Tholen - De inzet van biologische plaagbeheersing staat volop in de belangstelling nu het middelenpakket in de landbouw steeds verder onder druk komt te staan. Een van de technieken die daarbij regelmatig wordt genoemd, is de Steriele Insecten Techniek (SIT). Bij De Groene Vlieg wordt deze methode al jaren op commerciële schaal toegepast in de uienteelt. Volgens Agri Innovation Manager Anne Kippers ligt de sleutel tot succes niet alleen in de techniek zelf, maar vooral in samenwerking op regionaal niveau.
© De Groene Vlieg
"Wij passen de SIT nu toe op de uienvlieg," vertelt Anne. "In Dronten hebben we een massakweek waarin we uienvliegen kweken en steriliseren. Die zetten we vervolgens uit in het veld, zodat ze paren met de wilde populatie. Daar komen geen nakomelingen uit, waardoor je de populatie terugdringt."
Van uienvlieg naar andere plaaginsecten
Waar de techniek zich nu vooral richt op de uienvlieg, kijkt het bedrijf nadrukkelijk verder. "Voor de toekomst onderzoeken we of we deze techniek ook op andere plaaginsecten kunnen toepassen," zegt Anne. "We kijken bijvoorbeeld naar sectoren zoals de groenten- en fruitteelt, waar de insectendruk ook enorm hoog is en het aantal toegestane chemische middelen beperkt is. Maar daar kan ik nog niet alles over zeggen, omdat zo'n traject veel onderzoek vraagt en ook kan mislukken."
De toepassing van SIT is namelijk niet vanzelfsprekend. "Een insect moet aan heel veel voorwaarden voldoen," legt ze uit. "Een volwassen insect mag bijvoorbeeld geen schade aan het gewas veroorzaken, want wij zetten volwassen insecten uit en als die aan de gewassen gaan knagen, dan maken we onze klanten daar niet bepaald blij mee. Daarnaast moet het insect ook kweekbaar zijn op grote schaal en mag het geen sterke migratiedrang hebben. Anders wordt het economisch en praktisch onhaalbaar voor telers om deze methode in te zetten op hun perceel."
Regionale aanpak cruciaal
Wat SIT onderscheidt van veel andere methoden, is dat het effect sterk afhankelijk is van de deelname van de meerderheid van de telers in een gebied. "Wij werken met kernregio's en streven naar een dekkingsgraad van minimaal 80 procent," aldus Anne. "Je moet eigenlijk alle uienpercelen in een regio meenemen, anders werkt het minder effectief."
Ze trekt daarbij een vergelijking met de vaccinatiegraad: "Het is eigenlijk net als bij het vaccineren tegen ziektes. Als maar 30 procent van de bevolking eraan meedoet, dan werkt het niet. Pas als een groot deel meedoet, krijg je het gewenste effect. Dat werkt met SIT net zo."
© De Groene Vlieg
Die aanpak betekent ook dat De Groene Vlieg zowel gangbare als biologische telers bedient. "Voor ons maakt dat geen verschil," zegt ze. "Ons doel is om een plaag in een regio te beheersen. Sterker nog, we hebben beide groepen nodig om het systeem goed te laten werken."
Toenemende interesse door middelenreductie
De druk op chemische gewasbescherming speelt de techniek in de kaart. "Je ziet dat de bereidheid om alternatieven te gebruiken toeneemt," merkt Anne. "Niet alleen omdat middelen verdwijnen, maar ook omdat certificeringen en overheden er meer waarde aan hechten. Wij zijn bijvoorbeeld onderdeel van PlanetProof en de eco-regelening van het GLB."
Volgens haar is het voor telers geen vrijblijvende keuze. "Als je niets doet, wordt de plaagdruk te groot en krijg je opbrengstderving. Dus telers móeten wel op zoek naar alternatieven."
Strategische strijd tegen de uienvlieg
De uitvoering van SIT vraagt om een sterke datagedreven aanpak. "Wij monitoren op elk perceel de druk van de uienvlieg," legt Anne uit. "We vangen zowel onze steriele vliegen als de wilde populatie. Op basis daarvan bepalen we hoeveel steriele insecten we moeten uitzetten."
Ze omschrijft het proces treffend: "Eigenlijk spelen we een soort Stratego met de uienvliegen. We kijken waar we ons 'leger' het beste kunnen inzetten om de kans op paring met steriele insecten zo groot mogelijk te maken."
© De Groene Vlieg
Daarbij wordt rekening gehouden met factoren als teeltrotatie, migratiepatronen en weersomstandigheden. "Je bent continu bezig om te denken als een uienvlieg," zegt ze. "Waar zit hij, wat doet hij, hoe ver vliegt hij? Dat bepaalt je strategie."
