Aardvlooien blijven een groot probleem in biologische koolteelten. Vooral gewassen zonder dikke waslaag, zoals paksoi, rucola en Chinese kool, zijn kwetsbaar bij warm en droog voorjaarsweer. In 2025 liep de druk uitzonderlijk hoog op. Dat blijkt uit twee jaar monitoring door Inagro, PSKW en HOGENT, die tegelijk eerste perspectieven zien voor larvenbestrijding.
© CCBT | Inagro
De schade door aardvlooien is herkenbaar: kleine 'schietgaatjes' in bladeren, groeivertraging en zelfs uitval van planten. Bij zware aantasting kan het bladweefsel verdrogen en afsterven. Vooral jonge planten zijn gevoelig.
Warm voorjaar versterkt probleem
Aardvlooien overwinteren als volwassen kevers, vaak in strooisellagen onder hagen en houtkanten. Zodra de temperatuur boven 11°C komt, worden ze actief. Bij 14 tot 16°C starten ze met vliegen richting koolpercelen, met een piek vanaf 17°C.
Het warme en droge voorjaar van 2025 zorgde voor een sterke migratie en hoge activiteit van overwinterende kevers. "Onder deze omstandigheden is de druk dermate hoog dat een curatieve beheersing met biopesticiden onvoldoende is."
Monitoring met plakvallen toont dat de aantallen in 2025 sterk hoger lagen dan in 2024. Waar in 2024 nog circa 2.000 gestreepte koolaardvlooien en 500 blauwe koolaardvlooien werden geteld, liep dit in 2025 op tot bijna 20.000 gestreepte en meer dan 10.000 blauwe exemplaren.
Voorjaarsmigratie lastig te beheersen
Omdat hagen en houtkanten belangrijke overwinteringsplaatsen zijn, werd onderzocht of lokvallen de voorjaarsmigratie kunnen beperken. Een eerste proef in 2025 gaf echter weinig resultaat. Verdere optimalisatie van deze techniek staat gepland.
Naast de volwassen kevers richten de onderzoekers zich ook op de larven, die later in het seizoen uitgroeien tot een nieuwe generatie. In veldproeven in 2025 werden biologische controleorganismen getest, zoals entomopathogene aaltjes en schimmels.
Opbouw van de zomergeneratie afremmen
Deze aanpak richt zich niet op de voorjaarsgeneratie, maar kan wel de opbouw van de zomergeneratie afremmen. "Deze strategie kan de populatieaangroei ook vertragen en zorgen voor een lagere druk in het volgende voorjaar."
De eerste resultaten zijn veelbelovend. Op het PSKW werden 37 tot 55% minder aardvlooien vastgesteld ten opzichte van een onbehandelde referentie. Ook bij Inagro werden reducties van 32 tot 50% gemeten, vooral bij toepassingen met schimmels.
Wel blijkt het tijdstip van toepassing cruciaal: behandelingen moeten plaatsvinden in juni of begin juli, wanneer de larven aanwezig zijn.
Vervolgonderzoek in 2026
In 2026 worden de veldproeven herhaald, met extra aandacht voor het optimale toepassingstijdstip op basis van gerichte monitoring. Daarnaast worden ook veelbelovende experimentele middelen uit laboratoriumproeven verder getest onder praktijkomstandigheden.
Het onderzoek maakt deel uit van het LA-traject 'Systeemgerichte aanpak van aardvlooien', met steun van het Agentschap Innoveren & Ondernemen.
Bron: CCBT
Voor meer informatie:
Joran Barbry
Inagro
Ieperseweg 87
8800 Rumbeke-Beitem
Tel.: +32(0)51-273245
[email protected]
inagro.be