De waterregulerende functie van grasland wordt steeds belangrijker door de toename van periodes met droogte en hevige regenval. Volgens onderzoek van het Louis Bolk Instituut (LBI) dragen regenwormen, en met name de pendelende soort Lumbricus terrestris, aanzienlijk bij aan de waterinfiltratie in grasland.
© Wawritto | Dreamstime
"In een goed grasland tref je zeker 400 wormen per vierkante meter; uitschieters gaan zelfs over de 1000 per vierkante meter," schrijven onderzoekers Roos van de Logt en Nick van Eekeren in Tijdschrift Milieu. Ze benadrukken dat de gangen van deze wormen niet alleen de infiltratiesnelheid verhogen, maar ook fungeren als "snelweg voor diepe wortelgroei, wat voordelig is in tijden van droogte."
Pendelaars graven diepe verticale gangen
Regenwormen in Nederland worden ingedeeld in strooiselbewoners, bodembewoners en pendelaars. De pendelaars, zoals de grote blauwkopworm, graven diepe verticale gangen en verzamelen bovengronds organisch materiaal. Volgens het LBI-onderzoek voelt Lumbricus terrestris zich vooral thuis in permanent grasland, met name binnen de biologische landbouw, waar de bodem minder verstoord wordt en vaste mest voor voeding zorgt.
Het Louis Bolk Instituut voert experimenten uit bij biologische melkveehouders in Brabant om de potentie van beheersmaatregelen en inoculatie (het uitzetten) van pendelende regenwormen te onderzoeken. In het experiment werden buizen in de bodem geplaatst, waarbij sommige buizen met bestaande wormpopulaties leeg werden gehaald en vervolgens werden behandeld met lokaal of commercieel verzamelde Lumbricus terrestris.
Potentie voor waterregulatie in grasland
Na een jaar bleek dat een deel van de uitgezette wormen nog steeds aanwezig was. "Sommige van hen hadden gangen van meer dan 60 cm diep gegraven én er werden nakomelingen van ze gevonden," meldt het LBI. Hoewel nog niet duidelijk is of de populatie zich op de lange termijn zal handhaven, lijkt er potentie voor het inzetten van pendelende regenwormen als ecologische innovatie voor waterregulatie in grasland.
Het LBI benadrukt dat de afwezigheid van deze wormen op bepaalde percelen mogelijk samenhangt met de geschiedenis van grondbewerking, akkerbouw en pesticidengebruik. Het aanpassingsvermogen van Lumbricus terrestris maakt het echter mogelijk dat met gerichte beheersmaatregelen de soort kan bijdragen aan klimaatadaptatie.
Bron: Louis Bolk Instituut