Afgelopen week vond in Berlijn de 100e editie van de Grüne Woche plaats, de internationale landbouw- en voedselbeurs voor consumenten. Het kenniscentrum Biohuis en de brancheorganisatie Bionext bliokken terug.
© Bionext
Volgens Bionext is het evenement uitgegroeid tot hét jaarlijkse netwerkmoment voor de Nederlandse land- en tuinbouwsector, met een grote delegatie van honderden politici, bestuurders en agrarische vertegenwoordigers. Vanuit Biohuis waren directeur Sander van Diepen en bestuurslid Digni van den Dries aanwezig.
Windmolens, tulpen en oranjegevoel
Het Nederlandse paviljoen vormde traditiegetrouw het centrale ontmoetingspunt, waar traditie en innovatie samenkomen. Bezoekers werden zowel begroet door het herkenbare beeld van windmolens, tulpen en een sterk oranjegevoel, als door moderne innovaties, zoals een robot voor onkruidbestrijding.
In en rond het paviljoen gingen vertegenwoordigers van boerenorganisaties, leden van de Tweede Kamer, gedeputeerden, bestuurders uit het bedrijfsleven en ambtenaren van ministeries, provincies en gemeenten met elkaar in gesprek. Deze informele ontmoetingen boden aanknopingspunten voor werkbezoeken, verdiepende gesprekken en concrete afspraken.
Groene verdienmodellen
Tijdens een bijeenkomst van LTO en NAJK stond de inhoudelijke discussie over groene verdienmodellen in de land- en tuinbouw centraal. In het Biopaviljoen sprak de delegatie van Bionext en Biohuis met een vertegenwoordiger van Aldi Süd over kansen voor marktontwikkeling en afzet, en over wat Nederland kan leren van de Duitse markt.
Bron: Bionext