Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
G. Kramer & Zonen schakelt eigen koolteelt volledig om naar biologisch:

"Als de klant die kant op gaat, dan ben je het aan je stand verplicht"

Tholen - De beslissing lag misschien niet voor de hand en lijkt bedrijfseconomisch lastig rond te rekenen. Toch schakelt G. Kramer en Zonen vanaf 2026 de volledige eigen koolteelt om naar biologisch. Niet omdat het moet, maar omdat het volgens directeur Dirk Kramer niet langer past om regulier te blijven telen, terwijl het merendeel van de afzet al biologisch is. "Als de klant die kant op gaat, ben je het op een gegeven moment ook aan je stand verplicht."

© G. Kramer & Zonen

Het familiebedrijf uit Zuid-Scharwoude is al vijf generaties actief in kool en zuurkool. Het bedrijf verwerkt jaarlijks vele miljoenen kilo's witte en rode kool tot zuurkool, rode koolproducten en kimchi. Ruim 35 jaar geleden begon G. Kramer & Zonen al met biologische zuurkool; inmiddels is meer dan de helft van de omzet biologisch. De kimchi is al langer volledig biologisch en de afzet groeit snel. "Vorig jaar produceerden we een miljoen kilo en komend jaar wordt dat anderhalf miljoen kilo, is de verwachting. De vraag naar kimchi is echt gigantisch toegenomen."

Eigen teelt als scharnierpunt
Ongeveer 20 procent van de witte kool en circa 50 procent van de rode kool komt nu uit eigen teelt. Dat aandeel zal wel wat dalen zodra de omschakeling start, omdat biologische teelt meer wisselteelt vereist. "We zullen fors moeten krimpen in de koolteelt," zegt Dirk. "Je gaat van drie op vijf jaar kool naar iets minder dan twee op vijf. Dat betekent dat je areaal per saldo kleiner wordt."

Dat verschil kan het bedrijf dragen, omdat de verwerkingstak ondertussen gewoon doordraait. "Dat zorgt ervoor dat het financiële risico voor ons beperkt blijft," zegt Dirk. "Want de verwerkingstak van het bedrijf is groter dan de teelt. Als je volledig van de teelt afhankelijk bent, is een dergelijke omschakeling in één keer van gangbaar naar biologisch veel risicovoller."

Toch is eigen teelt zeker geen onbelangrijk detail, benadrukt Dirk. Het is juist de plek waar kennis wordt opgebouwd en waar gevoel ontstaat voor kwaliteit. "De waarde van ons eigen teeltbedrijf is dat we veel kennis hebben van de kool en begrijpen wat er met die kool gebeurt. Dat helpt ons ook in de verwerking."

© G. Kramer & Zonen
De vraag naar de biologische kimchi is volgens Dirk gigantisch toegenomen

Tegelijkertijd gaat de zuurkoolfabriek niet om naar volledig biologisch en dat is volgens Dirk een bewuste keuze, die alles te maken heeft met de lange relaties in de keten. G. Kramer & Zonen werkt namelijk al generaties met zowel biologische als reguliere telers. "Wat we niet wilden, is dat onze klanten richting bio bewegen en wij daardoor afscheid moeten nemen van goede reguliere telers, waarvan soms de opa al aan ons leverde."

Het assortiment blijft daarom tweeledig: biologisch én regulier. "Wij vinden dat mensen ook de keuze moeten hebben voor optimale betaalbaarheid. Wij bepalen niet voor de klant wat hij moet kopen." Toch viel de keuze voor de eigen teelt wel op volledig biologisch. "Dat doen we ook vanuit idealistisch oogpunt. En het is ook een mooie uitdaging!"

Vergelijking met HAK
De aankondiging over de omschakeling naar bio-teelt van G. Kramer & Zonen viel min of meer samen met het besluit van HAK om het aandeel biologisch juist terug te brengen van het ambitieuze doel van 100% naar een aanzienlijk lager aandeel van 15% biologisch. Dirk kijkt daar met enige nuance naar. "Ik denk dat HAK oprecht vanuit goede intenties handelt. Bio-teelt is gewoon duurder. Dan moet je afwegen wat zwaarder weegt: duurzaamheid of betaalbaarheid."

© G. Kramer & Zonen

Het verschil zit volgens hem vooral in het product en de keten. "Zuurkool is aan het eind van de rit nog steeds een heel erg betaalbaar product. Ook als het biologisch is. Een halve kilo biologische zuurkool kost nog altijd niet de wereld. Dat helpt enorm." Tegelijk wil hij niet oordelen over teelten die hij zelf niet beheerst. "Ik weet niet hoe lastig biologische bonen of erwten zijn. Dat durf ik niet te zeggen."

Dat de teelt van biologische kool ook op economisch vlak kan werken, staat voor hem vast. "We verkopen al 35 jaar biologische zuurkool. Er zijn bio-telers die dit al decennia betrouwbaar doen. Als zij dat kunnen, moeten wij het uiteindelijk toch ook kunnen?"

Kosten, marge en betaalbaarheid
Biologische kool levert gemiddeld wel wat minder op per hectare en vraagt daarnaast meer arbeid, onder meer voor onkruidbeheersing en selectie. Die extra kosten moeten wel ergens worden terugverdiend, maar Dirk is helder over de rolverdeling. "Wij mogen ons wettelijk gezien niet bemoeien met de prijsstelling van supermarkten. Wat zij met hun marges doen, is aan hen. Maar wij moeten wel onze meerkosten vergoed krijgen, want de marges op onze producten zijn al niet bepaald dik." Daarmee legt Kramer de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de keten als geheel, en niet alleen bij de primaire producent: de teler.

Is er dan een punt waarop biologische zuurkool te goedkoop wordt? "Het is aan ons om een eerlijke prijs te vragen. Als de keten zegt: 'We willen niet meer betalen', dan kan het op een gegeven moment ophouden. Maar tot nu toe zien we dat de extra kosten gedragen kunnen worden."

Retail en biologische doelstellingen
In supermarkten neemt het gehalte biologische producten toe, deels ook door Europese doelstellingen. Toch ervaren de telers dat volgens Dirk niet als druk van bovenaf. Het grootste knelpunt zit dan ook niet bij telers, ziet hij. "Ik zie eerder het tegenovergestelde: er zijn genoeg telers die wel willen, maar de consument kiest vaak toch voor de goedkoopste optie als twee producten naast elkaar liggen. Dus de telers willen wel, maar dan moeten de risico's wel op te vangen zijn."

Doordat de afzet van biologische producten in Nederland nog relatief laag blijft, moeten veel biologische telers uitwijken naar het buitenland. "Veel bio-telers zijn historisch afhankelijk geweest van afzet naar Duitsland, waar het bio-aandeel nu eenmaal hoger ligt. Die willen liever in Nederland afzetten, omdat je natuurlijk ook vanuit het idealistische oogpunt het liefste met een korte keten werkt, maar daar is de binnenlandse markt nog niet klaar voor."

Omschakelen vraagt bovendien tijd. "Een teler die volledig afhankelijk is van de teelt kan niet zomaar in één keer zijn hele bedrijf omzetten. Dat is een veel te groot risico. Wij kunnen dat doen doordat we ook de verwerkingstak van het bedrijf hebben. En als je die omschakeling gefaseerd wilt uitvoeren, om zo de risico's te spreiden, dan ben je zo vijf jaar verder. Dan moet je eigenlijk nu al weten hoe je bijvoorbeeld in 2030 op 15 procent bio uitkomt."

Bouwplan en alternatieve teelten
Zelf wil G. Kramer & Zonen in twee jaar de eigen teelt volledig omschakelen naar bio. Daardoor verandert ook het bouwplan ingrijpend. "We komen van een situatie waar we vrijwel aan monoteelt deden. Dat is natuurlijk ook niet gek voor een fermentatiespecialist met kool als hoofdproduct."

Door de omschakeling naar biologische teelt kan dat niet meer. Dat maakt wisselteelt noodzakelijk. Dirk denkt onder meer aan bonen en wintertarwe als rustgewassen, omdat dit teelttechnisch een goede aanvulling is op kolenteelt, maar hij benadrukt dat het vooraf goed regelen van de afzet daarbij cruciaal is. "Ik ga geen grote arealen zetten zonder dat er een markt voor is."

© G. Kramer & Zonen

De verandering betekent ook andere werkzaamheden en een andere inzet van machines. "Koolteelt is intensief en vraagt zware machines. Graan is eenvoudiger. Maar onze koolmachines zijn al in eigen bezit en betaald, dus dat die machines door de omschakeling naar bio-teelt minder intensief gebruikt gaan worden, heeft voor ons geen grote financiële gevolgen. Als je recent in die machines geïnvesteerd zou hebben, dan zou dat natuurlijk wel anders zijn. Maar dat speelt bij ons dus geen grote rol."

