Ruben Exterkate:

"Biologisch boeren is transparant en maatschappelijk gewenst"

Waar ligt de toekomst voor de varkenshouderij? Ruben Exterkate wikte tussen opschalen en omschakelen naar biologisch. Hij koos voor het laatste en heeft daar geen spijt van. Ook niet nu de afzet van biologisch vlees tijdelijk lager is. De stabiliteit in de keten en de sterke positie van ketenregisseurs geven de ondernemer vertrouwen. Al waarschuwt hij ook: ‘Het betekent veel, zo niet alles, voor je bedrijfsvoering.’


 
Binding met het boerenbedrijf
De varkenshouderij in het Overijsselse Bentelo werd aan het einde van de jaren ‘60 opgericht door Ruben’s ouders. In de decennia erna groeide het uit tot een bovengemiddeld intensief agrarisch bedrijf, met zo’n 750 zeugen. ‘Het was nooit mijn bedoeling om het over te nemen’, blikt Ruben (41) terug. ‘Ik ging na mijn studie aan de slag bij Ernst & Young als bedrijfsadviseur. Wel hield ik altijd wel binding met het boerenbedrijf – in mijn vrije tijd werkte ik graag mee. Maar doordat ik via mijn baan bij veel organisaties in de keuken keek, realiseerde ik me ook meer dat de varkenshouderij helemaal niet zo slecht was. En uiteindelijk besloot ik in 2010 om er tóch in te stappen.’
 
Op zoek naar zekere inkomsten
In eerste instantie zag Ruben vooral kansen in verdere opschaling. ‘We hadden daartoe een vergunning aangevraagd waarbij we, stapsgewijs, konden opschalen naar drieduizend zeugen. Alleen vond ik de afzetmarkt onzeker. De marktprijs voor gangbaar varkensvlees schommelt, zonder dat je er als producent echt invloed op hebt. En als je vier tot vijf miljoen euro gaat financieren in bedrijfsuitbreiding, wil je wel weten dat daar zekere inkomsten tegenover staan. Daarnaast proefde ik een maatschappelijke omslag. Mensen reageerden niet altijd even enthousiast op de plannen voor uitbreiding. Dat zette mij aan het nadenken: past een varkenshouderij van deze omvang nog wel bij mij?’

Hele volwassen sector
Tijdens een brainstorm over zijn toekomstplannen opperde iemand om over te schakelen op biologisch. Ruben: ’Ik begon te lachen en mijn vader verschoot van kleur. Biologisch? Wij zagen dat eigenlijk nog als een geitenwollensokkenbeweging. Maar toen ik me er daarna in verdiepte, veranderde ik al snel van mening. Het is een vraaggestuurde markt in een stabiele keten met meerdere afzetkanalen en ketenregisseurs, waarvan de Groene Weg de grootste is. Ik bezocht vervolgens biologische bedrijven en ontdekte dat het een hele volwassen sector is, met professionele ondernemingen en een groeiende markt. Deze manier van varkenshouden is transparant en maatschappelijk gewenst. Je komt als biologische boer dichter bij je afzetmarkt te staan en krijgt een eerlijke prijs.’

Vier jaar tot de start
Uiteindelijk besluit Ruben om biologisch te gaan produceren. ‘Alleen: dat betekent ontzettend veel, zo niet alles, voor je bedrijfsvoering. Zo zijn er hele andere huisvestingseisen. Alle dieren moeten continu toegang hebben tot een buitenruimte en de oppervlakte per dier in de stal is drie keer hoger dan bij een gangbare varkenshouderij. Hiervoor was een flinke verbouwing noodzakelijk. Voordeel voor ons was wel dat onze stallen al waren afgeschreven en nodig gerenoveerd moesten worden. Om biologisch te kunnen werken moet je ook gecertificeerd worden via SKAL. Dat duurt een half jaar. Al met al zat er zo’n vier jaar tussen de benodigde aanpassingen en de daadwerkelijke start als biologisch bedrijf. Dat is voor een ondernemer best heftig.’
 
Niet produceren, wel investeren
‘Natuurlijk hadden we financiering nodig voor onze plannen’, vervolgt Ruben. ‘Van oudsher bankieren we bij Rabobank. Toen ik met mijn oorspronkelijke plannen voor opschaling bij mijn contactpersoon kwam, merkte ik niet direct veel enthousiasme. Dat veranderde in positieve zin toen ik vertelde dat ik wilde omschakelen naar biologisch. De financiering kwam redelijk snel rond. Belangrijkste was om samen goed te kijken naar het overbruggen van de tijd dat je niet kan produceren, maar wel behoorlijk moet investeren.’

Goed liquiditeit inschatten
René Steentjes, adviseur Food & Agri MKB bij Rabobank begeleidde Ruben bij de financieringsaanvraag. ‘Samen met de Sectormanager Varkenshouderij voerde ik diverse gesprekken. Belangrijk is om de ondernemer goed te begeleiden in zo’n traject. Hij stapt in een relatief nieuwe markt, met minder historie en data om te kunnen vergelijken. Wat we vaak zien is dat vooraf de te behalen technische resultaten worden overschat en de benodigde arbeidsinzet te laag. Daarnaast is het belangrijk om een goede berekening te maken van de benodigde liquiditeit om de periode van omschakeling te overbruggen. Tot slot vraagt biologisch boeren echt om andere capaciteiten. Daar proberen we bij te spiegelen, vanuit onze kennis en ervaring. Overigens was dat laatste bij Ruben minder aan de orde – die had goed voor ogen wat hij ging doen.’

Goed weggezet voor nieuwe generatie
Ruben is ontzettend blij met zijn omschakeling naar biologisch. ‘We doen eigenlijk nog steeds hetzelfde, maar nu voor een zekere afzetmarkt en passend bij de maatschappelijke wensen. Ook mijn vader is ontzettend trots. Natuurlijk zaten er ook zaken mee. Wij hadden het geluk dat we konden omschakelen vanuit kansen, in plaats van kramp. We hebben gelijk alles goed aangepakt en geautomatiseerd.’ De toekomst ziet hij positief in. ‘We hebben het bedrijf goed weggezet voor de volgende generatie. Als één van onze drie kinderen het ooit wil overnemen natuurlijk. Die keuze laten we aan hen.’

Bron: Rabobank


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven