch."
Bron: Dirk Mulder op LinkedIn