Nick van Eekeren, Louis Bolk Instituut:

"Biologisch is een goed voorbeeld van natuurinclusief"

De term natuurinclusieve landbouw wordt steeds vaker geroepen, vooral als het gaat over de transitie van onze landbouw en het voedselsysteem. Landbouwkundigen, beleidsmakers en politieke partijen lijken dolenthousiast over de terminologie van natuurinclusief. Maar waar houdt het in? En wat is de relatie tussen natuurinclusief en biologisch? Michaël Wilde, directeur Bionext, sprak erover met Nick van Eekeren. Nick is programmacoördinator Duurzame Veehouderij & Agriobiodiversiteit bij het Louis Bolk Instituut en is betrokken bij veel projecten over natuurinclusieve landbouw (NIL). 

Michaël: Laten we met het begin beginnen. Wat is natuurinclusieve landbouw?

Nick: "In de basis is natuurinclusieve landbouw boeren met en voor biodiversiteit. Het gaat over samenwerken met de natuur."

"Natuurinclusief boeren is vooral de kunst van het weglaten en loslaten. Van het aandurven om niet in te grijpen. Van het vertrouwen in het systeem dat zichzelf uiteindelijk terugbetaald. En dat is echt heel moeilijk. Niet alleen voor boeren, maar ook voor beleidsmakers."

Michaël: Waarom vinden boeren en beleidsmakers het zo moeilijk om los te laten en het systeem zijn gang te laten gaan?

Nick: "In de gangbare landbouw wordt heel erg vastgehouden aan risicobeheersing vanuit het controle model. Er wordt controle gehouden en gefocust op de problemen die zich eventueel voordoen. Hiermee houden ze vast aan inputs en ingrepen met bijvoorbeeld chemische bestrijdingsmiddelen. Daartegenover staat natuurinclusief. De natuurinclusieve landbouw gaat, net als biologisch, over een veerkrachtig en robuust landbouwsysteem dat samenwerkt met de natuur. Dat is een veerkrachtige vorm van landbouw, waarin het systeem zichzelf corrigeert en in balans houdt." 

Michaël: Waarom is het wel belangrijk om op een natuurinclusieve manier voedsel te produceren?

Nick: "Zoals ik al vertelde, gaat natuurinclusief over boeren met en voor biodiversiteit. Biodiversiteit is cruciaal voor de voedselproductie. Aan de ene kant om de natuur te ondersteunen, aan de andere kant voor de duurzame productie van voedsel met een lage voetafdruk op het milieu. Door op natuurinclusieve manier voedsel te produceren, beweegt de hele sector in de richting van een veerkrachtig model, in plaats van de focus te houden op controle van problemen die zich eventueel voordoen. Hierbij maakt de sector gebruik van biodiversiteit en zetten ze in op de natuurlijke bodemprocessen en andere ecosysteemdiensten. Zodat het milieu zo min mogelijk wordt belast." 

Michaël: In de literatuur kom ik regelmatig vier pijlers van natuurinclusief tegen. Kan je daar wat meer over vertellen?

Nick: "Het Louis Bolk Instituut heeft vier pijlers gedefinieerd. De eerste pijler is functionele agrobiodiversiteit. Dat gaat over wat een boer kan doen op zijn erf. Werken aan bodemkwaliteit, natuurlijke plaagbeheersing, en weerstand van gewassen en dieren bijvoorbeeld. De tweede pijler is landschappelijke diversiteit. Dat zijn maatregelen in het landschap die bijdragen aan meer biodiversiteit zoals bijvoorbeeld heggen, houtwallen en sloten. De derde pijler is diversiteit van soorten. Dat is het beheer van en management voor het behoud van specifieke soorten. Weidevolgelbeheer is hier een goed voorbeeld van. De vierde pijler is regionale diversiteit. Deze pijler kijkt verder dan het erf en zoekt naar de verbinding met natuurgebieden in de omgeving. Dat zijn bijvoorbeeld letterlijke verbindingszones in de vorm van natuurvriendelijke oevers of houtwallen."

Landschapselementen zoals houtwallen zijn functioneel en kunnen bijdragen aan de mineralenvoorziening en gezondheid van koeien. Bron: Louis Bolk Instituut.

Michaël: Oké. En wat is volgens jou dan de relatie tussen biologisch en natuurinclusief?

Nick: "Biologisch en natuurinclusief werken vanuit dezelfde gedachtegang. Ze vertrouwen op de veerkrachtigheid van de natuur. Hierin stuurt natuurinclusief aan op biodiversiteit. Biologisch stuurt op zorg, ecologie, gezondheid en eerlijkheid. Vanuit het principe ecologie stuurt de biologische landbouw ook op biodiversiteit."

"Biologische landbouw kan worden gezien als een goed voorbeeld van natuurinclusieve landbouw waarbij de nadruk ligt op het sluiten van kringlopen en er aandacht is voor agrobiodiversiteit en natuur op het bedrijf. Daarom zien we ook dat zo'n 70 tot 80 procent van de biologische boeren werkt aan de vier pijlers van natuurinclusieve landbouw."

Michaël: Zou er een speciaal keurmerk moeten komen voor natuurinclusieve producten?

Nick: "Het is natuurlijk essentieel dat de boer die maatregelen neemt ten behoeve van natuurinclusieve landbouw, een verdienmodel heeft. Een gedeelte van de maatregelen op functionele biodiversiteit kunnen zich terugbetalen via lagere kosten. Daarnaast kan er vanuit subsidies zoals agrarisch natuurbeheer of het GLB financiële steun worden verkregen. En als laatste kan er een impuls komen vanuit de markt voor betaling van ecosysteemdiensten of het product zelf. Je ziet dat de melkstromen via On the way to planet proof een aantal maatregelen rond biodiversiteit prominent op het erf hebben gebracht. Of dat verdienmodel opeens wel rendabel zal worden met enkel een keurmerk, durf ik niet te zeggen."

Michaël: Stel ik ben een normale consument en ik wil een bijdrage leveren aan natuurinclusieve Landbouw, wat zou je mij dan adviseren?

Nick: "Als de consument producten wil kopen die natuurinclusief geproduceerd zijn, dan is de simpelste manier om biologisch te kopen. Zoals ik al zei werkt zo’n 70 tot 80% van de biologische boeren op een natuurinclusieve manier, dus door in de winkel te kiezen voor biologisch kies je in feite voor natuurinclusieve landbouw."

Bron: Bionext


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven