Het equivalentieakkoord betekent dat de VS en de EU elkaars regels en controlesystemen erkennen. Wat in de VS geproduceerd is volgens de National Organic Program (NOP) richtlijnen hoeft bij import in de EU niet opnieuw te worden gekeurd volgens EU-regelgeving om het Europese biologische keurmerklabel te krijgen. Andersom geldt hetzelfde voor producten uit de EU die geïmporteerd worden in de VS.
Uitzonderingen
Voor een aantal van de verschillen tussen de VS en de EU is in het equivalentieakkoord expliciete uitzonderingen opgenomen, zoals bijvoorbeeld voor producten van dierlijke afkomst van dieren die met antibiotica behandeld zijn en voor appel- en perenbomen die met antibiotica behandeld zijn. De overige verschillen en een aantal praktische zaken worden geïnventariseerd en uitgewerkt door een werkgroep van de Europese Commissie (EC) en de Amerikaanse overheid.Substraatteelt
Hoewel er in Nederland volgens de staatssecretaris op beperkte schaal volgens NOP-regels geteeld wordt, heeft Bleker het voornemen een aantal teeltwijzen te laten onderzoeken. Hieronder valt ook de teelt op substraat. Deze teeltwijze is volgens NOP-richtlijnen wel, maar in Europa niet biologisch. Ook niet na de inwerkingtreding van het equivalentie-akkoord na 1 juli 2012. De uitkomsten van dit onderzoek verwacht Bleker komend najaar.Evaluatie
Los van het equivalentieakkoord zal het onderwerp biologische glastuinbouw waarschijnlijk in het voorjaar van 2013 op de agenda komen van het permanente comité voor biologische landbouw van de Europese Commissie, dat over de regels voor biologische landbouw besluit. Daarnaast heeft de Europese Commissie besloten om de doeltreffendheid en relevante EU-wetgeving voor de biologische landbouw te laten evalueren. Dit zal met name in 2013 plaatsvinden.Het antwoord van staatssecretaris Bleker is hier te lezen.
Bron: Ministerie van EL&I