Nieuw onderzoek van Biobest toont aan dat predatie met de bruine gaasvlieg frambozenbladluis effectief bestrijdt bij lagere temperaturen dan tot nu toe werd aangenomen. Volgens het bedrijf opent dit de deur naar sterkere IPM-strategieën in het vroege seizoen voor beschermde frambozenteelten.
© Biobest
Uit het onderzoek blijkt dat de generalistische bladluispredator bruine gaasvlieg (Micromus angulatus) al actief is bij temperaturen tot 12°C. Dat is aanzienlijk vroeger in het seizoen dan eerder werd aangetoond. De bevinding betekent volgens Biobest een belangrijke vooruitgang voor de vroege bestrijding van de grote frambozenbladluis (Amphorophora idaei), vooral in beschermde teeltsystemen.
"Door biologische interventie vroeger in het seizoen mogelijk te maken, ondersteunt deze ontdekking een vermindering van gewasresiduen, arbeidsintensieve spuittoepassingen en de bijbehorende milieueffecten," verklaart Dr. Liam Harvey, Global Technical Specialist bij Biobest. "Dit biedt ook bredere perspectieven voor een verbeterde bladluisbeheersing in andere teelten vroeg in het seizoen, zoals aardbeien."
Aanhoudende dreiging
De grote frambozenbladluis is een belangrijke plaag in de frambozenteelt. Het kleine insect voedt zich met jonge scheuten en scheidt honingdauw af, wat de ontwikkeling van roetdauw bevordert. Daarnaast kan het insect fungeren als vector van schadelijke plantenvirussen die zich binnen het gewas verspreiden.
© Biobest
Hoewel sommige synthetische pyrethroïden nog werkzaam zijn, kan hun gebruik IPM-programma's verstoren. Andere middelen kennen een lange wachttijd tot aan de oogst, wat de flexibiliteit beperkt. Volgens Biobest groeit daardoor de behoefte aan betrouwbare biologische oplossingen die vroeg in het seizoen presteren.
Vroeger actief dan gedacht
De uitdaging is vooral groot in de beschermde frambozenteelt, waar bladluiseitjes in het najaar aan de basis van stengels worden afgezet en vroeg in het volgende seizoen uitkomen. Gewassen die met restpopulaties de winter ingaan, krijgen vaak vanaf het begin te maken met hoge bladluisdruk.
De bruine gaasvlieg (Micromus angulatus) voedt zich met een breed scala aan bladluissoorten en kan zich ontwikkelen bij temperaturen tot 9–10°C. Eerdere veldproeven bevestigden effectieve predatie bij ongeveer 15°C.
"Onderzoek in labo- en veldproeven heeft effectieve predatie aangetoond bij 12°C, drie graden lager dan eerder werd aangenomen. Onder 12°C wordt predatie variabel en minder betrouwbaar, en bij 8°C is ze aanzienlijk minder effectief," aldus Liam. "In de praktijk betekent dit dat predatoractiviteit al in maart of april kan starten."
Implicaties voor andere teelten
Volgens Biobest kan Micromus-System al vroeg worden ingezet om fundatrices aan te pakken, de vrouwtjes die in het voorjaar uit overwinterde eitjes komen. Daardoor kunnen bladluispopulaties worden onderdrukt voordat ze escaleren. De proeven werden uitgevoerd in samenwerking met NIAB, Asplins en Charltons.
Bron: Biobest