Bij een dood bijenvolk van imker Bas Strijker, dat normaal op biologische en biodynamische boerderijen staat, zijn maar liefst 28 verschillende gewasbeschermingsmiddelen aangetroffen. Dat blijkt uit onderzoek dat Bas samen met hoogleraar ecotoxicologie Martina Vijver besprak in de podcast Bestrijdingsmiddelen in de bijenkast van de biologische supermarktketen Odin.
© Odin
Odin heeft bijenvolken op 35 locaties in Nederland, voornamelijk om de biodiversiteit bij boerderijen te ondersteunen. "Dus er zijn vaak boerenbedrijven die groente leveren of melk of andere producten. Omdat wij eigenlijk samen het eten gezonder willen maken en de boeren niet altijd tijd hebben," legt Bas uit. "Daar kunnen we mee helpen met de Odin-imkerij.
Eén-op-één relatie met teelten
Het dodelijke bijenvolk werd onderzocht nadat eerdere volken op dezelfde locatie steeds stierven. Uit de tests bleek dat de 28 stoffen direct verband hielden met teelten in de omgeving. "Toen heb ik eigenlijk met een programma op de computer gekeken welke teelten er in de buurt waren. Daar zag ik een één-op-één relatie tussen die teelten en die gifstoffen die we terugvonden," vertelt Bas.
Op een gezonde locatie, 30 kilometer verderop, werden slechts zes verschillende gewasbeschermingsmiddelen aangetroffen. Ook een bijenvolk in Rotterdam, vlakbij het grootste petrochemische gebied van Nederland, bevatte weinig stoffen. "Op één locatie in het landelijk gebied gaat het volk iedere keer dood en dan vond je bij die test 28 bestrijdingsmiddelen," zegt Bas. "Op andere locaties blijven de volken wel in leven."
Martina benadrukt dat bijensterfte complex is. "Sterfte kun je krijgen door heel veel verschillende zaken. Bijen zijn supergevoelig. Wat je door de oogharen wel ziet, is dat de omgeving heel sterk uitmaakt en daar kun je dus ook wat aan doen." Ze wijst op de cumulerende effecten van blootstelling aan lage doses: "Als iets in het milieu is en het is op lage dosis aanwezig, maar dat zijn heel veel stoffen, dan cumuleert dat effect."
Chronische effecten worden onderschat
De huidige testmethodes voor gewasbeschermingsmiddelen zijn volgens Bas beperkt: "Ze testen eigenlijk meestal in 48 uur, terwijl een bij in de zomer een week of zes leeft en in de winter een maand of zes." Martina voegt toe dat chronische effecten daardoor vaak worden onderschat.
Ook de wetgeving staat ter discussie. Binnen de EU wordt gekeken naar een versimpeling van de beoordeling van middelen. Martina waarschuwt: "Als het dan geherëvalueerd wordt, hoef je de laatste stand van zaken van de wetenschap niet mee te nemen. Dat vind ik fout."
Bijen zijn verbonden met het hele ecosysteem
Bas en Martina pleiten voor een bredere aanpak, van bewustwording tot politieke maatregelen, en benadrukken dat bijen en biodiversiteit nauw verbonden zijn met ons hele ecosysteem. Martina zegt: "Als het met de bijenkast niet goed gaat, gaat het met de rest ook niet goed. De bijenkast is een indicator. Het is de bij, het waterleven, het bodemleven. Let daarop, want wij zijn daar onderdeel van."
De volledige discussie is te beluisteren in de podcast Bestrijdingsmiddelen in de bijenkast op Spotify en YouTube.