De Spaanse biologische sector kijkt niet met argwaan naar de komst van bio-producten uit Zuid-Amerika via het vrijhandelsakkoord met Mercosur. Zolang de spelregels voor iedereen gelijk zijn, ziet de sector kansen. Maar ze roept Brussel op om die gelijkheid ook echt af te dwingen.
"In tegenstelling tot de gangbare teelt hebben wij geen bezwaar tegen de import van biologische producten uit Zuid-Amerika", zegt Álvaro Barrera, voorzitter van Ecovalia, de grootste belangenorganisatie voor biologische telers in Spanje. "Die producten moeten immers voldoen aan dezelfde Europese eisen. Ze mogen pas op de markt komen als ze gecertificeerd zijn volgens onze normen."
Volgens Barrera bestaan er al meer dan 15 jaar wederzijdse afspraken tussen de EU en Mercosur-landen (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay) over biologische certificering. "Ook met landen als Chili, Mexico en de VS zijn er gelijkwaardige regelingen. Daarom maken wij ons over het vrijhandelsverdrag op zich geen zorgen: er gelden al dezelfde regels voor bemesting, gewasbescherming, wachttijden en controles."
Toch wringt er iets. Want hoewel Zuid-Amerikaanse bio-producten de Europese markt op mogen, geldt dat momenteel niet automatisch andersom. "Wat we missen, is echte wederkerigheid", stelt Barrera. "Een Europees product dat volledig voldoet aan alle regels van de EU, krijgt nu vaak geen toegang tot markten als Brazilië of Argentinië. Dat moet anders."
Ecovalia ziet in dat opzicht juist kansen in het akkoord. Als de wederkerigheid wordt vastgelegd, kunnen Europese biologische telers hun afzet vergroten. "Voor producten als olijfolie en wijn liggen daar zeker mogelijkheden, vooral in landen als Brazilië en Argentinië, waar vraag naar kwaliteitsproducten groeit."
Barrera benadrukt dat de sector niet tegen vrijhandel is. "In tegendeel, zulke akkoorden kunnen juist positief uitpakken. Maar er moet wel sprake zijn van gelijke regels voor alle partijen. Anders wordt het lastig concurreren."
Voor meer informatie:
Ecovalia
www.ecovalia.org