"Door wildgroei aan software komt precisielandbouw niet van de grond"

Boeren lijken steeds meer op ICT’ers. Wie zich heeft toegelegd op precisielandbouw, heeft softwareprogramma’s voor onder meer het uitwisselen van beeldmateriaal, taakkaarten en natuurlijk bedrijfsmanagementsystemen. Een probleem dat hierbij al jarenlang speelt is interoperabiliteit: de verschillende softwareprogramma’s ‘praten’ niet met elkaar. Bovendien lijkt er een wildgroei aan systemen te ontstaan, zo vertellen experts aan NPPL (Nationale Proeftuin Precisie Landbouw).

Conny Graumans, manager bij stichting AgroConnect erkent het probleem. De stichting is opgezet om data-uitwisseling in de landbouw te uniformeren en te standaardiseren. Er zijn meer dan honderd leden waaronder grote partijen zoals FrieslandCampina en Aviko, maar ook softwareleveranciers voor de agrarische sector.

Hij noemt in het artikel de drie verschillende domeinen binnen precisielandbouw waar dit probleem speelt. Bij remote sensing bijvoorbeeld. Hiermee wordt digitaal beeldmateriaal van het bedrijf verstuurd, gedeeld en opgeslagen. "Daar zijn standaarden voor, maar die ontbreken nog vaak."

Algoritmes sneller ontwikkelen
Robots voor onkruidbestrijding, die steeds meer terrein winnen, noemt Graumans als eerste voorbeeld van een gebrek aan standaardisatie. "Je kan tegenwoordig met robots onkruid wieden, of met spot spraying bespuiten. Belangrijke ontwikkelingen, waar heel veel potentieel in zit voor de biologische landbouw. De algoritmen die de plantjes kunnen onderscheiden, moet je echter eerst trainen. Een algoritme heeft beelden nodig van iedere specifieke situatie. Per beeld geef je handmatig aan welk onkruid te zien is. Zo maak je het algoritmes slimmer: ze leren stadia van planten onderscheiden, verschillende lichtomstandigheden en ze leren bijvoorbeeld meerdere rassen aardappels of uien kennen. Maar dit leerproces gaat nu veel te langzaam, omdat er geen uitwisseling van die beelden mogelijk is tussen de systemen."

Graumans denkt dat wanneer leveranciers elkaars beelden en data ook kunnen gebruiken, ze algoritmes in korte tijd veel slimmer kunnen maken dan nu gebeurt. “Er is geen goede standaard om die beelden te delen met elkaar. Dat moet anders."

Iedere fabrikant een eigen datahub
Een ander belangrijk knelpunt is de software van taakkaarten. Deze wordt voor machines, trekkers en werktuigen gemaakt door verschillende leveranciers met ieder zijn eigen software. Iedere fabrikant heeft weer zijn eigen datahub waar de gegevens worden uitgewisseld. Boeren kunnen daar de informatie ophalen en aanleveren. Dat zou ook bij één bron zou moeten kunnen.

Dan zijn er als derde knelpunt nog de bedrijfsmanagementsystemen, waarmee allerlei data over het boerenbedrijf wordt uitgewisseld.

Standaardisatie nodig
Graumans denkt dat er bij alle geschetste soorten software voor precisielandbouw nog belangrijke stappen gezet moeten worden. “Precisielandbouw ontwikkelt zich gewoon enorm snel. Er komen telkens weer nieuwe mogelijkheden en toepassingen bij. Wat ik merk is dat de standaardisatie ervan altijd wat achterloopt. Eerst is er innovatie. Je moet ook niet alles gelijk standaardiseren, anders blokkeer je de vernieuwing. Het is vaak eerst een zoektocht naar wat het beste werkt. Daarna volgt standaardisatie."

Klik hier voor het volledige artikel.

Bron: Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL)


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Rss Twitter

© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven