Tholen - Biologische telers krijgen steeds vaker te maken met residuen van gewasbeschermingsmiddelen op hun producten, zonder dat zij die zelf hebben gebruikt. Onlangs pleitte de bio-vereniging Biohuis voor de oprichting van een schadefonds voor biologische telers die daardoor getroffen worden.
© Mts. Roozendaal
Uit metingen van controleorganisatie Skal blijkt dat sinds 2020 in iets meer dan 10 procent van de zeshonderd onderzochte monsters pesticiden zijn aangetroffen op biologische gewassen. Volgens Biohuis leidt dat geregeld tot financiële schade voor telers, omdat producten hun biologische status kunnen verliezen en daardoor tegen een lagere prijs moeten worden verkocht.
Zelf geen invloed
Ook Hans Rozendaal, biologisch groenteteler in het Zuid-Hollandse Strijen, herkent dat beeld. "Het is eigenlijk al verschillende jaren zo," vertelt hij. "Wat mij vooral frustreert, is dat je wordt afgerekend op iets waar je zelf geen invloed op hebt."
© Mts. Roozendaal
Hans runt een biologisch vollegrondsgroentebedrijf van ongeveer 50 hectare in de Hoeksche Waard. Het familiebedrijf teelt een breed scala aan gewassen: van kolen en knolselderij tot courgette, pompoen en pastinaak. Juist die diversiteit maakt het bedrijf volgens hem extra kwetsbaar. "Hoe meer gewassen en locaties je hebt, hoe groter de kans dat er een keer iets wordt aangetroffen."
Residuen via opslag en omgeving
Een van de eerste incidenten waar Hans mee te maken kreeg, ontstond niet eens op het land, maar in de opslag. "We hadden een partij knolselderij opgeslagen in een gehuurde koelcel. Naast ons stonden gangbare aardappelen die behandeld waren met een kiemremmingsmiddel. Dat middel is door de ruimte verspreid en kwam ook op onze biologische producten terecht."
De concentratie was minimaal, maar toch te hoog volgens de normen. "Tegenwoordig kunnen ze alles aantonen. Als er bij wijze van spreken een vlinder een scheet laat, vinden ze het nog terug op je product," zegt hij. "De MRL's liggen zo laag dat je heel snel boven de grens zit."
De gevolgen waren aanzienlijk. "Die knolselderij lag al gesneden in de supermarkt, voor soeppakketten, tegen zeven euro per stuk. Alles moest terug. Dat was een schadepost van ongeveer 15.000 euro."
Historische vervuiling
Zelfs volledig biologische percelen kunnen oude vervuiling bevatten. Op een perceel dat al tien jaar biologisch was, werden residuen van dieldrin gevonden, een inmiddels verboden middel dat decennia geleden werd gebruikt. "Dat spul is zo hardnekkig dat het nog steeds in de bodem zit, vooral op percelen die vroeger boomgaarden waren," legt Hans uit.
Hoewel controleorganisatie Skal de partij vrijgaf, liep het toch mis bij de afzet. "Een Duitse supermarkt vond minimale sporen en hanteert een nul-tolerantie. Dan lig je er gewoon uit. We mochten geen pompoenen meer leveren. Terwijl het volledig buiten onze schuld lag."
Drift en dampwerking
Volgens Hans zit een belangrijk deel van het probleem in middelen die via de lucht kunnen verspreiden. "Sommige middelen hebben een dampwerking. Die kunnen onder bepaalde omstandigheden kilometers ver reizen en ergens anders neerslaan," zegt hij. "Ook als er sloten, dijken of bufferstroken tussen zitten, komt het residu soms alsnog op je gewas terecht."
© Mts. Roozendaal
Hij benadrukt dat hij gangbare collega's niets verwijt. "Die doen ook hun best en gebruiken driftreducerende technieken. Ik heb zelfs een buurman die 's nachts spuit, als het windstil is, om risico's te beperken. Maar sommige middelen zijn gewoon problematisch door hun eigenschappen."
