Jack Stroeken, Ekomenu:

“Wij kunnen met de maaltijdboxen veel impact realiseren en schade aan milieu verminderen”

Tholen - De biologische maaltijdboxen van Ekomenu zijn sinds kort voorzien van een berekening van de foodprint. Naast de voedingswaarden zoals vezels en eiwitten vinden klanten nu ook informatie over de CO2-foodprint, het waterverbruik en krijgen maaltijden een aantal vitaliteitspunten per maaltijd.

Ekomenu streeft naar een andere invulling van de voedselketen. Volgens oprichter Jack Stroeken is de maaltijdbox de ideale springplank naar een gezonde leefstijl en een gezond voedselsysteem. “Wij kunnen met de maaltijdboxen veel impact realiseren en schade aan milieu verminderen.” Nu kunnen klanten ontdekken hoeveel CO2-uitstoot en waterverbruik er bij de productie van de maaltijden komt kijken, hoeveel groenten erin zitten en hoe de maaltijd scoort op het gebied van vitaliteit. Een volgende stap zou zijn om de kosten van de impact op milieu en gezondheid in beeld te brengen. “In de voedselketen worden meer kosten gemaakt dan wat je bij de kassa afrekent. Eigenlijk zou dat bedrag drie keer zo hoog moeten zijn. Bij elke euro zou er een euro aan milieukosten en een euro aan gezondheidskosten bij moeten worden berekend. Wij willen de helft van die verborgen kosten besparen,” vertelt Jack.

Impact op het milieu
Om al die scores te berekenen heeft Ekomenu een tool ontwikkeld: Environment True price & Nutrition Assessment, kortweg ETNA, dat de scores berekent op basis van data uit wetenschappelijk onderzoek. Jack legt uit dat ze hierbij de CO2-uitstoot en het waterverbruik berekenen op basis van de zogenaamde life-cycle assessment, een rekenmethode waarbij de impact van producten gedurende de hele levenscyclus wordt berekend.

De gemiddelde CO2-uitstoot per maaltijd is in Nederland 1690 gram, zo werd berekend op basis van de voedselconsumptiepeiling van het RIVM. Deze gemiddelde maaltijd werd door hetzelfde rekenmodel gehaald om een goede vergelijking te kunnen maken met de maaltijden van Ekomenu. “We vergelijken onze CO2-uitstoot met de supply chain van de boer tot aan de supermarkt,” verduidelijkt Jack.

De resultaten van de berekeningen leveren soms verrassende inzichten op. “Opvallend is bijvoorbeeld dat de hoeveelheid CO2 bij kalfsvlees hoger is dan bij rundvlees.” Hoewel de CO2-score van vleesgerechten altijd hoger uitvalt dan bij vegetarische gerechten, betekent dit niet automatisch dat Ekomenu het gebruik van vlees gaat verminderen. “Natuurlijk is het goed om zoveel mogelijk vegetarisch te eten, maar we willen mensen vooral bewust maken van de impact. We geven hiermee een handvat waarmee de klant zijn keuzes kan bepalen. Het verschilt per klant wat er met deze informatie wordt gedaan. De een is er niet mee bezig en wil vooral lekkere en gemakkelijke gerechten. De ander is geïnteresseerd in het verhaal achter de producten.” Jack vergelijkt het met de voedingswaarden die al worden vermeld. “Dat is een wettelijke verplichting waar ook niet iedereen om heeft gevraagd. Je kunt ernaar kijken, maar dat hoeft niet.”

Punten voor verminderde risico’s op chronische aandoeningen
Ekomenu koos ervoor om de foodprintberekening breder te trekken door niet alleen transparant te zijn over de impact op het milieu, maar ook inzichtelijk te maken wat de impact van de voeding is op de persoonlijke gezondheid. Daarom vinden klanten op hun digitale kassabon ook een groenteteller en een aantal vitaliteitspunten per maaltijd.

De gemiddelde Nederlander eet volgens het RIVM 131 gram groenten per dag, terwijl geadviseerd wordt om dagelijks 250 gram te eten. De gemiddelde Ekomenu-maaltijd bevat 300 gram groenten per persoon en de groenteteller maakt dat per maaltijd en maaltijdbox inzichtelijk.

Het aantal grammen groenten betreft verse groenten, maïs, doperwten, sperziebonen, zoete aardappel en paddenstoelen. Officieel mogen tomaten in blik hier ook bij opgeteld worden, maar die  worden niet meegeteld, omdat Ekomenu klanten wil stimuleren om zoveel mogelijk voedingsstoffen uit verse ingrediënten te halen.

De berekening achter de vitaliteitspunten is een stukje ingewikkelder. Jack legt uit: “Er zijn wetenschappelijke studies bekend over de effecten van bepaalde voedingspatronen op de gezondheid. We laten zien hoeveel lager het risico op chronische aandoeningen wordt door een gezond menu te kiezen.”

Ekomenu baseert zich op ‘The Global Burden of Diseases, Injuries and Risk Factors’, kortweg GDB. Een studie uit 2016 die onderscheid maakt tussen producten met een positieve en negatieve impact op gezondheid. “We weten bijvoorbeeld dat rood vlees minder gezond is dan een vegetarisch gerecht met veel groenten. Die gegevens gebruiken we om te berekenen wat het risico is op chronische aandoeningen.”

Die risicobepaling gebeurt aan de hand van DALY’s, wat staat voor ‘Disability Adjusted Life Year’. DALY’s gaan over de hoeveelheid gezondheidsverlies in een populatie die veroorzaakt wordt door ziekte en sterfte. Het is opgebouwd uit de jaren geleefd met ziekte en de jaren verloren door vroegtijdige sterfte. De acht voedingsgroepen die samen de Vitaliteitsscore bepalen, hebben allemaal een ander effect op de DALY’s. Zo gaat een te lage consumptie van groenten gepaard met 88 DALY’s per 100.000 inwonende en een te hoge consumptie van zout met 46 DALYs. Er wordt gerekend met de DALY’s die gelden voor de bevolking van het land waar de maaltijd geconsumeerd wordt.

“Al deze data gebruiken wij om een berekening te maken. Het lagere risico wordt omgezet in positieve punten. Wij streven naar 20 procent risicovermindering, wat 100 vitaliteitspunten oplevert.”

Bloemkool tabouleh

Impact biologische werkwijze komt niet volledig uit de verf
Jack vertelt dat de berekeningen nog volop verder kunnen worden ontwikkeld. “Dat je de eerste bent wil niet zeggen dat je dan ook klaar bent. We hebben het hier over een andere manier van nadenken over de voedselketen en over de manier waarop je de impact op het milieu en de gezondheid berekent.” Want die berekening, hoe uitgebreid die nu ook is, zou beter kunnen. Biologische ingrediënten komen bijvoorbeeld niet altijd beter uit de bus. “Het probleem is dat de impact op biodiversiteit en bodemgezondheid normaliter niet worden meegenomen in de life-cycle assessment en andere standaard rekenmethodes over CO2-uitstoot en watergebruik. Terwijl die twee elementen voor de biologische landbouw heel belangrijk zijn. Niet voor niks kiest de EU voor 25% biologische landbouw in de Green Deal. Een gezonde bodem bevat veel CO2 en het is maar de vraag of biologische landbouwgrond minder productief is, aangezien een gezonde bodem veel langer inzetbaar is voor voedselproductie. Dat alles wordt niet meegenomen in de berekening, dus er is nog een beperkte positieve invloed van het biologische karakter. Daar zou nog aan gewerkt kunnen worden.” Ondertussen blijft Ekomenu bij de keuze voor biologische ingrediënten. “Dat is onze formule en daar geloven we in, net als dat we geloven in veel groenten eten en lokale teelt”, besluit Jack.

Dit artikel verscheen eerder in editie 6, 36e jaargang van Primeur. Zie hiervoor www.agfprimeur.nl. 

Voor meer informatie:
Ekomenu
info@ekomenu.nl
www.ekomenu.nl 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven