Voederhagen kunnen een waardevolle aanvulling vormen op het rantsoen van melkvee. Ze verbeteren het dierenwelzijn, dragen bij aan biodiversiteit en leveren extra mineralen en eiwitten. Dat blijkt uit twee factsheets van het Louis Bolk Instituut, opgesteld naar aanleiding van praktijkvragen over het oogsten en conserveren van bladeren en twijgen.
© Jacco de Stigter | Louis Bolk Instituut
De Studiegroep Voederbomen van het Agroforestry Netwerk Gelderland vroeg het instituut hoe voederbomen en -hagen het best geoogst en bewaard kunnen worden. Bladeren en twijgen hebben een lagere verteerbaarheid en energiewaarde dan gras, maar bevatten vergelijkbare of hogere eiwit- en mineralengehaltes. Ook wordt gewezen op een potentiële medicinale werking. Daarmee vormen ze een interessante aanvulling op het rantsoen van melkvee.
Welzijn en biodiversiteit
Voederhagen bieden beschutting tegen hitte, kou en wind en stimuleren natuurlijk gedrag. Mineralen en metabolieten in bladeren en twijgen vullen het rantsoen aan. Daarnaast dragen voederhagen bij aan bodemkwaliteit, koolstofvastlegging en biodiversiteit.
"Veehouders hebben positieve ervaringen met het aanbieden van gedroogde bladeren en twijgen van voederbomen", zegt Jacco de Stigter, onderzoeker Duurzame veehouderij & Agrobiodiversiteit bij het Louis Bolk Instituut. "De koeien lusten het graag, hoewel de praktische en technische uitwerking ervan nog aandacht nodig heeft."
Jaarrond benutten
Om voederhagen jaarrond te benutten, kunnen bladeren en twijgen worden geoogst en geconserveerd voor gebruik in de winter. Dat geldt ook voor bedrijven waar koeien of geiten het hele jaar op stal staan. Oogsten kan machinaal, zowel horizontaal als verticaal. Het materiaal kan vers worden gevoerd, maar ook – al dan niet met gras – worden ingekuild of gehooid.
In de wei besteedt melkvee soms tot 20% van de tijd aan het knabbelen van bladeren en twijgen. In het rantsoen van melkkoeien kan een klein percentage houtig materiaal worden opgenomen zonder melkverlies. Bij melkgeiten ligt dit percentage wat hoger.
Aandacht voor houtigheid
Sommige boomsoorten hebben een sterke groeikracht en worden snel te houtig en dik voor vee. Door twee of drie keer per jaar te oogsten, blijft de verhouding tussen bladeren en twijgen gunstig. Soms wordt ook de bast van dikkere (wilgen)takken gegeten.
Met conserveren hebben veehouders goede ervaringen: koeien eten het graag. Wel is het belangrijk dat het snoeisel niet te houtig is om beschadiging van kuilbalen te voorkomen.
De praktijkervaringen en aanbevelingen zijn gebundeld in twee factsheets over het oogsten en conserveren van bladeren en twijgen van voederbomen.
Bron: Groen Kennisnet