Extreme droogte komt bij klimaatverandering bijna drie keer zo vaak voor

Na de drie zeer droge zomers 2018, 2019 en 2020 was het urgent om wetenschappelijk vast te stellen hoe droogte de beschikbaarheid van zoet water in Nederland beïnvloedt. Een consortium van de Universiteit Utrecht, Hydrologic, KWR en het KNMI onderzoekt de effecten van veranderingen in landgebruik en klimaat op de grondwaterstanden in Nederland. Jaren met extreme droogte komen bij een veranderend klimaat bijna 3 keer zo vaak voor, zo blijkt.

Droogte bestaat in hydrologische termen uit twee componenten: een tekort aan neerslag, dat doorwerkt in een tekort aan bodemvocht, lage grondwaterstanden en lage afvoeren van beken, en een tekort aan aanvoer van water in de grote rivieren. Die twee componenten hebben gevolgen voor verschillende delen van Nederland. Te weinig water in de rivieren zorgt in laag-Nederland en in de noordelijke provincies voor problemen. Een neerslagtekort zorgt juist voor droogte in de hogere delen van Nederland.

De onderzoekers gebruikten een nieuwe large-ensemble techniek om te kijken naar de gevolgen van extreme droogte. Hiervoor draaiden zij 2000 keer het KNMI-klimaatmodel voor de huidige klimaatomstandigheden én voor een situatie van 2 graden Celsius opwarming. Daaruit ontstonden twee pluimen voor het weer gedurende een heel jaar. Vervolgens werd dat model gekoppeld met twee modellen die de gevolgen voor de waterhuishouding inschatten. Zo ontdekten ze wat het huidige klimaat en het klimaat met 2 graden opwarming doen voor de watertoevoer in de Rijn en grondwaterstanden in Nederland.

Jaren met extreme droogte komen bij een veranderend klimaat bijna drie keer zo vaak voor, zo blijkt. In het model van het huidige klimaat komen lage rivierafvoeren één keer in de 40 jaar voor. In het klimaatmodel van de toekomst, met 2 graden opwarming, is elke 15 jaar een extreem droog jaar. Dit kan gevolgen hebben voor de watervoorraden in Nederland.

Met behulp van het Landelijk Hydrologische Model werd uitgezocht hoe deze verandering in de Rijn-afvoer in combinatie met tegelijkertijd optredende grote neerslagtekorten de waterhuishouding van Nederland zal beïnvloeden. Daarbij keken de onderzoekers naar de gevolgen op de grondwaterstanden, watervoorraden in het IJsselmeer en beschikbaar water voor irrigatie.

Ook stelden de onderzoekers vast of grootschalige landgebruiksveranderingen en aanpassingen aan het watersysteem negatieve effecten van droogte kunnen beperken. De timing in de droogte blijkt daarbij van belang. Ook is het belangrijk om te achterhalen welke gebieden altijd last hebben bij droogte en welke maar af en toe. De gevolgen van droogte kunnen deels teniet worden gedaan door grootschalige aanpassingen in het landgebruik. Maar nog meer effect zullen structurele aanpassingen in het watersysteem hebben die gericht zijn op het vasthouden van water.

Bron: Universiteit van Utrecht


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven