Reudink organiseert de komende weken drie zogenoemde omschakeldagen voor melkveehouders die zich willen oriënteren op een biologische bedrijfsvoering. Tijdens deze dagen kunnen deelnemers zich laten informeren over de stappen, eisen en praktijkervaringen die komen kijken bij de overgang naar biologische melkveehouderij.
© Aviahuismanphotography | Dreamstime
De omschakeldagen vinden plaats op biologische melkveebedrijven en bieden inzicht in onderwerpen als afzetmogelijkheden, financiering, bio-eisen en de omschakelperiode. Ook is er aandacht voor de praktische inrichting van het bedrijf en de gevolgen van biologisch werken voor voer, diergezondheid en bodembeheer. Aanmelding verloopt via Reudink.
Biologische melkveehouderij biedt kansen
Volgens Reudink biedt de biologische melkveehouderij in Nederland kansen. Nederlandse huishoudens kopen vaker en meer biologisch. In 2022 gaven consumenten €10,8 miljard uit aan duurzaam voedsel, waarvan €1,8 miljard aan producten met het Europees biologisch keurmerk. De biologische supermarktomzet steeg dat jaar met 3,8 procent naar ruim €1 miljard. Melk en karnemelk, eieren en yoghurt behoren tot de meest gekochte biologische producten.
De overheid heeft als doel dat in 2030 vijftien procent van de landbouw biologisch is. Eind 2022 lag dat aandeel op 4,4 procent. Nederland telt momenteel bijna 1.900 biologisch gecertificeerde landbouwbedrijven, met daarnaast 518 bedrijven in omschakeling. Het aantal biologische melkveebedrijven bedraagt 556.
Standaard omschakelperiode van zes maanden
Een belangrijk onderdeel van de omschakeling is de periode waarin zowel grond als vee worden omgezet naar biologische productie. De omschakeling van percelen kan tot 24 maanden duren. Daarna start de omschakeling van de melkkoeien, daarvoor wordt een standaard-omschakelperiode van zes maanden gehanteerd. Pas wanneer zowel de grond als de koeien zijn omgeschakeld, mag de melk als biologisch worden afgezet. Bedrijven moeten zich hiervoor aanmelden bij Skal Biocontrole en voldoen aan Europese bio-regels en aanvullende sectornormen.
Biologische melkveehouders werken met biologisch voer, waarvan minimaal zestig procent van het eigen bedrijf of uit de regio moet komen. Daarnaast gelden specifieke regels voor bemesting, huisvesting, weidegang en diergezondheid. Antibioticagebruik is beperkt en kent strengere wachttijden dan in de gangbare melkveehouderij.
Omschakelen naar bio een logische vervolgstap
Praktijkervaring speelt een belangrijke rol tijdens de omschakeldagen. Biologisch melkveehouder Piet Jan Thibaudier, die tot 2023 een gangbaar bedrijf had, zegt: "Omschakelen naar bio was voor ons een logische vervolgstap. Jij en je bedrijf moeten er wel klaar voor zijn. Inmiddels voel ik mij helemaal thuis in de bio-sector."
Bron: Reudink