Naarmate regeneratieve landbouw aan bekendheid wint, groeit ook de discussie over de relatie met de biologische sector. Het biologische systeem heeft een wettelijk beschermd keurmerk dat in heel Europa wordt erkend. Dit biedt consumenten zekerheid over de wijze van productie en borging door de gehele keten.
Bij regeneratieve landbouw ligt dit anders. Het systeem richt zich op uitkomsten via plaats- en contextspecifiek management, maar er is geen wettelijk vastgestelde definitie. Hierdoor kan iedereen zich 'regeneratief' noemen, zonder dat er uniforme borging is. Volgens Howard Koster, regeneratieve en biologisch gecertificeerde boer op De Biesterhof, leidt dit tot zorgen binnen de biologische sector: "Het gevaar is dat grote spelers de term gebruiken om producten en telers te 'greenwashen'. Het betekenisvolle biologisch wordt daardoor weggedrukt, ten koste van echte verduurzaming."
Tegelijkertijd biedt regeneratieve landbouw enkele voordelen. Het systeem nodigt telers uit om eerste stappen te zetten en stimuleert continue ontwikkeling. In tegenstelling tot biologisch, dat zwart-wit is, een boer is of is niet biologisch gecertificeerd, kan regeneratief een bredere groep aanspreken en consumenten inspireren. Howard: "Ondanks de beschermde status is biologisch in Nederland niet verder gekomen dan 5% marktaandeel en 5% areaal. Regeneratief spreekt tot de verbeelding en kan het systeem in beweging brengen."
Howard benadrukt dat samenwerking belangrijk blijft: "Laten we ervoor zorgen dat regeneratieve successen niet ten koste van de biologische sector gaan, maar dat we elkaar versterken op weg naar een volhoudbaar voedselsysteem." ReGeNL, de organisatie waar Howard bij betrokken is, zoekt actief samenwerking met de biologische sector en nodigt uit tot verdere discussie over dit onderwerp.
Op zijn eigen boerderij combineert Howard beide benaderingen: "Naast regeneratief zijn we ook gewoon biologisch gecertificeerd. Daar mogen we best trots op zijn."
Bron: ReGeNL