Een biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf bij Lelystad krijgt geen schadevergoeding voor aangevreten winterwortelen door grauwe ganzen. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat het bedrijf onvoldoende heeft aangetoond dat het er alles aan heeft gedaan om de schade te voorkomen.
© Rudmer Zwerver | Dreamstime
Het bedrijf pacht een perceel grond dat grenst aan Natuurpark Lelystad en teelde daar in de zomer van 2023 winterwortelen. Grauwe ganzen richtten schade aan het gewas aan. Het bedrijf vroeg de provincie Flevoland om een tegemoetkoming in de faunaschade, maar die wees het verzoek af. Ook na bezwaar bleef de provincie bij dat besluit, waarna het bedrijf naar de rechter stapte.
Maatregelen om schade te voorkomen
Volgens de rechtbank mogen Gedeputeerde Staten een schadevergoeding weigeren als de schade "redelijkerwijs voor rekening van de aanvrager behoort te blijven". In Flevoland is vastgelegd dat een grondgebruiker alleen voor een tegemoetkoming in aanmerking komt als hij voldoende maatregelen heeft genomen om schade te voorkomen.
In dit geval had het bedrijf een machtiging gekregen om gebruik te maken van een generieke ontheffing voor het bejagen van grauwe ganzen. Volgens de regels is sprake van voldoende inzet als "minimaal twee keer per week aan verjaging ondersteunend afschot, of een poging tot afschot, heeft plaatsgevonden".
Onvoldoende bewijs voor afschot
Vaststaat dat een door het bedrijf ingeschakelde jager tussen 27 juli en 10 augustus 2023 vier keer op of nabij het perceel aanwezig was. Op een van die dagen vond daadwerkelijk afschot plaats. Op de andere momenten is volgens de rechtbank niet aangetoond dat er sprake was van bejaging of een poging daartoe.
De reden daarvoor is de registratie in het Faunaschade-registratiesysteem (FRS). Daarin waren drie van de vier acties niet vastgelegd als 'Bejaagd', maar als 'Anders'. Daardoor kan volgens de rechtbank niet worden vastgesteld dat deze acties gericht waren op het bejagen van grauwe ganzen.
Bedrijf zelf verantwoordelijk
De rechtbank zegt begrip te hebben voor het feit dat het bedrijf "bij het uitvoeren van de bejaagacties leunt op de deskundigheid van de door haar ingeschakelde jager". Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank dat het bedrijf zelf verantwoordelijk is voor "het op de juiste wijze gebruikmaken van de machtiging en dus ook voor het juist in het FRS registeren van de bejaagacties".
Een verklaring van Het Flevo-landschap, waarin wordt beschreven dat er maatregelen zijn genomen, is volgens de rechtbank "onvoldoende concreet" om alsnog aan te tonen dat er vaak genoeg is bejaagd.
Beroep ongegrond verklaard
De rechtbank komt tot de conclusie dat de provincie Flevoland "redelijkerwijs heeft kunnen oordelen dat eiseres geen adequaat gebruik heeft gemaakt van de aan haar verleende machtiging". Het beroep is ongegrond verklaard en het biologisch-dynamische akkerbouwbedrijf krijgt geen schadevergoeding voor de ganzenschade.
Bron: Rechtbank Midden-Nederland | ECLI:NL:RBMNE:2025:6638