Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
App icon
FreshPublishers
Openen in de app
OPENEN
Theo Nieuwenhuis van biologisch akkerbouwbedrijf Haolderkamp

Pionieren in biologische stroketeelt werpt vruchten af: "We voeden de bodem, niet de plant"

Tholen - Op biologisch akkerbouwbedrijf Haolderkamp in Didam werkt Theo Nieuwenhuis al enkele jaren volgens het principe van biologische strokenteelt. Hij ziet duidelijke voordelen voor bodem en biodiversiteit. Over het rendement is hij nuchter: "Onze opbrengsten zijn niet hoog, vergeleken met reguliere teelt, maar daar staat wel tegenover: we maken ook weinig kosten."

© Biologisch akkerbouwbedrijf Haolderkamp
Theo Nieuwenhuis met zijn dochter Nienke

Theo nam enkele jaren geleden deel aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL), een praktijknetwerk rond precisielandbouw. "Er kwam een oproep voorbij en ik dacht: misschien pas ik daar niet helemaal in, omdat wij juist zo min mogelijk techniek willen inzetten. Toch vonden ze het interessant en ben ik aangehaakt."

De focus binnen de NPPL lag voor zijn gevoel wel erg sterk op de techniek. "Precisiebemesting, irrigatie, veel technische toepassingen. Die techniek heb je bij strokenteelt deels nodig, maar ik ben vooral bezig met het versterken van mijn systeem. Daarom heb ik op een gegeven moment gekozen om mijn energie elders in te steken." Officieel is hij niet uitgeschreven, maar actief meedoen doet hij niet meer.

Adaptief systeem
Strokenteelt past volgens Theo in zijn bredere visie op regeneratieve landbouw. "Wij willen adaptief werken. De omgeving van het gewas moet sterk zijn. Vanuit die omgeving kun je plagen beheersen en planten voeden."

Door verschillende gewassen naast elkaar te telen, ontstaan meer plantinteracties. Dat stimuleert het bodemleven en vergroot de biodiversiteit. "We zien weinig ziekten en plagen in onze gewassen. In aardappelen bijvoorbeeld werken we met mulch. De larven van de coloradokever komen niet door de strooisellaag heen. Of dat nu door de mulch of door de strokenteelt komt, weet ik niet. Een ding is zeker: het totaalplaatje werkt."

De eerste jaren werkte Haolderkamp met stroken van drie meter breed. Inmiddels is dat grotendeels negen meter. "Met drie meter was het iedere keer puzzelen in het bouwplan. Ook praktisch was het bewerkelijk. Met negen meter kunnen we efficiënter werken en sluiten machines beter aan."

De bodem staat centraal
De kern van de bedrijfsvoering is de bodem. "Wij voeden de bodem, niet de plant." Concreet betekent dat: zo min mogelijk grondbewerking, het hele jaar door groen op het land en veel diversiteit.

Theo maakt compost van bladafval en mest en zaait ondergewassen en mengteelten in. Lupine groeit bijvoorbeeld samen met haver en deder. "We proberen de bodembiologie actief te houden. Minder bewerkingen betekent minder verstoring. En ik vind het ook niet erg als er ergens wat onkruid staat, uiteraard wel afhankelijk van wat voor soort onkruid het is. Maar uiteindelijk gaat het vooral om het zoeken van balans."

© Biologisch akkerbouwbedrijf Haolderkamp

De opbrengsten liggen iets lager dan gangbaar, erkent hij. "We hebben wat minder opbrengst, maar ook minder kosten en minder arbeidsuren. We werken efficiënt en houden de input laag. Dan kan het onderaan de streep toch kloppen."

De afgelopen jaren waren nadrukkelijk experimenteel. "We hebben ook dingen gedaan waarvan je eigenlijk weet dat het niet kan. Dat is leergeld. Inmiddels begint het steeds meer op zijn plek te vallen."

Afzet blijft uitdaging
De grootste uitdaging ligt niet in de teelt, maar in de markt. Haolderkamp teelt onder meer spelt voor bakkers en een graan-peulvruchtenmix voor pasta. "Met nicheproducten moet je een flinke massa kunnen wegzetten. Eén hectare pasta is te overzien, maar vier of vijf hectare betekent tienduizenden pakjes die je moet verkopen. Dat is niet altijd makkelijk."

In de regio is er bovendien weinig akkerbouw en daarmee weinig logistieke schaal. "In de polder rijden vrachtwagens af en aan. Hier niet. De kostprijs ligt dan hoger." Ook korte ketens zijn niet automatisch de oplossing. "Het is geen heilige graal. Je moet je afzet vooraf goed geregeld hebben."

Naast zijn werk op het teeltbedrijf is Theo actief als adviseur. Hij begeleidt boeren bij kringlooplandbouw, bodemverbetering en compostering. Dat kost ook tijd, waardoor de aandacht voor de vermarkting soms wat achterblijft. Hij hoopt dat zijn dochter Nienke, die binnenkort één dag per week in het bedrijf meewerkt, zich meer kan gaan richten op die commerciële kant.

Agroforestry als versterking
Naast strokenteelt zet Haolderkamp stappen richting agroforestry. Er zijn 900 hazelaars geplant in dubbele rijen, afgewisseld met stroken akkerbouw. "Die bomen verbeteren het microklimaat. Je houdt meer CO₂ vast, krijgt meer bestuivers, meer wormen en meer schimmels in de bodem."

Direct naast de bomen kan de opbrengst iets lager zijn, maar verderop in het perceel verwacht hij juist voordelen. "Je verliest ongeveer één keer de boomhoogte aan productie, maar tot acht keer de boomhoogte zie je positieve effecten." De keuze voor hazelaars is praktisch: "We kunnen dezelfde droog- en opslagfaciliteiten gebruiken voor de hazelnoten als voor de aardappelen en granen die we al telen. Daar ben ik naar op zoek: verschillende teelten die goed op elkaar aansluiten. Alles moet elkaar versterken."

Lessen voor de sector
Volgens Theo is de beweging richting regeneratieve en biologische principes onomkeerbaar. "Steeds meer middelen verdwijnen. Of je het wilt of niet, je zult anders moeten gaan telen. De bodem wordt steeds belangrijker."

© Biologisch akkerbouwbedrijf Haolderkamp

Niet alles hoeft biologisch gecertificeerd te zijn, vindt hij, maar de lessen uit de biologische sector zijn breder toepasbaar. "Weerbaar telen, minder kunstmest, minder chemie. Die kant gaat het op. Misschien zijn er straks geen middelen meer voor bepaalde gewassen. Dan ben je in feite al dicht tegen biologisch aan."

De beweging groeit
Initiatieven rond regeneratieve landbouw laten volgens hem zien dat de beweging groeit. "Ik denk dat die ontwikkeling niet meer te stoppen is. En als biologisch groter wordt, kunnen kosten ook dalen. Dat maakt het voor meer bedrijven interessant."

Voor Haolderkamp betekent dat: blijven zoeken naar balans tussen bodem, biodiversiteit en bedrijfseconomie. "We zijn pioniers geweest. Dat kost geld en energie. Maar het brengt ook kennis. En uiteindelijk moet je kunnen laten zien dat het systeem werkt – ecologisch én economisch."

Voor meer informatie:
Theo Nieuwenhuis
Biologisch akkerbouwbedrijf Haolderkamp
Oude Maatsestraat 16
6941 SC Didam
Tel: +31 (0)6 10885277
[email protected]
edaphon.nl

Gerelateerde artikelen → Zie meer