Nieuwe teeltgebieden, nieuwe uitdagingen
Ze merkt daarnaast dat de veranderende geografische spreiding van de uienteelt voor nieuwe dynamiek zorgt. "We zien dat de teelt verschuift van het zuidwesten naar zandgebieden zoals Drenthe, Overijssel en Brabant," vertelt Anne. "Daar heeft de uienvlieg een heel goede leefomgeving, waardoor de druk sneller oploopt."
Ook bestaande teeltgebieden blijven uitdagend. "De Noordoostpolder is en blijft een belangrijk aandachtspunt," zegt ze. "Daar is de teelt heel intensief, met veel verschillende uiensoorten en een grote gewasdichtheid per hectare. Dat zorgt voor een hoge druk, omdat de vlieg daar volop voedsel vindt en zich daardoor snel kan vermeerderen."
© De Groene Vlieg
Volgens Anne vraagt biologische plaagbeheersing ook om een andere manier van denken. "Telers zijn gewend om een probleem met een middel op te lossen. Maar daarmee verdwenen ook dingen die we niet zagen," zegt ze. "Met biologische methoden werk je samen met de natuur. En dat is heel mooi, maar het werkt wel anders dan vroeger met de chemische beschermingsmiddelen. Je kunt plagen niet meer zo makkelijk volledig laten verdwijnen."
Breder kijken dan het eigen perceel
Deze uitdagingen benadrukken dat een individuele aanpak niet voldoende is. Ze benadrukt dan ook opnieuw het belang van samenwerking: "Veel problemen spelen op regionaal niveau, niet alleen op je eigen perceel. Ik zeg vaak: insecten kennen geen perceelgrenzen. Die stoppen niet bij een sloot of een hek."
Dat vergt volgens haar ook een mentaliteitsverandering. "Kijk verder dan je eigen bedrijf en werk samen met je buren. Dat is echt essentieel voor de toekomst." Tegelijkertijd is dat ook wat haar werk mooi maakt. "Je moet het echt samen doen. En ik zou het heel mooi vinden als de noodzaak om alternatieven te vinden voor chemische beschermingsmiddelen de hele sector dichter bij elkaar zou brengen."
Werken met de natuur
De ontwikkeling van SIT past binnen een bredere trend richting geïntegreerde en biologische oplossingen. "We gaan meer naar doelsturing en een integrale aanpak," stelt Anne. "Dus niet alleen kijken naar één plaag, maar naar het hele systeem, inclusief natuurlijke vijanden."
Ze ziet daar duidelijke kansen. "We weten nog lang niet alles van de natuur. Maar juist daar liggen mogelijkheden. Door te onderzoeken hoe het echt werkt in de praktijk, door de natuur weer als middel te zien in plaats van als probleem, kun je veel winnen."
Samenwerking speelt daarbij ook in de keten een rol. "We werken met allerlei partijen samen, van telers tot kennisinstellingen zoals universiteiten," zegt ze. "Iedereen heeft zijn eigen expertise, en samen kom je verder."
Uitbreiding van het aantal hectares
Op dit moment wordt de techniek toegepast op circa 17.000 hectare, ongeveer de helft van het Nederlandse zaaiuien-areaal. "Ik verwacht dat dat aandeel verder groeit," zegt Anne. "De noodzaak is er, dus ik verwacht dat meer telers deze methode zullen gaan gebruiken."
Een volledige dekking acht ze niet realistisch, maar de ambitie is duidelijk. "Het zal nooit 100 procent worden, maar we streven naar ongeveer 80 procent deelname in een gebied, dus ik hoop dat we ook landelijk uiteindelijk die 80 procent gaan halen. Wanneer we daar komen, durf ik niet te zeggen, maar dat is wel de richting."
Zichtbaar effect motiveert
Wat haar persoonlijk motiveert, is het zichtbare effect in de praktijk. "Als je na een aantal jaren ziet dat je de populatie echt onder controle krijgt, is dat mooi om te zien," zegt ze. "En ik word er ook blij van om andere sectoren te kunnen helpen met dit soort oplossingen."
Voor Anne draait succes in biologische plaagbeheersing om regionale samenwerking. "Het probleem op één perceel oplossen is niet genoeg. Alleen door samenwerking kan de uienvlieg effectief worden bestreden. En als we dat goed aanpakken, maken we de landbouw ook nog eens duurzamer en veerkrachtiger."
Voor meer informatie:
Anne Kippers
De Groene Vlieg
De Boorn 1
8253 RA Dronten
Tel: +31 (0)6 27346905
[email protected]
www.degroenevlieg.nl