Maatschap Rozendaal heeft voorkeur voor resistente rassen

"Biologisch telen is stimuleren, niet onderdrukken"

In de biologische teelt moet het ecosysteem zijn werk doen, vindt Hans Rozendaal. Een gezonde bodem, natuurlijke vijanden en resistente rassen houden ziekten en plagen in bedwang.

Ook al was het groeiseizoen wisselvallig, de knolselderij bij maatschap Rozendaal staat er goed op. Halverwege september, wanneer het interview plaatsvindt, oogt het loof nog fris en groen op de polderklei van de Zuid-Hollandse Hoeksche Waard. Teler Hans Rozendaal schat de knollen op dit moment op 650 gram. Hij verwacht dat het gewas gemakkelijk zal doorgroeien tot de optimale maat voor de supermarkt, tussen 700 en 1.200 gram.

Hans Rozendaal

Verpakken voor Jumbo
Hans en zijn broer Jan hebben een groenteteeltbedrijf van 50 hectare in Strijen (ZH). Als ondernemers hebben ze vrijwel altijd biologisch gewerkt. Het familiebedrijf schakelde om in 1998-1999, toen de broers in de maatschap kwamen.

Voor de knolselderij is supermarktketen Jumbo de grootste afnemer. De Zuid-Hollandse telers verpakken de groente zelf en verzorgen dit ook voor een aantal andere telers, vertelt Hans. "Ik schat dat we jaarlijks 600 tot 800 ton verwerken."

De producten van maatschap Rozendaal vinden niet alleen hun weg naar de supermarkt, ze gaan ook naar snijderijen en de samenstellers van groentepakketten en maaltijdboxen. "We verkopen aan iedereen die ons product waardeert. We hebben de afzet altijd vrij gehad, we zijn nergens bij aangesloten. We hebben goede relaties met gespecialiseerde handelshuizen, zoals Biofreshi, Bio-Center Zann, Eosta, Bioport, BioTropic en Toff."

Consumenten kunnen hun producten ook online bestellen. De ondernemers waren in 2006 pionier met een eigen webwinkel, waarin ze eigen groenten en andere biologische levensmiddelen verkochten. Hans: "Dat werkte goed in een tijd waarin biologische producten nog niet breed verkrijgbaar waren. Op een gegeven moment werden de kosten te hoog, in 2016 hebben we de webshop verkocht." Hun producten zijn sindsdien te koop op Landzicht Bioweb, dat op zijn beurt weer samenwerkt met Hofweb.

Diversiteit
Net als de afzet is ook het bouwplan divers. Naast de knolselderij telen de broers rode kool, witte kool, pastinaak, winterprei, courgette, pompoenen, erwten voor de conservenindustrie en grasklaver. Hans: "Met een grote variatie spreid je de risico's. Het ene jaar zijn de omstandigheden voor het ene gewas goed, het jaar erop voor een andere. Bovendien is een ruime vruchtwisseling goed voor de bodem. Dat komt het resultaat ten goede. Als je goed bent voor de bodem, is de bodem goed voor jou." Op gemiddeld een derde van de grond staat gras-klaver als rustgewas; steeds voor twee jaar. Dit helpt de onkruiddruk te beheersen en brengt organische stof en stikstof in de bodem. De opbrengst wordt verkocht als ruwvoer aan een biologische veehouder, die op zijn beurt stalmest levert.

Sluipwespen en kortschildkevers
Hans en Jan hebben een vastomlijnde visie op biologisch telen. "Als je ecologisch werkt, moet je stimuleren", stelt Hans. "We gebruiken in principe geen gewasbeschermingsmiddelen, ook geen middelen die zijn toegelaten voor biologische landbouw. Als je ziektes of plagen onderdrukt, maak je vaak meer kapot dan nodig is. Dat verstoort het ecosysteem."

Heeft hij niet af en toe de behoefte rupsen of koolvlieg aan te pakken? "Ik zie het nut er niet van in. Als je rupsen doodt, onderbreek je de voortplantingscyclus van natuurlijke vijanden. Sluipwespen hebben rupsen nodig om hun eitjes in te leggen. Als er geen rupsen meer zijn, verdwijnt ook de sluipwesp uit je ecosysteem." Ook voor koolvlieg wil hij niet onderdrukken. "Wij kiezen ervoor om op tijd een paar keer te wiedeggen. Dat helpt om de eitjes van de planten weg te rommelen. Dan ruimen natuurlijke vijanden, zoals kortschildkevers, de meeste eitjes en larfjes wel op." Soortenrijke akkerranden en slootkanten zijn waardevol als leefgebied voor dit soort nuttige insecten, stelt hij. Voor de wortelvlieg gebruiken de telers psila-protect, geurpaaltjes met uienolie die het plaaginsect uit de pastinaak en selderij houdt. "Sinds we hiermee werken, hebben we geen aantasting door de wortelvlieg gehad."

In hun benadering zitten ze dicht tegen biodynamisch aan. Toch zijn ze niet Demeter-gecertificeerd. Hans: "Ik heb veel respect voor BD, maar het past niet bij ons. Wij zijn gereformeerd en voelen ons niet thuis bij het antroposofische wereldbeeld."

Resistentie
Bij de keuze van rassen letten de telers op gevoeligheid voor ziekten. Het courgette-ras Ladoga, bijvoorbeeld, heeft een hoge mate van veldtolerantie tegen virussen, meeldauw en vruchtvuur. In knolselderij heeft Rozendaal goede ervaringen met Yara. Dit snelgroeiende Bejo-ras heeft een hoger weerstandsniveau tegen bladvlekkenziekte (septoria) dan veel andere rassen. “We hebben Yara in het eerste jaar als proef gehad, dat beviel meteen goed. In het begin hadden we nog wel eens een zijsprant. Maar de laatste paar jaar helemaal niet meer. Het is een kwestie van niet te vroeg in het seizoen planten en jonge planten gebruiken."

Het resistentieniveau is in knolselderij bepalend voor het resultaat, stelt Hans. "In het veld zie je het verschil met andere rassen op de streep af. Dat vertaalt zich in opbrengst. Als je 2 of 3 weken later bladvlekkenziekte in het gewas krijgt, scheelt je dat 200 à 300 gram opbrengst per knol."

Voor meer informatie: www.bejo.nl 

Bron: Bejo organic magazine


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven