Er zijn niet genoeg biologische teeltbedrijven. Hoe komt dat?

Het is weken geleden sinds hij z’n graan oogstte en hoewel de plantages kaal zijn, broeit er iets onder de grond. Casey Bailey knielt op de grond, die door een dunne laag stro bedekt is en pookt voorzichtig in de bodem. Hij wijst iets wits aan, vezelachtige strengen die van een schimmel afkomstig zijn. Een worm en spin maken dat ze wegkomen.

“Bodemorganismen zijn een miljard op een theelepel.” Bailey leeft op het bedrijf waar hij opgroeide. Hij gaf een draai aan de familietraditie en koos ervoor om de 2.023 ha die hij bezit te bewerken met bio-methodes.

Het was geen gemakkelijke ommezwaai, want voor bio-teelt is geen draaiboek geschreven. “Op de conventionele manier kon ik binnen één dag mijn gehele land besproeien. Met bio-methodes is dit niet mogelijk. Het is geen kwestie van het simpelweg uitdraaien van de sprinklers."

Telers moeten leren om de bodem nutriënten te managen zonder gewasverbeteringsmiddelen te gebruiken. Ze moeten onkruid en insecten overwinnen zonder conventionele beschermingsmiddelen en ze moeten erg veel kennis opdoen. Bailey is geneigd om alles zelf uit te knobbelen.

Onlangs is hij een partnerschap aangegaan dat enige verzekering tegen sommige risico’s biedt. Vorig jaar verkocht hij 526 ha tarwe en haver aan Annie’s, een producent van bio-pasta en bio-snacks. Dit bedrijf vierde de gelegenheid met een speciaal pak crackers waarop een foto van Bailey te zien was.

De samenwerking tussen telers en een merk laat een gat zien: de consumentenvraag naar biologische voeding groeit gestaag, maar het percentage bio-plantages loopt niet in de pas. Merken als Annie’s stappen hierin.

De Amerikaanse bio-voedingsmarkt overschreed de 39 miljard euro aan afzet in 2017. Het bio-areaal beslaat 2 miljard ha, wat minder dan 1% van het totale tuinbouwareaal is.

Met een vraag die het binnenlandse aanbod overschrijdt, importeerde de VS vorig jaar meer dan 2 miljard euro aan bio-voeding. Bio-maïs stond bovenaan de lijst. De import van bio steeg met meer dan 200% ten opzichte van 2015. Het merendeel ervan wordt als veevoer voor bio-vlees en bio-zuivel gebruikt.

Eric Jackson van Pipeline Foods: “We zijn een wereldexporteur van conventionele maïs, tarwe en soja, maar voor dezelfde producten in de bio-variant zijn we importeurs.”

‘Ik was doodsbang’
Bailey verliet het bedrijf om naar school te gaan. Hij studeerde muziek en filosofie en kwam 's zomers naar huis. In 2008 keerde hij voorgoed terug en besloot hij om zonder chemicaliën te gaan telen. Hij begon met linzen en alfalfa, maar kon niet genoeg kopers vinden om het hele bedrijf om te zetten naar biologisch.

“De eerste 20 ha bio-teelt maakten me doodsbang. Ik dacht stiekem dat ik thuis was gekomen om het familiebedrijf te ruïneren.”

Een van de belangrijkste dingen van bio-teelt is dat het andere apparatuur vereist en andere dure investeringen, zoals meer arbeid om onkruid te wieden. Bio-certificering vereist ook gewasrotatie, wat de gewassen voor telers in een jaar beperkt, terwijl conventionele telers kunnen kiezen wat ze willen.

De infrastructuur voor de tuinbouw, bewarings- en transportnetwerken, zijn gericht op conventionele gewassen. Ook zijn er voor bio-telers veel minder tools beschikbaar. Universiteiten hebben nauwelijks bio-specialisten, waardoor mentors en technische assistentie schaars is.

