Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) wil dat Nederlanders meer plantaardig gaan eten. In zijn beantwoording van vragen bij de behandeling van de landbouwbegroting schrijft de minister dat het streven is om in 2030 een gemiddelde eiwitconsumptie van 50 procent plantaardige en 50 procent dierlijke eiwitten te bereiken. In 2025 bestond de gemiddelde consumptie nog voor 60 procent uit dierlijke eiwitten.
© Tatjana Baibakova | Dreamstime
"De verduurzaming van de voedselproductie en onze consumptie zie ik als belangrijke speerpunten," schrijft de minister. Hij onderschrijft de adviezen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum om een meer plantaardig eetpatroon na te streven. Volgens de minister draagt een verschuiving naar minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten bij aan gezondheid, milieu, ruimtegebruik en biodiversiteit.
Meerdere pijlers
De minister legt uit dat zijn aanpak meerdere pijlers kent. Dit omvat consumentenvoorlichting, activatie, het verduurzamen van de voedselomgeving en een groter aanbod van plantaardige eiwitten. "Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het maken van afspraken met retail en foodservice over een groter plantaardig aanbod. Ook het inkoopbeleid van het Rijk is een belangrijk instrument om dit aanbod te vergroten en de markt te activeren."
Via de Kennis- en Innovatie Agenda Landbouw, Water, Voedsel worden publiek-private samenwerkingen ondersteund om de samenstelling en smaak van plantaardige alternatieven te verbeteren. Ook kijkt het ministerie naar prijs, plaatsing en promoties om een duurzamere voedselomgeving te stimuleren.
Eiwitconsumptie wordt gemonitord
De minister benadrukt dat de eiwitconsumptie in Nederland wordt gemonitord. "De komende periode bekijk ik hoe mijn volledige beleidsinzet op duurzaam voedsel er precies uit gaat zien. Hierin zal ik ook de nieuwste Eiwitmonitor van maart 2026 en de vernieuwde Schijf van Vijf, die het Voedingscentrum in april lanceert, meenemen. U wordt hier in het najaar nader over geïnformeerd."
Daarnaast gaat de minister in op andere relevante beleidsdossiers. Zo blijft het kabinet boeren ondersteunen bij verduurzaming via het Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, met oog voor sterke regio's en vitale landbouw. Voor weidevogels zoals de grutto zijn extra middelen beschikbaar gesteld, en het leefgebied wordt versterkt. De minister laat ook onderzoeken naar dierenwelzijn, zoals hittestress bij transport, kuikenoverleving en de aanwezigheid van wolven, voortduren volgen.
Omvang van de veestapel
Over de hoge veedichtheid in Nederland zegt de minister: "Naast de baten die de sector brengt, zijn er flinke opgaven op het terrein van milieu, natuur en klimaat. Het kabinet heeft hier beleidsdoelen voor vastgesteld. Daarbij is het gedwongen sturen op de omvang van de veestapel geen doel op zich." Boeren krijgen ondersteuning bij emissiereductie en kunnen vrijwillig hun bedrijf beëindigen via regelingen en afroming van productierechten.
Uit de antwoorden van de minister blijkt dat een plantaardiger dieet centraal staat in het beleid van het kabinet, met concrete doelstellingen en een bredere inzet op duurzame voedselconsumptie en -productie.
Bron: Rijksoverheid