Biologische landbouw legt volgens Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) de nadruk op dierenwelzijn. Runderen, varkens, geiten en kippen krijgen meer ruimte, biologisch voeder en de kans om natuurlijk gedrag te vertonen.
© VLAM
"Binnen en buiten hebben dieren voldoende ruimte om te bewegen, liggen en snuffelen," zegt VLAM. "Varkens en kalveren krijgen meer ruimte naarmate ze groeien; een volwassen biorund of -koe heeft minstens 6 m² stalruimte." Ook buiten kunnen de dieren zich vrij bewegen als het weer en hun gezondheid het toelaten. Varkens zijn dan rustiger, kippen zoeken beschutting in begroeiing en agressie tussen dieren neemt af.
Uitsluitend biologisch voeder
Voor voeding geldt dat biologische dieren uitsluitend biologisch voeder krijgen, zonder ggo's, chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen of kunstmest. Ten minste 70% van het ruwvoeder voor runderen en 30% van het voer voor varkens en kippen moet de boer zelf telen of aankopen bij een biobedrijf in de regio. VLAM benadrukt dat dit transport en CO₂-uitstoot vermindert.
© VLAM
Ook bij voortplanting krijgen dieren meer tijd en comfort. Biomoederkoeien krijgen hun eerste kalf pas op 2,5 à 3 jaar en kunnen natuurlijk bevallen. "Keizersneden zijn dan ook eerder zeldzaam in bio; het gebeurt bij minder dan 20% van de moederkoeien tegenover 90% in conventionele veeteelt," zegt VLAM. Biokalfjes mogen minimaal drie maanden bij hun moeder blijven, biobiggen minstens 40 dagen. Biokippen leven bijna dubbel zo lang als niet-biologische kippen; ze bereiken hun slachtgewicht pas na 81 dagen in plaats van 42.
© VLAM
Wat gezondheid betreft, zetten bioboeren in op preventie. Robuuste rassen, kruidenrijk grasland en ruime leefomstandigheden dragen bij aan sterke, gezonde dieren. Volgens VLAM bevordert dit een natuurlijk evenwichtige voeding en een betere weerstand tegen ziekten.
Dierenwelzijn binnen de biologische landbouw
Het voedselaanbod, de ruimte en de natuurlijke verzorging vormen volgens VLAM samen de kern van dierenwelzijn binnen de biologische landbouw.
Bron: Alles over bio