Bewaring en jaarplanning
Een belangrijke consequentie van biologische teelt is de beperking in diepe bewaring. "Zonder fungiciden is lange bewaring lastig. In april en mei is het verlies hoog, in juni en juli is het bijna niet te doen. Dat verkort de periode waarin verse bewaarkool beschikbaar is en drukt het volume." Voor de zuurkool verandert er volgens Dirk weinig, omdat de fermentatie direct na de oogst plaatsvindt.

De fermentatie-eigenschappen van biologische kool verschillen nauwelijks van reguliere kool. "Het proces is min of meer hetzelfde. Zwakkere kool geeft geen betere zuurkool." Er zijn wel nuances. Te veel stikstof kan bijvoorbeeld verkleuring geven, terwijl biologische teelt juist meer kans geeft op uiterlijke imperfecties. "Je ziet vaker een smetje of een tripsje. Dat betekent dat het schonen en uitboren arbeidsintensiever wordt."

Plantmateriaal als onverwacht knelpunt
Het grootste knelpunt sinds het inzetten van de omschakeling was de beschikbaarheid van biologische plantjes. Het plotselinge stoppen van Jongerius, een grote speler in bio-planten, kwam als een volslagen verrassing en zorgde voor veel onrust in de bio-sector. "Dat kwam echt als een donderslag bij heldere hemel."

Maar volgens Dirk is dat probleem slechts tijdelijk. "Dit wordt gecorrigeerd in de markt," stelt hij vol overtuiging. "Het was vooral de abruptheid en de opeenstapeling van gebeurtenissen die het voor nu even lastig maken." Voor de komende jaren verwacht hij met vaste partners uit de voeten te kunnen.

Administratie en duidelijkheid
Volgens Dirk vraagt de administratie veel van reguliere kolentelers en door de omschakeling neemt de hoeveelheid administratie in eerste instantie alleen maar verder toe, omdat PlanetProof en biologische certificering een periode met elkaar overlappen. Toch verwacht hij dat de administratieve druk uiteindelijk wel mee zal vallen. "Aan het eind van de rit vervalt PlanetProof en heb je alleen nog maar de bio-certificering over. En bio is helder: het mag wel of het mag niet. Dat geeft overzicht."

Dirk steekt niet onder stoelen of banken dat de omschakeling naar biologisch telen voortkomt uit idealisme, maar dat dat idealisme soms ook kan botsen met goed ondernemerschap. Toch heeft hij nog geen spijt van zijn keuze. "Mijn lol zit niet in eindeloze checklists, maar in het goed uit de grond krijgen van mooie kool zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen. Als dat lukt, geeft dat voldoening."

Tegelijk waarschuwt hij dat je niet te makkelijk over elkaar moet oordelen. "Het is te eenvoudig om te zeggen wat anderen wel en niet moeten doen. Niet iedereen kan dit risico dragen. Wij kunnen dat, omdat we ook een groot verwerkingsbedrijf hebben en omdat het besluit ook binnen de familie breed wordt gedragen, zelfs als het betekent dat we een paar jaar minder omzet maken."

Wanneer is het een succes?
Voor Dirk ligt het doel dan ook niet bij de hoge opbrengstcijfers; het gaat hem vooral om het beheersen van de teelt. "Als we na twee jaar gewoon goede kool hebben geteeld en opbrengsten halen die niet al te ver onder die van andere bio-telers liggen, dan mogen we het wat mij betreft gerust een succes noemen!"

Hij hoopt dat anderen uiteindelijk zijn voorbeeld zullen volgen, maar eerst moet hij het met zijn bedrijf nog wel voor elkaar zien te krijgen. "Ik hoop wel dat mensen erdoor geïnspireerd worden om ook die stap te maken. Maar dat is voor nu nog wat te vroeg. Laten we het eerst maar eens voor elkaar zien te krijgen. Als we die eerste twee jaar goed doorkomen, dan verdienen we tegen die tijd misschien wel een schouderklopje."

Voor meer informatie:
G. Kramer & Zonen
Voorburggracht 141
1722 GC Zuid-Scharwoude
Tel.: +31 (0)226 31 24 26
[email protected]
gkz.nl

Dit artikel is afkomstig uit de bio-special van het vakblad Primeur. Klik hier om een abonnement af te sluiten.

Gerelateerde artikelen → Zie meer