Twee dagen administratie 'voor niets'
Naast de directe schade zorgt vooral de administratieve afhandeling voor frustratie. "Als er iets gevonden wordt, moet je aantonen dat jij het niet hebt gebruikt. Foto's maken, perceelsituaties beschrijven, noem maar op. Ik ben daar rustig twee dagen mee bezig."
In veel gevallen loopt het uiteindelijk met een sisser af. "Dan groeit het gewas door, regent het een paar keer en is het residu verdwenen. Maar die stress en die rompslomp blijven. Dat is gewoon heel vervelend."
Pleidooi voor aanpassing normen en middelen
Hans ziet meerdere oplossingsrichtingen. "Ten eerste zou je middelen met zo'n dampwerking moeten verbieden. In België zijn ze daar al verder mee."
Daarnaast plaatst hij vraagtekens bij de huidige residunormen. "Die MRL's zijn zo extreem laag dat je bijna alles kunt aantonen. Dat geeft een soort schijnveiligheid. Misschien moet je daar realistischer naar kijken."
Schadefonds: goed idee
De oproep van Biohuis voor een schadefonds kan volgens hem een deel van de oplossing zijn. "Dat vind ik op zich wel een goed idee," zegt hij. "Zeker omdat je nu vaak nergens terechtkunt met je schade."
© Mts. Roozendaal
Hij wijst ook op de scheve verdeling van verantwoordelijkheden. "Als biologische teler moet je bufferstroken tegen drift aanleggen op je eigen grond om aan te tonen dat je niets verkeerd doet. Terwijl het logischer zou zijn dat die verantwoordelijkheid aan de andere kant ligt."
Geld uit bestaande potjes
Voor de financiering van zo'n fonds ziet Hans mogelijkheden binnen bestaande regelingen. "In Zuid-Holland is er bijvoorbeeld miljoenen subsidie voor wasplaatsen voor veldspuiten. Dat is goed voor de waterkwaliteit, maar het laat ook zien dat er geld beschikbaar is."
Hij vervolgt: "Als je zulke bedragen kunt vrijmaken voor de gangbare sector, dan moet er ook ruimte zijn voor een schadefonds voor biologische telers. Met een paar miljoen kun je al veel betekenen."
Toenemend probleem
Volgens Hans staat hij niet alleen. "Ik heb zelf drie verschillende gevallen in vijf jaar meegemaakt. En ik ken meerdere collega's met vergelijkbare problemen. Er zijn zelfs telers die om die reden met de kruidenteelt gestopt zijn."
Een complicerende factor is dat de herkomst van residuen vaak moeilijk te achterhalen is. "Als je zeker weet waar het vandaan komt, kun je de schade verhalen. Maar als het van kilometers verderop komt, wordt dat onmogelijk."
Oproep aan politiek
Tot slot heeft Hans een duidelijke boodschap voor beleidsmakers. "Er wordt vaak gezegd dat biologische landbouw gestimuleerd moet worden. Maar in de praktijk zie ik dat nog onvoldoende terug."
Hij pleit voor meer consistent beleid. "Wat je niet in het milieu brengt, hoef je er ook niet uit te halen. Zet daar veel meer op in. En als je biologisch echt wilt stimuleren, zorg dan dat je dat ook in je maatregelen laat zien. Nu voelt het soms alsof de woorden er wel zijn, maar de daden nog achterblijven."
"Zonder duidelijk beleid en financiële bescherming riskeren we dat steeds meer telers afhaken of worden afgestraft voor iets waar ze niets aan kunnen doen," concludeert Hans. "Dat mag niet de toekomst van de biologische landbouw zijn."
Voor meer informatie:
Hans Rozendaal
Mts. Rozendaal
Oudendijk 67
3291 LM Strijen
Tel: +31(0)6-12039926
[email protected]