Matthew Dillon van Clif Bar, een bedrijf dat miljoenen investeert in research en innovatie op het gebied van bio-tuinbouw: “Het is een mythe dat de buurman over je hek springt als je biologisch teelt. Die buurman woont honderden kilometers verderop.”

Dan is er ook nog eens het land. Dat moet minstens drie jaar vrij worden gehouden van chemische middelen voordat het gecertificeerd kan worden. In wezen wordt er dan al biologisch op geteeld zonder dat de telers ervoor betaald krijgen. Daarom zijn er alternatieven bedacht om de overstap naar certificering te kunnen maken. Kashi b.v. verkoopt graanrepen onder een overgangslabel.

Teeltcrisis
De Amerikaanse tuinbouw, conventioneel en bio, staat onder druk: een tekort aan arbeidskrachten dat door het immigratiebeleid versterkt wordt, de gemiddelde teler die 58 is en geen opvolgers heeft, tuinbouwgrond die opgeslokt wordt door huizenbouw.

Een aantal bedrijven springt op de bres voor bio-teelt. Naast Annie’s is dat Costco, die gewassen van bio-telers koopt voordat de certificering een feit is.

Een jaar na z’n samenwerking met General Mills van Annie's ziet Bailey dat hij verder gaat dan de biologische normen. Hij voorziet bestuivers, die in het hele land bedreigd worden, van een natuurlijke habitat en heeft vaste gewassen (een rariteit binnen de moderne tuinbouw) die veel beter voor de grond zijn en worden gezien als een potentiële methode om klimaatverandering te bestrijden.

Carla Vernon van General Mills: “We waren erg enthousiast over de crackerverpakkingen. Daar willen we meer mee doen.” Het bedrijf maakte eerder dit jaar bekend een conventioneel tarwebedrijf van 13.750 ha in South Dakota om te zetten naar een bio-bedrijf.

Consumenten vragen om bio-producten. De marktgroei laat het begrip en de bereidheid van consumenten zien die meer willen betalen voor de wijze waarop geteeld wordt.

Een potje schaak
Een uur rijden van Baileys bedrijf vandaan heeft Bob Quinn de teugels van z’n bedrijf overgedragen aan jonge telers die het land nu van hem huren. Hij teelt biologisch en plant vergeten groenten. Dat doet hij al sinds 1988. Zijn experiment is een succes van 161 ha groot.

Chad Fasteson is een van de huurders. “We kunnen geen grondverbeteraar op de plantages strooien, we moeten de grond opbouwen.”

Hij kwam vanaf een conventioneel bedrijf en werd er moe van het zitten op een trekker. “Als ik thuiskwam kon ik mijn kinderen niet optillen, want ik zat onder de conventionele rommel.” Hij vergelijkt bio-teelt met een potje schaak. “Je moet verschillende stappen vooruit denken.” Dat is ook de reden waarom hij erover nadenkt om een stukje van zijn land aan een onderzoekscentrum te schenken.

In het onkruid
Om tuinbouw te begrijpen, moet je onkruid begrijpen.

Conventionele telers maken gebruik van conventionele middelen om onkruid te bestrijden. Een andere manier om dit te doen is door de grond om te ploegen, maar dit verstoort het ecosysteem.

Bailey maakt zich zorgen over bodemerosie. Daarom ploegt hij alleen met een doel, zoals hij het noemt. Hij experimenteerde met het laten zitten van wortels na de oogst om de bodemstructuur en leven te bewaren. Hij verwijderde zaden van zijn planten en liet koeien grazen en plantenmateriaal de bodem in trappen.

“Conventionele telers bestreden onkruid met Roundup en opeens werkt dat niet meer. Nu vechten ze tegen superonkruid. Dan denk ik: misschien moeten ze wel veranderen.”

Sommige conventionele telers zoeken hun heil bij andere of meer middelen, anderen keren terug naar het omploegen. Enkelen voelen zich gedwongen de overstap naar bio-teelt te maken.

Bron: nationalgeographic.com


Publicatiedatum:


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven