Onderzoekers van de Universiteit van Kassel onderzoeken sinds 2017 de efficiëntie van biologische landbouwsystemen zonder vee. Het langlopende veldexperiment vindt plaats op het staatsdomein Frankenhausen in Hessen en richt zich op bodemvruchtbaarheid, nutriëntendynamiek, opbrengsten en milieueffecten op de lange termijn.
© Morten Möller
Langdurige veldproef met aardappelen
Steeds meer biologische boerderijen houden geen dieren, waardoor belangrijke elementen van gesloten nutriëntenkringlopen ontbreken, zoals mest van de veehouderij of meerjarige peulvruchten-grasmengsels (LGG) als voer. Boeren verminderen vaak het aandeel LGG in de gewasrotatie om meer marktgewassen te kunnen telen, wat de biologische stikstofbinding en de opbouw van organische stof in de bodem belemmert.
Vier typen biologische bedrijven
Het experiment simuleert vier typen biologische bedrijven: een economisch geoptimaliseerd veevrij systeem, een plantaardig veevrij systeem met aankoop van organische mest ("Bio Vegan"), een veevrij systeem met focus op bodemvruchtbaarheid en een klassiek gemengd bedrijf met dieren. De systemen verschillen in gewasrotatie, aandeel peulvruchten en bemestingsstrategie.
Een belangrijk aandachtspunt is hoe LGG in veevrije systemen nuttig kan worden ingezet wanneer het niet als voer wordt gebruikt. Onderzoekers hebben alternatieve toepassingen getest, zoals conservering als silage (gefermenteerd groenvoer), compostering en samenwerking met veehouders of biogasinstallaties. In het gemengde bedrijf worden verschillende dierbezettingen onderzocht. Zo ontstaan 16 varianten, waarmee effecten van vruchtwisseling, bemesting en LGG-gebruik onder praktijkomstandigheden kunnen worden geëvalueerd.
Niet alleen opbrengsten
De onderzoekers volgen niet alleen opbrengsten, maar ook humusgehalte, nutriëntenbalans, bodemleven en mogelijke nutriëntverliezen. Het doel is inzicht te krijgen in de ontwikkeling van humusreserves, stabilisatie van opbrengsten en effecten op bodembiologie en milieu. Tegelijk fungeert het experiment als platform voor interdisciplinaire studies, van broeikasgasemissies tot economische evaluaties.
Morten Möller, wetenschappelijk medewerker en promovendus aan de Universiteit van Kassel, begeleidt het veldexperiment. Hij benadrukt dat veevrije systemen goed kunnen functioneren: "Ik ging ervan uit dat je in veevrije systemen met compost en silage opbrengsten kunt veiligstellen en bodemvruchtbaarheid kunt opbouwen. Dat is bevestigd. Verrassend was hoe snel sommige effecten zichtbaar werden. Het bodemleven reageert soms ook sneller dan verwacht; in het gemengde systeem vonden we bijvoorbeeld veel meer regenwormen dan in de veevrije variant."
Geen pasklare oplossing
Morten wijst erop dat er geen pasklare oplossing bestaat: "Belangrijk is dat je ook in veevrije systemen bodemvruchtbaarheid kunt behouden en zelfs koolstof kunt opbouwen, mits een efficiënte nutriëntenstrategie wordt toegepast. Combinaties werken goed, bijvoorbeeld compost en silage. Daarnaast is het belangrijk om de nutriëntenkringloop regionaal uit te breiden, bijvoorbeeld via groencompost of samenwerkingen met andere bedrijven."
Over de praktische toepasbaarheid van de veganistische variant zegt hij: "Deze variant gebruikt meer aardappelen en groentegewassen en geen dierlijke mest. Met interne compostering van LGG en bijkoop van groencompost kun je nutriëntenbalansen in evenwicht houden. Het maakt niet zoveel uit of een meststof veganistisch of dierlijk is; de eigenschappen, zoals beschikbaarheid, zijn bepalend."
Bron: Bioland